De moraal: is dat iets typisch menselijks of niet? Vraag het een groepje wetenschappers en je krijgt geheid een fikse discussie om je oren. Eentje die nog wel een tijdje voort blijft slepen…

Het onlangs verschijnen van het laatste boek van Frans de Waal “De bonobo en de tien geboden” heeft een fikse discussie doen ontbranden. Zijn belangrijkste conclusie is dat we ons voor de herkomst van moraliteit niet hoeven te beroepen op ons speciale menszijn: die is terug te voeren op het naaste dierenrijk. En dus uit onze roots als (mens)aap. In een interview in de Volkskrant eind april beweert hij bovendien dat bewustzijn zeker niet iets specifiek menselijks is en dat sommige dieren net zo’n (rijk) gevoelsleven hebben als wij mensen. Recent onderzoek van het brein van olifanten illustreert volgens hem dat óok bijzondere intelligentie niet uniek is voor Homo sapiens. Naast hersenomvang word vaak het zeer dichte neuronen hersennetwerk van de mens als een beslissend onderscheid aangevoerd. Nu blijken olifanten een nog veel dichter netwerk te bezitten!

Zijn olifanten slimmer dan wij zijn?

Zijn olifanten slimmer dan wij zijn?

Felle reacties rondom de oorsprong van moraal
Twee Nederlandse wetenschappers reageerden fel op zijn publicatie. De hoogleraar cognitieve neurobiologie Johan Bolhuis en zijn collega in de filosofische ethiek Marcus Düwell beweren dat het een gevaarlijke denkweg is om de moraal aan de dierenwereld te ontlenen. Blijkbaar is voor hen de menselijke conditie maatgevend daarvoor. Ze zien een sprong voorwaarts in de menselijke evolutie waarbij taal centraal stond. Daarbij beroepen ze zich onder andere op het werk van de beroemde taalkundige Noam Chomsky. Die opperde de mogelijkheid van een plotselinge macromutatie die het taalgen bij ons in éen klap “installeerde”. Pouwel Slurink die een boek schreef over de menselijke evolutie, te weten “Aap zoekt zin“, heeft op zijn beurt grote bezwaren tegen hun zienswijze. Ik volgde afgelopen najaar een serie colleges bij hem die vooral een halve eeuw sociobiologisch onderzoek belichtte. Sociobiologie richt zich kort gezegd op de kosten en baten van sociaal gedrag van soorten, ook die van de mens. Het is, zeker in de beginfase, een omstreden onderzoeksterrein geweest. Vooral omdat het uitgaat van instinctieve, erfelijke invloeden op ons gedrag als Homo sapiens. Dat lag vijftig jaar geleden lastig want in die jaren was de dominante opvatting dat omgevingsfactoren doorslaggevend zijn. In deze tijd is er veel erkenning voor het bestaan van die erfelijkheid. Genetisch (DNA) onderzoek heeft daar zeker aan bijgedragen.

Is de evolutionaire ontwikkeling van Homo sapiens ten opzichte van andere mensachtigen wel zo uniek geweest?

De sociobiologie kan moraal verklaren
Slurink bestrijdt dus de redeneertrant van beide professoren en stelt dat ze veel van de nieuw verworven sociobiologische inzichten hebben gemist dan wel verkeerd interpreteren. Het ontstaan van moraliteit valt goed te verklaren vanuit de sociobiologie c.q. de evolutieleer vindt hij. Verderop in dit artikel ga ik op die verklaring in. Daarnaast betoogt hij dat evolutie een kwestie is van zeer lange adem en dat het onwaarschijnlijk is dat ons taalvermogen zich zo plots heeft ontwikkeld. En je kunt je afvragen of de evolutionaire ontwikkeling van Homo sapiens dan zo uniek is geweest ten opzichte van andere mensachtigen. Het strookt bijvoorbeeld niet met wat we steeds opnieuw over Neanderthalers te weten komen, zou ik er aan willen toevoegen: die hadden ook taal en kenden complexe sociale en cognitieve processen. Ziehier twee recente voorbeelden om dit te illustreren. Ten eerste: door de RU Leiden is in samenwerking met de TU Delft vastgesteld dat Neanderthalers bruinsteen uit de wijde omgeving verzamelden om daarmee het maken van vuur te versnellen. Het is markant dat kennis over een dergelijk procedé bij wat wij natuurvolkeren noemen niet (meer) wordt aangetroffen. En ten tweede: in een Zuid-Franse grot is het oudst bekende bouwwerk aangetroffen (175.000 jaar oud), gemaakt dus door Neanderthalers.

Een reconstructie van de 'bouwwerken' die recent in een grot in Frankrijk zijn teruggevonden en gemaakt zijn door Neanderthalers. "Deze ontdekking suggereert dat Neanderthalers in deze groep elkaar hielpen en reeds een sociale organisatie hadden ontwikkeld die zeker ‘moderner’ was dan we eerder dachten," vertelde één van de onderzoekers hierover. Afbeelding: Etienne FABRE CASS.

Een reconstructie van de ‘bouwwerken’ die recent in een grot in Frankrijk zijn teruggevonden en gemaakt zijn door Neanderthalers. “Deze ontdekking suggereert dat Neanderthalers in deze groep elkaar hielpen en reeds een sociale organisatie hadden ontwikkeld die zeker ‘moderner’ was dan we eerder dachten,” vertelde één van de onderzoekers hierover. Afbeelding: Etienne FABRE CASS.

Welke zenuw wordt hier geraakt?
De vraag naar de oorsprong van moraal raakt een gevoelige zenuw. Hoe zou dat komen? Op de eerste plaats lijkt me het thema ‘moraal’ actueel. Ik denk dat grote globale veranderingen daarin een rol spelen. Hoe zien onze waarden en onze identiteit eruit vergeleken met andere landen en delen van de wereld? Een collectief moreel kompas lijken we daarnaast min of meer kwijt te zijn. We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen maar het is niet veel langer dan een eeuw, en soms maar een halve eeuw geleden dat de kerk veelal die rol van moreel kompas vervulde. De transitie naar een steeds sterker seculier wereldbeeld waarin het zogenaamde “ietsisme” de overhand heeft gekregen is een enorme overgang. Ietsisme houdt in dat de meeste Nederlanders niet meer kerkelijk zijn maar nog wel geloven dat er “iets” is. Geloof is dus een persoonlijke aangelegenheid geworden en niet meer een collectief gebeuren. Dat heeft een zekere leegte nagelaten waarin we opnieuw de regels voor ons moreel handelen (hebben) moeten zien uit te vinden.
Charles Darwin heeft met zijn “On the origin of species” dé grote aanzet heeft gegeven voor deze omwenteling. Hij betoogde dat we afstammen van een lijn van (mens)apen en dat we in feite een soort doorontwikkelde aap zijn. Ook Homo sapiens is onderhevig aan de wetten van de natuurlijke selectie en hij plaatste ons zo midden in de natuur. God was niet meer nodig. Dát was een trendbreuk vergeleken met een religieus wereldbeeld waarin we als een uniek schepsel boven en ook buiten het overige dierenrijk staan inclusief een set aan unieke, morele eigenschappen.

Wat leert de evolutie ons over onszelf?
In zijn colleges, en ook in zijn boek, noemt Slurink Homo Sapiens regelmatig een hoogontwikkelde roofaap. Daarmee verwijst hij enerzijds naar de minder sympathieke kanten van H. sapiens want vergeleken met het overige dierenrijk zijn we in staat tot ongekende gewelddadigheden. Een tweede punt is dat de identiteit van Homo sapiens sterk mede bepaald is door het feit dat we vleeseters zijn geworden. Eerst als aaseters. Maar later ook door jachtpraktijken te ontwikkelen: we zijn jagers/verzamelaars geworden. Dat geldt ook voor de Neanderthalers die zeer bedreven waren in de jacht, inclusief die op mammoeten en ander groot wild; bewijzen daarvoor zijn (in Europa) ten overvloede te vinden. Pas ongeveer 10.000 jaren geleden is de landbouw uitgevonden. In het licht van onze vorming als soort die honderdduizenden jaren en meer duurde is dat héel kort geleden.

Het moment waarop onze voorouders vlees gingen eten, was hoogstwaarschijnlijk een keerpunt in onze evolutie.

Het moment waarop onze voorouders vlees gingen eten, was hoogstwaarschijnlijk een keerpunt in onze evolutie.

Vlees gaf onze soort een concurrerende voorsprong: er wordt aangenomen dat de geleidelijke toename van vleesconsumptie bij onze voorouders een grotere herseninhoud heeft gestimuleerd. Onze hersenen vergen verreweg de meeste energie van alle organen. Dierlijke vetten vormen daartoe een zeer krachtige, efficiënte voedingsbron. Die grotere hersenen boden ons intellectueel én sociaal voordelen. Een belangrijk sociobiologisch inzicht betreft het feit dat de toename van de hersenomvang samenvalt met het kunnen leven in grotere groepen mensachtigen. Dat samenleven in groepen mens(achtig)en vergt veel op het gebied van sociale vaardigheden zoals conflicthantering en je kunnen inleven in een ander. De sociobioloog Trivers noemt dit laatste aspect “reciprocal altruism”. Dat omvat het vermogen tot empathie en het principe ‘voor wat hoort wat” te kunnen hanteren. Zie hier in een notendop een evolutionaire verklaring voor het ontstaan van moraliteit.

De oorsprong van de mens

Wetenschappers die onderzoek doen naar de oorsprong van de mens bevinden zich in een vakgebied dat enorm in beweging is. Er worden aan de lopende band nieuwe ontdekkingen gedaan die zeer regelmatig ons op eerdere ontdekkingen gestoelde beeld van de evolutie van de mens aan het wankelen brengen. Rob Oele schreef daar begin dit jaar al een zeer boeiend artikel over. Lees het hier.

Evolutionair psychologen doen ook een duit in het zakje
Het belangrijkste nieuwe inzicht op het gebied van Human origins vind ik dat er meerdere, wellicht zelfs heel veel mensachtigen naast elkaar hebben bestaan die het bovendien met elkaar deden. Onze ontstaansgeschiedenis heeft zo meer weg van een hybride web dan van een rechte lijn naar éen punt dat exclusief naar Afrika terug leidt. Dit zet ook de exclusieve Out of Africa-theorie onder druk. Daarmee vervaagt ook een gemakkelijk aanwijspunt in plaats (dáár in oostelijk Afrika) én tijd (ergens rond de 150.000 jaar geleden) dat ons speciale, unieke menszijn kan verklaren.
Evolutionair psychologen zoeken die uniekheid momenteel vooral in de ontwikkeling van zogenaamde “symbolische” vermogens bij onze voorouders. Dit manifesteert zich onder meer in het gebruik van sieraden en andere kunstuitingen zoals uiteindelijk grotschilderingen. De evolutionair psycholoog Mart Rossano denkt daarnaast dat het ontstaan van “kostbare” rituelen inclusief het gezamenlijk ervaren van mystieke momenten onderscheidend voor ons was als Homo sapiens (ten opzichte van bijvoorbeeld Neanderthalers). Met kostbaar wordt hier bedoeld dat ze veel vergden van de betrokkenen, je moest er mentaal en fysiek veel in investeren. Die rituelen zorgden ervoor dat nog grotere groepen zich (symbolisch) verbonden. Het vermogen om grotere groepen te smeden maakte ons zijns inziens ook dominant. Het is een aantrekkelijke hypothese waarom juist “wij” het evolutionair gered hebben, maar het is de vraag of we daarin zo uniek waren. Denk aan de toenemende bewijzen van complex en symbolisch gedrag bij Neanderthalers. En wie weet wat we op dat vlak nog gaan ontdekken over andere mensachtigen de komende jaren.

Homo sapiens is een extreem adaptieve soort
Ikzelf neig ernaar het ontstaan van moraal te verklaren vanuit onze geleidelijke evolutie (als mensachtigen). Op de vraag of we een doorontwikkelde roofaap zijn of een wezen met bijzondere empathische vermogens is mijn idee dat we beide zijn. Want wat Homo sapiens in mijn ogen echt uniek maakt is dat hij bij wijze van spreken van alle (extreme) markten thuis is. Als bijzonder flexibele soort is hij zo in staat zich bijkans aan alle denkbare aardse omgevingen aan te passen. En wie weet later op den duur ook aan de ruimte en andere planeten. Een andere vraag die blijft hangen is hoe taal zich heeft ontwikkeld. Sommigen noemen dit vraagstuk de belangrijkste onopgeloste kwestie in de wetenschap. Ook hier zie je een zekere grensvervaging want (proto)taal wordt inmiddels toegeschreven aan bijvoorbeeld vogels, wolven (ze gebruiken “huil”dialecten) en zeker ook (mens)apen en andere zoogdieren. Het lijkt me uitermate lastig om dit vraagstuk op te lossen. Vergeleken daarbij is het een stuk gemakkelijker om een nieuwe mensensoort te vinden!

Dit artikel is geschreven door Rob Oele. Rob (1953) heeft in de jaren ’70 ontwikkelingspsychologie gestudeerd en is altijd zeer geïnteresseerd geweest in de ontstaansgeschiedenis van de mens. Nu hij sinds kort is gestopt met werken ziet hij zijn kans schoon om zich daar echt in te verdiepen. Hij is van plan om met regelmaat de Scientias.nl-lezers te informeren over zijn bevindingen naarmate hij zich verder verdiept in dit “vakgebied in beweging”.