Door belastingen te heffen op de grootste uitstoters en de opbrengst eerlijk onder armen te verdelen, kunnen we twee vliegen in één klap slaan.

Klimaatverandering en extreme armoede zijn aan de orde van de dag. Niet alleen krijgen we steeds vaker te maken met de gevolgen van smeltende ijskappen, een stijgende zeespiegel en extremere weersomstandigheden, wereldwijd leven er bijna 800 miljoen mensen onder de armoedegrens. Het oplossen van beide problemen blijkt echter een behoorlijke kluif. Het aanpakken van klimaatverandering zou zelfs extreme armoede versterken. Maar onderzoekers hebben nu een manier bedacht waarop we tegelijkertijd zowel het omvangrijke klimaatprobleem, als extreme armoede kunnen bedwingen.

Armoede in 2030
In de nieuwe studie voorspellen de onderzoekers met behulp van computermodellen hoe de wereldwijde armoede zich in het komende decennium zal ontwikkelen. “In ons onderzoek hebben we het aantal mensen berekend dat in 2030 in extreme armoede zal leven, ervan uitgaande dat de sociaaleconomische ontwikkeling ongeveer gelijk blijft met recente, historische trends (de coronacrisis buiten beschouwing gelaten),” vertelt onderzoeker Bjoern Soergel in een interview met Scientias.nl. “We ontdekten dat er over tien jaar zo’n 350 miljoen mensen in extreme armoede zullen leven.” Dit zijn mensen die rond moeten komen van zo’n 1,50 euro per dag. En dat terwijl de VN als doel heeft gesteld om extreme armoede tegen 2030 volledig uit te bannen.

Klimaatbeleid leidt tot armoede
Een wijdverspreide aanname is bovendien dat een veelomvattend klimaatbeleid zal leiden tot meer armoede. “Klimaatbeleid beschermt mensen tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreem weer of mislukte oogsten,” legt Soergel uit. “Maar dit kan ook resulteren in hogere energie- en voedselprijzen. Dit is met name nadelig voor de armen in wereld, die bovendien al kwetsbaarder zijn voor het veranderende klimaat.”

Parijse klimaatakkoord
Het gaat zelfs zo ver, dat een klimaatbeleid in overeenstemming met het Parijse klimaatakkoord (waarin landen proberen de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius te beperken) zal leiden tot een extra 50 miljoen mensen die in armoede leven, zo voorspellen de onderzoekers in hun studie. “Om de gemiddelde wereldtemperatuur tot 1,5 graden Celsius te beperken, moet er een relatief hoge prijs betaald worden voor de uitstoot van broeikasgassen, met name voor kooldioxide,” licht Soergel toe. “Als gevolg hiervan zouden de prijzen voor energie en voedsel kunnen stijgen. Dit treft vooral armere huishoudens in ontwikkelingslanden, aangezien zij een aanzienlijk deel van hun budget aan deze goederen besteden.”

Eerlijke verdeling
Je denkt nu misschien dat het aanpakken van tegelijkertijd klimaatverandering én armoede onmogelijk is. Maar dat zeker niet het geval. Er bestaat namelijk wel degelijk een manier om zowel de klimaatcrisis als armoede te bedwingen. “Armoedebestrijding moet worden meegenomen in het ontwerp van het klimaatbeleid,” benadrukt Soergel. Hoe? “We zouden de emissieprijzen kunnen combineren met een geleidelijke herverdeling van de inkomsten,” vervolgt de onderzoeker. Dit zou kunnen worden bereikt via een soort klimaatdividend. De inkomsten hieruit worden vervolgens eerlijk onder alle burgers verdeeld, waardoor armere mensen – die doorgaans minder CO2 uitstoten – het meest van deze regeling zullen profiteren.

6 miljoen minder armen
Door belastingen te heffen op de grootste uitstoters en de opbrengst eerlijk onder armen te verdelen, kunnen we dus zowel klimaatverandering, als armoede aanpakken. De onderzoekers berekenden dat een rechtvaardige herverdeling van de nationale inkomsten uit koolstofprijzen er zelfs toe zou kunnen leiden dat er in 2030 zo’n 6 miljoen mensen minder in armoede hoeven te leven. De binnenlandse inkomsten blijken echter onvoldoende om armoede helemaal in de kiem te smoren. Zeker in Sub Sahara Afrika; de regio die het hardst door armoede getroffen wordt. En dus pleiten de onderzoekers tevens voor een eerlijke, internationale lastenverdeling.

Financieel compenseren
“Om de kosten van klimaatverandering op een eerlijke manier te delen, moeten geïndustrialiseerde landen ontwikkelingslanden financieel compenseren,” stelt onderzoeker Nico Bauer voor. En dit zet wel degelijk zoden aan de dijk. Uit modellen blijkt dat het al voldoende is als een kleine fractie – zo’n 5 procent – van de inkomsten uit emissieprijzen van geïndustrialiseerde landen naar landen in Sub Sahara Afrika wordt overgemaakt. Dit zal vervolgens kunnen leiden tot een vermindering van de armoede met maar liefst 45 miljoen mensen in 2030.

“Onze studie toont aan dat klimaatactie en het terugdringen van extreme armoede hand in hand kunnen gaan”

Gaat het lukken?
De bevindingen uit de studie zijn bijzonder rooskleurig. “Onze studie toont aan dat klimaatactie en het terugdringen van extreme armoede hand in hand kunnen gaan,” onderstreept Soergel. “Er bestaat een win-winsituatie, waarin klimaatbescherming en het terugdringen van extreme armoede mogelijk is, mits een belasting op de uitstoot van broeikasgassen wordt gecombineerd met nationale en internationale herverdeling van de opbrengsten.” De vraag hierbij is natuurlijk in hoeverre dit idee ook daadwerkelijk omarmd zal worden. “Of onze voorstellen worden uitgevoerd, hangt uiteindelijk af van de politieke wil, zowel aan de nationale kant als wat betreft internationale samenwerking,” aldus Soergel.

Uitbannen van armoede
In ieder geval toont de studie aan dat er een manier bestaat om extreme armoede terug te dringen. Iets dat al lang op de agenda staat. “Onze studie toont aan dat klimaatbeleid in combinatie met nationale en internationale herverdeling een belangrijk aspect is om het aantal mensen dat in armoede leeft te verminderen,” concludeert Soergel. “Ook omdat het arme mensen beschermt tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering.” Tegelijkertijd blijft de onderzoeker realistisch. “Dit beleid is niet voldoende om alle armoede te laten verdwijnen,” zegt hij. “Dat zou ook veel hogere investeringen vergen in onderwijs (vooral voor meisjes), gezondheidszorg, infrastructuur, schone energie, etc. Ontwikkelingslanden hebben moeite om deze investeringen zelf te financieren, dus steun van hoge inkomenslanden is daarbij nodig.”

Of het dus gaat lukken om armoede tegen 2030 volledig te verjagen, blijft nu nog onzeker. “Het lijkt steeds onwaarschijnlijker dat dit door de VN gestelde doel al over tien jaar zal worden bereikt,” stelt Soergel. “Maar regeringen kunnen meer inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat dit doel wel zo snel mogelijk in zicht komt. We moeten dan ook verder kijken dan 2030 en blijven werken om extreme armoede uiteindelijk volledig uit de wereld te helpen.”