Informatie is belangrijk en overal beschikbaar: van de mobiele telefoon tot de billboards in de stad. En dan rijst de vraag: waar ligt de grens? Hoeveel informatie kunnen wij mensen op al die apparaten opslaan en ontstaat er ooit een tekort aan informatiedragers? Wetenschappers hebben zich over die vragen gebogen en komen met duizelingwekkende cijfers.

“We leven in een wereld waar de economie, politieke vrijheid en culturele groei steeds afhankelijker wordt van onze technologische vaardigheden,” stelt onderzoeker Martin Hilbert. Geen wonder dat we met een explosie aan informatie te maken krijgen. Hoeveel daarvan kunnen we eigenlijk opslaan?

295 exabyte
Hilbert en zijn collega’s berekenden het door en stellen dat de mensheid zowel op digitale als analoge manieren in staat is om zeker 295 exabyte aan informatie op te slaan. Maar dat is geen reden om naast onze schoenen te gaan lopen: het is slechts minder dan één procent van de informatie die in alle DNA-moleculen van de mens zit opgeslagen.

Digitaal
De onderzoekers keken ook naar de manier waarop informatie wordt opgeslagen. Zo maakten we eind vorige eeuw vooral gebruik van analoge apparaten. Zo rond 2002 begon dat om te slaan: toen gebruikten we voor het eerst meer digitale opslagmogelijkheden. En in 2007 sloegen we zo’n 94 procent van alle informatie digitaal op.

Televisie
Bij die informatie moeten we niet alleen aan geschreven tekst denken. In 2007 verstuurde de mensheid via broadcast-technologie zoals televisie en GPS zo’n 1,9 zettabyte aan informatie. Dat is genoeg informatie om voor ieder mens op de wereld 174 kranten te vullen. En wat te denken aan de informatie die we één op één (bijvoorbeeld met ons mobieltje) uitwisselen? In 2007 werd er op deze manier zo’n 65 exabyte aan gegevens verstuurd.

Computers
Computers spelen natuurlijk een grote rol als het gaat om informatie-opslag. Uit de studie blijkt dat wij mensen daar ook een hoop tijd aan besteden. Zo verwerkten alle computers ter wereld samen in 2007 gemiddeld 6.4 x 10^18 instructies per seconde. Als wij al deze instructies met de hand hadden moeten uitvoeren, waren we lang beziggeweest: ongeveer 2200 keer de periode vanaf de Big Bang tot vandaag.

“Deze cijfers zijn indrukwekkend, maar nog steeds minuscuul als je het vergelijkt met de magnitude waarmee de natuur informatie verwerkt.” Wel merkt Hilbert op dat de natuur vrij constant blijft, terwijl de mens steeds meer manieren vindt om steeds groter wordende hoeveelheden informatie op te slaan.