De langste hittegolf ooit duurde van 31 oktober 1923 tot 7 april 1924. Daarmee is deze periode van extreme hitte 160 dagen lang. Gedurende deze periode gaf de temperatuur altijd 37.8 graden Celsius of meer aan. Het record werd gezet in Marble Bar, in het westen van Australië.

Temperaturen van 37 graden Celsius of hoger zijn niet ongewoon in Marble Bar. Gemiddeld heeft het stadje 154 dagen per jaar met deze temperaturen te maken. Dat het in 1923 en 1924 zo uit de hand liep, heeft alles te maken met de moesson.

Moesson
Normaal gesproken voorkomt de moesson dat Marble Bar onder extreme temperaturen gebukt gaat; het natuurverschijnsel zorgt voor vochtige lucht, bewolking en regen. Maar in het jaar 1923 bleef de moesson noordelijker hangen, waardoor Marble Bar op geen enkele verlichting hoefde te rekenen: geen wind, geen wolken en geen regen.

Storm
In deze 160 dagen viel slechts 79 millimeter regen. Het meeste water kwam daarbij tijdens twee zware, maar korte stormen naar beneden. De hittegolf heeft dan ook een hoop slachtoffers geëist. Met name veel dieren legden het loodje.

De hoogste temperatuur die tijdens de hittegolf gemeten werd, trof het land op 18 januari 1924. Toen stond er 47.5 graden Celsius op de thermometer.