Morgen is het zover en zal de Hoge Raad het vonnis vellen. Maar zijn de eisen van Urgenda überhaupt nog wel haalbaar?

De voortslepende rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat bereikt morgen een hoogtepunt. De hoogste Nederlandse rechter zal dan namelijk in de omstreden ‘klimaatzaak’ een vonnis vellen. Of de Nederlandse Staat nog kans maakt om te winnen valt te bezien. Want ondertussen stelde de rechter Urgenda al tweemaal in het gelijk. Als Urgenda de zaak ook dit keer naar zich toetrekt, moet het kabinet dus echt aan de bak. Maar wat is er nu eigenlijk nog haalbaar?

Eis
De Klimaatzaak sleept al jaren voort. Het begon allemaal met een ambitieus plan van actiegroep Urgenda, die zich gesteund weet door zo’n 900 mede-eisers. De actiegroep wil een harder klimaatbeleid afdwingen in de rechtbank. Zo dwong Urgenda via de rechter af dat de Nederlandse staat meer moet doen om burgers tegen klimaatverandering te beschermen en de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25% moet zijn afgenomen ten opzichte van 1990. Die uitstoot was in 2018 ongeveer 15 procent lager dan in 1990. Bij een ongewijzigd beleid komt Nederland waarschijnlijk niet verder dan een beperking van 17 procent. En dat betekent dat, wat de rechter morgen ook zal beslissen, het hoogstwaarschijnlijk heel lastig gaat worden om in zo’n kort tijdsbestek de eis van Urgenda te realiseren. “Het is eigenlijk niet haalbaar,” vertelt energie-expert Gert-Jan Kramer verbonden aan de Universiteit Utrecht tegen Scientias.nl. “Misschien alleen met cosmetische trucs, waarvan de belangrijkste is het sluiten van elektriciteitscentrales en importeren van stroom uit het buitenland. Om de reductie van 25% te halen moet alle extra vermindering uit de elektriciteitssector komen. Die moet van 45 Mton in 2018 naar 25 Mton in 2020. Dat is vrijwel, zo niet volledig, onvoorstelbaar.”


Tabel van het PBL in de KEV (Klimaat en Energie Verkenning).

De vraag is dan ook of de eis van Urgenda enigszins bijgesteld gaat worden. “Het Urgenda-vonnis (als dat door de Hoge Raad wordt overgenomen) zegt juist dat met de doelstellingen niet te rommelen valt,” zegt Kramer. “Die moeten gehaald worden. Maar ja, als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. En zo zal het waarschijnlijk gaan. We halen het niet, maar we geven dat pas achteraf toe.”

Symbolisch?
Daarnaast valt te beargumenteren dat de eis van Urgenda misschien meer een symbolische waarde heeft. Volgens Urgenda vormt klimaatverandering een bedreiging en is het de plicht van de overheid om ons tegen die dreiging te beschermen. De schade die klimaatverandering aanricht wordt ook steeds duidelijker zichtbaar. En dat blijkt niet alleen uit de smeltende ijskappen, stijgende zeespiegel en extremere weersomstandigheden. De vervuilde lucht leidt bijvoorbeeld tot 8,8 miljoen extra sterfgevallen per jaar. Bovendien tast klimaatverandering de gezondheid van kinderen aan, die veel vatbaarder zijn voor ziekten en milieuverontreinigende stoffen. Naarmate de temperatuur stijgt, zullen ook de oogsten krimpen waardoor de voedselveiligheid in gevaar komt en voedselprijzen stijgen. Ook in Nederland gaan we de gevolgen van klimaatverandering voelen. Urgenda vestigt hier de aandacht op en probeert de Nederlandse Staat middels de zaak harder aan te zetten tot actie om ons aandeel aan klimaatverandering aan te pakken. Als de actiegroep nu ook door de hoogste rechter in het gelijk wordt gesteld, gaat het misschien niet eens zozeer over die ene eis, maar meer over het feit dat er nu echt wat moet gebeuren om de uitstoot fors terug te dringen en klimaatverandering een halt toe te roepen.

Tussendoel
Uiteindelijk gaat het er dus om dat we als land langzaam over gaan naar een duurzamere manier van leven. En dat is misschien wel belangrijker dan de 2020-doelstelling van Urgenda. “In mijn optiek is de 2020-doelstelling irrelevant,” zegt Kramer. “Het doel moet zijn hoe we op een doelmatige en door de bevolking gedragen manier, de emissies zo snel mogelijk duurzaam terug kunnen brengen. Dat vraagt decennia-lang verstandige besluitvorming, en niet een spurt voor een volstrekt arbitrair tussendoel. Dat wil echter niet zeggen dat het niet beter was geweest als de regering eerder serieus werk had gemaakt van het halen van de 2020-doelstelling. Maar nu is het te laat.”


“Het vraagt decennia-lang verstandige besluitvorming, en niet een spurt voor een volstrekt arbitrair tussendoel”

Rechter
Dat dit alles echter in een rechtszaal uitgevochten moet worden, is weliswaar enigszins merkwaardig. De overheid vindt het namelijk een zaak van het parlement. Maar anderen betogen dat klimaatverandering zo groot en zo gevaarlijk is dat het de rechten van burgers aangaat. En dus kwam de zaak voor de rechter. “Als burger verbaas ik me erover dat de rechter hier zo’n expliciete uitspraak over doet,” zegt Kramer. “Daarnaast weet ik dat dit ook veel juristen verbaast. Linksom, of rechtsom: dit is politiek,” stelt hij. Dat is trouwens ook wat Eric Wiebes, de minister van Economische Zaken en Klimaat, vorig jaar in een korte brief betoogde. volgens Wiebes gaat de rechter min of meer op de stoel van de politicus zitten. Een doodzonde volgens de driemachtenleer of trias politica, waarin rechterlijke-, wetgevende en uitvoerende macht strikt van elkaar gescheiden zijn, om zo elkaars functioneren te kunnen controleren. Van een schending van de trias politica is echter helemaal geen sprake, zo verzekert Marjan Minnesma, directeur van Urgenda. Ten eerste heeft de rechter die 25%-reductie niet bedacht – die komt uit de koker van de overheid zelf – en ten tweede laten zowel de rechter als Urgenda zich niet uit over de wijze waarop de politiek die 25%-reductie moet realiseren. Want inderdaad: dat is aan de wetgevende macht.

Aanklagen
Het aanklagen van grote vervuilers is relatief nieuw. Maar tegenwoordig stappen milieu- en klimaatorganisaties steeds vaker naar de rechter om veranderingen in het overheidsbeleid af te dwingen. Het overkwam de Nederlandse Staat in 2013. En deze ‘Klimaatzaak’ staat niet op zichzelf. Inmiddels zijn er in 24 landen al zo’n 850 klimaatzaken aangespannen. Hieruit blijkt dat het klimaat en klimaatverandering steeds vaker erkend wordt als een mensenrechten-aangelegenheid. En in die hoek speelt de rechter een belangrijke rol. Is de tijd dan nu aangebroken dat de grote vervuilers op aarde voor de rechter worden gesleept?

Interessant is natuurlijk hoe dit verhaal zich verder gaat ontvouwen en wat de hoogste Nederlandse rechter morgen gaat beslissen. In ieder geval gaat de overheid het energiesysteem ombouwen; dat blijkt uit de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. De vraag is echter hoe snel we kunnen omschakelen. “Het Klimaatakkoord is een goede aanzet – niet meer dan dat – om de tussendoelen van 2030 te halen,” zegt Kramer. Het doel is om in 2030 49 procent minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990. Om dit te halen moet in 2030 onder andere 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komen. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Ook auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom en ook gebouwen gaan van het gas af. Het volledig ombouwen van het energiesysteem zal nog zeker tot 2050 in beslag nemen. Dat gaat Urgenda misschien niet snel genoeg. Maar na het jarenlange getouwtrek voor de rechterlijke bühne moeten we het – zoals Kramer al opmerkte – misschien maar doen met wat kan.