Verschillende bijensoorten dansen in hun eigen dialect wanneer ze soortgenoten informeren over waar er precies voedsel te halen valt.

In de jaren veertig van de vorige eeuw stelde Nobelprijswinnaar Karl von Frisch samen met zijn student Martin Lindauer voor dat honingbijen weleens dansdialecten konden hebben. Latere experimenten trokken deze bevinding echter in twijfel. Maar nu hebben onderzoekers in een nieuwe studie onomwonden vastgesteld dat de Nobelprijswinnaar het bij het juiste eind had: verschillende soorten bijen schijnen er écht een eigen ‘dansdialect’ op na te houden.

Dans
Bijen communiceren met elkaar over de locatie van voedsel door te dansen. Deze danstaal is een unieke vorm van symbolische communicatie in het dierenrijk. Het werkt zo. Wanneer een bij bijvoorbeeld een bloeiende kersenboom heeft ontdekt, keert deze terug naar de bijenkorf. Vervolgens informeert hij zijn soortgenoten met een dans over de richting waarin het voedsel te vinden is en hoe ver weg deze zich ongeveer bevindt.


Kwispeldans
Onderdeel van deze bijzondere dans is de zogenaamde kwispeldans; de bij ‘kwispelt’ als het ware met het achterlijfje. De hoek van deze kwispeldans op de honingraat is gelijk aan de richting van de voedselbron ten opzichte van de zon. De afstand wordt meegedeeld door de lengte van de dans. Hoe korter er wordt gedanst, hoe dichterbij de voedselbron. “Naarmate de afstand van de voedselbron tot het nest toeneemt, neemt de duur van het ‘kwispelen’ lineair toe,” legt onderzoeksleider Patrick Kohl uit. Maar uit experimenten blijkt nu dat deze toename verschilt tussen bijensoorten.

Experiment
De onderzoekers besloten de experimenten in Zuid-India uit te voeren. “In India leven er in hetzelfde gebied drie verschillende soorten honingbijen,” verklaart Kohl. “Hierdoor kunnen we hun dansdialecten gemakkelijk met elkaar vergelijken.” De onderzoekers bestudeerden de kwispeldans van de Aziatische honingbij (Apis cerana), de dwerghoningbij (Apis florea) en de reuzenhoningbij (Apis dorsata). Aziatische honingbijen vliegen tot ongeveer een kilometer afstand van het nest. Dwerghoningbijen durven tot 2,5 kilometer te gaan en de reuzenhoningbijen vliegen tot ongeveer drie kilometer afstand.

Van links naar rechts: de dwerghoningbij, de reuzenhoningbij en de Aziatische honingbij. Afbeelding: Patrick Kohl / Fabienne Maihoff

De onderzoekers kwamen tot een interessante ontdekking. Want de lengte van de dans van de drie bijensoorten blijkt van elkaar te verschillen, ook als de voedselbron zich op dezelfde afstand van het nest bevindt. Als de afstand tot een voedselbron bijvoorbeeld 800 meter is, danste de Aziatische honingbij het langst, gevolgd door de dwerghoningbij, terwijl de reuzenhoningbij de kortste dans opvoerde. Kortom, elke soort gebruikt zijn eigen dansdialect om dezelfde afstand tot het voedsel bij zijn soortgenoten kenbaar te maken. En met deze ontdekking hebben de onderzoekers aangetoond dat bijen wel degelijk een dialect hebben. “Toen we onze resultaten vergeleken met eerder gepubliceerde studies van andere onderzoeksgroepen, zagen we hetzelfde,” aldus Kohl.


Betekenis
De resultaten bevestigen eveneens wat Von Frisch en Lindauer destijds vermoedden over de betekenis van de dansdialecten. Want welk dialect zich tijdens de evolutie heeft ontwikkeld, is gerelateerd aan de afstand waarop de bijensoort normaal gesproken voedsel rond de bijenkorf verzamelt. Honingbijen leggen bijvoorbeeld regelmatig lange afstanden af, waardoor het wel erg veel tijd zou kosten als ze door middel van lange kwispeldansen over deze afstanden zouden moeten communiceren. Op de overvolle ‘dansvloer’ in de bijenkorf zou het niet echt makkelijk zijn voor soortgenoten om dergelijke lange dansen te volgen.

Dankzij de studie is er na meer dan zeventig jaar eindelijk een groot mysterie over honingbijen opgelost. Bovendien is het een prachtig voorbeeld van het complexe gedrag van honingbijen en hoe ze zich aanpassen aan hun omgeving. En zo komen we steeds meer over deze intelligente beestjes te weten. Wist je bijvoorbeeld ook dat ze een heuse wiskundeknobbel hebben? Zo schijnen honingbijen bijvoorbeeld te weten dat nul minder is dan één. Bovendien kunnen ze symbolen aan nummers koppelen. En daaruit blijkt dat het brein van bijen veel complexer is dan we tot nu toe dachten.