hond

Als het om het uitsterven van de mammoet gaat, krijgen mensen vaak de schuld. Maar dat is niet helemaal terecht. Nieuw onderzoek suggereert dat de eerste honden een belangrijke bijdrage leverden aan de dood van vele mammoeten.

In het centrale en oostelijke deel van Eurazië werd meer dan één miljoen jaar geleden al door mensen op mammoeten gejaagd. Maar in de periode tussen 45.000 en 15.000 jaar geleden werden mensen er opeens verbazingwekkend goed in. In aardlagen uit die tijd worden in een vrij klein gebied soms wel de resten van honderden mammoeten teruggevonden. “Eén van de grootste vraagstukken omtrent deze gebieden is hoe met de wapens uit die tijd zulke grote aantallen mammoeten konden worden gedood,” vertelt onderzoeker Pat Shipman.

Techniek
Ze besloot zich in dat vraagstuk vast te bijten en stelde allereerst vast dat de mammoeten niet door een natuurramp of ouderdom of ziekte dood waren gegaan. Alles wees er dus op dat mensen in de eerdergenoemde periode een nieuwe techniek ontwikkelden om deze mammoeten te vangen en te doden en dat die techniek aanzienlijk beter werkte dan de technieken die ze in de duizenden jaren ervoor gebruikt hadden. Maar welke techniek was dat?

Op de foto

Op de foto ziet u de schedel van een hond. Na de dood van deze hond werd een groot bot – mogelijk van een mammoet – in zijn bek geplaatst. Mogelijk was het een soort begrafenisritueel waarmee mensen de hond erkenden als een succesvolle jager op mammoeten. De resten van de hond zijn afkomstig uit Tsjechië en zo’n 27.000 jaar oud.

Hond
Shipman komt met een hypothese: de allereerste honden hielpen mensen om de mammoeten te vangen. Ze baseert haar hypothese op recentelijk Belgisch onderzoek dat aantoont dat grote vleeseters in het gebied waar de mammoeten ontdekt werden geen wolven, maar honden waren. “Honden helpen jagers om hun prooi sneller en vaker te vinden en houden die prooi op zijn plaats door te grommen en aan te vallen terwijl de jagers eraan komen. Beide effecten zouden het succes van de jacht vergroot hebben.” Bovendien wijst het Belgische onderzoek erop dat deze honden bijzonder groot waren. “Ze konden helpen om de prooi naar huis te dragen of het karkas tegen andere roofdieren te beschermen en jagers in staat te stellen op de plek waar de mammoet gedood werd, te overnachten.”

Wolven
De hypothese van Shipman wordt onder meer onderschreven door het feit dat in gebieden waar de resten van veel mammoeten werden ontdekt, ook de resten van veel wolven en vossen werden aangetroffen. “Zowel honden als wolven zijn heel alert op de aanwezigheid van andere gerelateerde vleeseters en zij beschermen hun territorium en voedsel fel. Als mensen met gedomesticeerde honden of zelfs half gedomesticeerde wolven leefden en werkten, mag men verwachten dat er meer wilde wolven gedood werden.”

Nader onderzoek op plekken waar opvallend veel resten van mammoeten zijn teruggevonden, moet aantonen of de hypothese van Shipman klopt. Men zou dan op meerdere plekken met veel resten van mammoeten onder meer de resten van grote honden, wolven en vossen terug moeten vinden.