Mogelijk hielpen deze reusachtige vleeseters planten bij de verspreiding van hun zaden.

Sommige planten vertrouwen op dieren om hun zaden te verspreiden. De dieren eten de sappige vruchten op en poepen de zaden elders weer uit. Hoe ver de zaden verspreid worden, hangt af van diverse factoren, zoals de periode tussen het opeten en het uitpoepen van de zaden. Japanse wetenschappers bestudeerden de lengte van deze periode – de zogenaamde zaadretentietijd – in diverse diersoorten en extrapoleerden hun resultaten uiteindelijk naar dinosauriërs. Uit de berekeningen bleek dat een reis door het spijsverteringsstelsel van een Tyrannosaurus rex ongeveer 4 à 5 dagen duurt.

Boven: een Java-aap. Afbeelding: Charles J. Sharp (via Wikimedia Commons). Onder: een Taiwanese makaak. Afbeelding: KaurJmeb (via Wikimedia Commons).

Dataset van 112 soorten
Grotere dieren hebben een langere zaadretentietijd. Dat lijkt logisch: hoe groter het dier, hoe langer het spijsverteringsstelsel en hoe langer het zaadje onderweg is. Maar de relatie tussen zaadretentietijd en de grootte van een dier is niet zo rechttoe rechtaan. De Java-aap doet er bijvoorbeeld anderhalve dag over om een zaadje uit te poepen. De Taiwanese makaak is twee keer zo zwaar als de Java-aap en je zou dus verwachten dat deze soort ongeveer twee keer zoveel tijd nodig heeft om een zaadje uit te poepen. Maar dat blijkt niet het geval te zijn, de Taiwanese makaak doet er ook anderhalve dag over. Om uit te zoeken hoe de relatie tussen zaadretentietijd en grootte precies werkt, verzamelden de onderzoekers gegevens over de zaadretentietijd van 112 soorten vogels, zoogdieren, reptielen en vissen.


Effect van dieet
Uit de resultaten bleek dat de relatie tussen zaadretentietijd en grootte varieert per diergroep. Reptielen doen er het langst over om een zaadje te verteren. Dit is mogelijk een gevolg van hun koudbloedigheid waardoor hun spijsverteringsstelsel wat trager werkt. Vogels zijn de snelste verteerders. De onderzoekers vonden ook een effect van dieet bij vogels: vruchtenetende vogels hebben een kortere zaadretentietijd in vergelijking met planteneters (bijvoorbeeld eenden en ganzen). Plantaardig materiaal, zoals gras, is moeilijk verteerbaar en vereist dus wat meer tijd dan vruchten.

Dinosauriërs
Aangezien vogels de moderne afstammelingen van dinosauriërs zijn, pasten de onderzoekers het model van de vogels toe op diverse dinosaurussoorten waaronder de reusachtige planteneter Therizinosaurus cheloniformis (5000 kg) en de bekende Tyrannosaurus rex (7700 kg). De berekeningen toonden aan dat een T. rex 4 à 5 dagen nodig heeft om een zaadje te verteren. Deze roofdieren zouden zaden dus best wel een eindje kunnen verspreiden. Maar wacht eens even. Een T. rex is toch een vleeseter? Waarom zou deze dinosaurus planten eten? Waarschijnlijk at de T. rex geen planten, maar kreeg hij af en toe wat zaadjes binnen wanneer hij zich te goed deed aan een plantenetende prooi.

Over de veelzijdige auteur

Dit artikel is geschreven door Jente Ottenburghs. Hij promoveerde aan de Universiteit Wageningen waar hij onderzoek deed naar de evolutie van ganzen. Na een stage bij de wetenschapsredactie van de Volkskrant werkt hij nu aan de Uppsala Universiteit (Zweden). Voor Scientias.nl schrijft hij regelmatig over fascinerende studies. Daarnaast heeft hij zojuist de laatste hand gelegd aan een fantasy-roman, De Draak met de Blauwe Schub. En er is zelfs een uitgeverij die het boek in 2019 op de markt wil brengen. Deze uitgeverij (Beefcake Publishing) werkt met crowdfunding: hoe meer geld er verzameld wordt, hoe meer boeken er gedrukt zullen worden. Voor een bijdrage van 20 euro krijg je sowieso de eerste druk van Jente’s boek. Lees je graag fantasy of wil je gewoon het boekproject van Jente steunen, dan kan je hier een bijdrage leveren.