Hoe massieve sterren ontstaan was altijd één van de grootste mysteries in de moderne astronomie. Wetenschappers hebben het raadsel nu opgelost door de massieve protoster W33A te onderzoeken vanuit het Gemini observatorium. Uit de observaties blijkt dat zware sterren net zo ontstaan als lichte sterren, zoals de zon.

“Het probleem is dat de meeste massieve sterren sneller ontstaan dan lichte sterren”, vertelt Ben Davies van de universiteit van Leeds. “Zodra de wolken optrekken, is de ster al helemaal af. Wie wil zien hoe een massieve ster zich vormt, moet door de donkere wolken om de protoster heen kijken.”

Davies leidde een international team van wetenschappers. De wetenschappers observeerden de massieve protoster W33A in infrarood licht en met zeer gevoelige adaptieve optiek. Ze vonden iets dat leek op een “lekker kopje thee, precies waar we naar op zoek zijn”, aldus teamlid Malvin Hoare van de universiteit van Leeds.

Davies’ team berekenden dat de protoster minimaal tien keer zo massief is als de zon en nog steeds groeiende is. Dit is de eerste keer dat de vorming van zo’n grote ster in detail wordt gezien. “We zien de massieve ster terwijl die zich vormt. Hij is omringd door een schijf van materie van waaruit gas naar de ster toe stroomt”, vertelt Davies. “Ook ontsnapt er gas met snelheden tot 300 kilometer per seconde aan de polen van de ster. Dit verschijnsel zien we ook bij veel kleinere sterren.”

W33A bevindt zich op een afstand van 12.000 lichtjaar bij ons vandaan in het sterrenbeeld Boogschutter. De massieve ster in de nevel is niet met het blote oog te zien. Toch ontsnapt er genoeg infrarood licht. Dit licht wordt niet tegengehouden door de donkere gaswolken.