Nieuw bewijs dat de hond toch een tikkeltje slimmer is dan de kat?

De eeuwige discussie tussen katten-en hondenliefhebbers over wie er nu slimmer is – de hond of de kat – lijkt een nieuwe draai te krijgen in een onderzoek dat zojuist verschenen is in het blad Frontiers in Neuroanatomy. “In deze studie vergeleken we verschillende vleeseters met elkaar om te zien hoe het aantal neuronen in hun hersenen zich verhielden tot de omvang van het brein,” legt onderzoeker Suzana Herculano-Houzel uit.

Honden en katten
Onder de bestudeerde soorten bevonden zich onder meer honden en katten. En dan komt de hond toch als overtuigende winnaar uit de bus. Zo bleken de trouwe viervoeters zo’n 530 miljoen neuronen in de hersenschors te hebben, terwijl een kat het moet doen met slechts 250 miljoen (ter vergelijking: in het brein van de mens zijn 16 miljard neuronen te vinden).

Slimmer?
Maar wat betekent dat nu? Herculano-Houzel denkt dat het absolute aantal neuronen dat een dier – met name in de hersenschors – heeft, onder meer iets zegt over in hoeverre het in staat is om op basis van eerdere ervaringen te voorspellen wat er in een bepaalde situatie gaat gebeuren. “Onze resultaten betekenen mijns inziens dat honden biologisch gezien tot veel complexere en flexibelere dingen in staat zijn dan katten.”

Verhouding
Maar dat is niet de enige conclusie die de onderzoekers op basis van hun studie kunnen trekken. Ze waren immers zoals gezegd met name geïnteresseerd in de verhouding tussen de omvang van het brein en het aantal neuronen. Daarbij hadden ze een heel aannemelijke hypothese in gedachten: de hersenschors van vleeseters herbergt meer neuronen dan die van hun plantenetende prooien. Dat lijkt logisch, omdat jagen cognitief gezien veel meer van een dier lijkt te eisen. Maar het onderzoek schetst een ander beeld. De verhouding tussen het aantal neuronen en hersenomvang was bij kleine en middelgrote vleeseters vergelijkbaar met planteneters. Het suggereert dat er van het brein van prooien die aan hun jagers willen ontkomen net zoveel gevraagd wordt als van het brein van de jagers die deze prooien willen vangen.

Beer heeft relatief weinig neuronen
Verrassend genoeg bleken grote vleeseters – die dus ook een groter brein hadden – naar verhouding weer heel weinig neuronen te hebben. Zo zijn in het brein van een golden retriever meer neuronen te vinden dan in het brein van een leeuw of bruine beer, terwijl het brein van deze grote jagers soms wel drie keer groter is dan dat van de golden retriever. De beer is daar een heel extreem voorbeeld van: zijn brein is tien keer groter dan dat van de kat, maar herbergt evenveel neuronen als dat van de kat. De onderzoekers denken de resultaten wel te kunnen verklaren. Ze wijzen erop dat jagen een hoop energie kost. De meeste energie wordt daarbij opgeëist door het brein dat ook nog eens continu van energie moet worden voorzien. En hoe meer neuronen het brein telt, hoe meer energie het vereist. De hersenontwikkeling van grote vleeseters wordt volgens de onderzoekers dan ook beperkt door de hoeveelheid vlees die zij kunnen consumeren.

Hoewel de onderzoekers tijdens hun studie verschillende patronen vonden, stuitten ze ook op een uitzondering. En wel in de vorm van de wasbeer. Dit dier heeft net zoveel neuronen in de hersenschors als een hond, maar zijn brein is veel kleiner: ongeveer vergelijkbaar met dat van de kat. “De diversiteit is enorm,” moet Herculano-Houzel concluderen. “Niet elke soort is op dezelfde manier totstandgekomen. Ja, er zijn herkenbare patronen, maar er zijn meerdere manieren waarop de natuur hersenen in elkaar heeft gezet en wij proberen uit te zoeken tot welke verschillen dat leidt.”