De maan bevat honderd keer meer water dan wij nu denken. Dit beweren wetenschappers van het Carnegie Instituut. Zij onderzochten door Apollo-astronauten meegebrachte maanstenen. Eén ding is zeker: de maan is allang niet meer zo kurkdroog als wetenschappers veertig jaar geleden dachten.

Volgens de Amerikaanse wetenschappers bestond de maan na vorming voor minstens 0,0005 tot 0,0000064 procent uit water. Dat is minimaal twee keer zo veel als wetenschappers voorheen dachten.

Waar komt het water oorspronkelijk vandaan? Wetenschappers denken dat de hete magma, waaruit de maan 4,5 miljard jaar geleden ontstond, water bevatte. Oftewel: water was altijd al aanwezig op de natuurlijke satelliet van de aarde.

Het onderzoeksteam vergeleek maanstenen met een lunaire meteoriet uit Afrika. Het team zocht naar sporen van hydroxyl, een verbinding die aanwezig is in het mineraal apatiet.

Aarde is winnaar
Natuurlijk is het aardig dat de maan honderd keer meer water bevat, maar toch komt de totale hoeveelheid water niet in de buurt van de watermassa op Mars. Koploper is overigens nog steeds de aarde met 1.260.000.000.000.000.000.000 liter water. Ongeveer 98 procent van al het water op aarde bevindt zich in de oceanen en zeeën. De rest van het water is opgeslagen in de vorm van ijs, in meren, rivieren, onderwaterbronnen en in organismen.