In 1971 zorgt een defect ventiel ervoor dat op een hoogte van 168 kilometer de luchtdruk uit de Soyuz 11-capsule verdwijnt. Binnen twaalf minuten is er geen enkele druk meer. Binnen 30 tot 40 seconden is de driekoppige bemanning overleden. Kan het ook anders?

De bemanning van de Soyuz-capsule overleed door hypoxie: een tekort aan zuurstof. “Je hebt zowel zuurstof als luchtdruk nodig om zuurstof naar het brein te transporteren,” vertelt Jonathan Clark, voormalig arts in dienst van een ruimtevaartorganisatie.

Technicus
Voor de bemanning van de Soyuz-capsule kwam hulp te laat, maar dat wil niet zeggen dat mensen een vacuüm ten allen tijde met de dood moeten bekopen. In 1966 probeerde een technicus van NASA een ruimtepak uit in een vacuümkamer. De luchtdruk daalde zodat er een situatie ontstond die ook op 36.500 meter hoogte geldt. Het pak werkte niet naar behoren en de technicus raakte binnen vijftien seconden buiten westen. Het laatste wat hij opmerkte, was dat zijn speeksel kookte. Dat komt doordat de lage luchtdruk water laat verdampen.

Bleek
De kamer werd razendsnel weer van druk voorzien en 27 seconden nadat de druk was hersteld, kwam de technicus weer bij. Hij was wat bleek, maar hield er niets aan over.

Longen
Zodra de luchtdruk daalt, vormen zich in het bloed luchtbubbels die de longen binnen enkele minuten ernstige schade toebrengen. Ook het zenuwstelsel raakt beschadigd. Wanneer de luchtdruk heel plotseling heel sterk daalt, explodeert de lucht die in de longen zit, binnen enkele seconden.

In zo’n situatie is het onmogelijk om te overleven. Maar wanneer medische hulp stand-by is en de luchtdruk geleidelijk afneemt, kan een mens het net een minuut in een vacuüm volhouden.