Een nieuwe genetische studie beschrijft drie nieuwe soorten muismaki’s op Madagaskar. Maar gaat het hier wel om aparte soorten?

Muismaki’s zijn kleine primaten die ’s nachts door de bossen van Madagaskar zwerven. Biologen erkenden eerst twee soorten: de Dwergmuismaki en de Rode Muismaki. Maar naarmate deze dieren beter bestudeerd werden, groeide het aantal erkende soorten tot meer dan twintig. Een recente studie, gepubliceerd in het vakblad Molecular Ecology, voegt nog eens drie soorten aan de lijst toe.

Evolutionaire stambomen
Scott Hotaling (Duke Lemur Center in Durham, VS) verzamelden met collega’s genetische data van muismaki’s doorheen Madagaskar. Vervolgens analyseerden ze deze genetische gegevens met behulp van een statistisch model, de Multispecies Coalescent. Dit model is gebaseerd op de leeftijden van gemeenschappelijke voorouders in evolutionaire stambomen.

Mijn eigen familie leent zich perfect om de werking van de Multispecies Coalescent te illustreren. Ik heb een zus (Stien) en twee nichtjes (Joke en Nele). De meest recente gemeenschappelijke voorouder van mijn zus en ik is mijn vader (Dirk), terwijl de meest recente gemeenschappelijke voorouder van mijn nichtjes mijn tante (Linda) is. Daarnaast deel ik ook een gemeenschappelijke voorouder met mijn nichtjes, namelijk mijn grootvader (Arthur). Omdat ik nauwer verwant ben aan mijn zus dan aan mijn nichtjes, is de gemeenschappelijke voorouder met mijn zus recenter dan die met mijn nichtjes. Een genetische analyse van mijn familie zou dit patroon moeten bevestigen.

Door deze analyse toe te passen op een evolutionaire tijdschaal van duizenden tot miljoenen jaren, komen clusters van individuen met een meest recente gemeenschappelijke voorouder naar voren. Deze clusters zouden wel eens aparte soorten kunnen vertegenwoordigen. In 2012 voerden wetenschappers bijvoorbeeld een gelijkaardige analyse uit met genetische data van mensen, chimpansees en gorilla’s. Uit de studie kwamen drie duidelijke clusters tevoorschijn die – je raadt het al – mensen, chimpansees en gorilla’s vertegenwoordigen.

Populaties zijn geen soorten
In de analyses van de muismaki’s verschijnen drie nieuwe clusters. Dus drie nieuwe soorten? Die conclusie kan niet meteen getrokken worden, waarschuwen Jeet Sukumaran en Lacey Knowles van de Universiteit van Michigan in het vakblad PNAS. Dit statistische model bakent populaties af, maar dat zijn niet noodzakelijk soorten. Met andere woorden, Hotaling en collega’s hebben drie nieuwe muismaki-populaties ontdekt. Of deze populaties ook aparte soorten zijn, is nog maar de vraag.

De genetische analyse is slechts een deel van het verhaal. Als de onderzoekers ook kunnen aantonen dat de pas ontdekte populaties in uiterlijk of gedrag verschillen of als muismaki’s van deze populaties onderling niet vruchtbaar zijn, dan kunnen we pas spreken van aparte soorten. Deze werkwijze, die integrerende taxonomie wordt genoemd, vraagt onafhankelijke bewijslast uit verschillende disciplines vooraleer men beslist om nieuwe soorten erkennen. De taxonomie van de muismaki’s kan dus nog steeds veranderen.

Jente Ottenburghs promoveerde aan de Universiteit Wageningen waar hij onderzoek deed naar de evolutie van ganzen. Na een stage bij de wetenschapsredactie van de Volkskrant werkt hij nu als postdoc aan de Uppsala Universiteit (Zweden). Meer weten over Jente? Neem een kijkje op zijn website: https://jenteottenburghs.wordpress.com/.