Jonge Noordse pijlstormvogels krijgen wanneer de tijd rijp is dat ze het nest verlaten, minder voedsel van hun ouders. Maar uiteindelijk is er maar één ding wat ze echt aanzet om het nest te verlaten: hun hormonen.

Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Leeds ontdekt. Ze beschrijven hun studie en conclusies in het blad Behavioural Ecology.

Skomer
De onderzoekers bestudeerden Noordse pijlstormvogels op het Engelse eilandje Skomer. Wanneer de vogels ouder werden, bleken hun ouders zich steeds minder om ze te bekommeren. En wanneer de tijd bijna rijp was om het nest te verlaten, kregen de jonge vogels ook minder eten: de ouders waren niet meer zo vatbaar voor de eisen die de jongen stelden. Op datzelfde moment nam het hormoon corticosterone in hoeveelheid toe. Alles wees erop dat het hormoon uiteindelijk het duwtje in de rug gaf om het nest te verlaten. Maar was die conclusie wel gerechtvaardigd? Was het eigenlijk niet zo dat minder voedsel leidde tot meer hormonen en dus het verlaten van het nest?

WIST U DAT…

Experiment
De onderzoekers namen de proef op de som en wel door de vogels voor het lapje te houden. “We verwisselden jongen die tussen de tien dagen en twee weken in leeftijd verschilden,” vertelt onderzoeker Keith Hamer. “We wilden uitzoeken of de ouders en jongen op elkaars gedrag reageerden of dat ze onafhankelijk van elkaar handelden.” Het verwisselen van de jongen was overigens geen probleem. “Veel Noordse pijlstormvogels herkennen hun eigen jongen niet, maar gaan wanneer ze genoeg voedsel hebben verzameld gewoon terug naar het nest.”

Resultaten
De resultaten zijn opvallend. Nadat de ouders zestig dagen voor hun jong gezorgd hadden, gingen ze het jong minder eten geven. Het maakte daarbij niet uit hoe het met de ontwikkeling van het jong stond. Dus ook veel jongere kuikens die de plaats innamen van een ouder kuiken, kregen na zestig dagen minder eten. Wanneer de kuikens ongeveer 70 dagen oud waren, verlieten ze het nest. In de weken daarvoor steeg de hoeveelheid corticosterone al. Dat gold voor kuikens die door hun eigen ouders werden opgevoed. Maar ook voor omgewisselde kuikens. Dus: een jong kuiken dat omgewisseld was voor een veel ouder kuiken, kreeg korter voedsel (omdat de ouders dachten dat deze al 60 dagen eten had gehad), maar verliet het nest niet eerder. Daaruit blijkt wel dat niet de hoeveelheid voedsel, maar echt de hormonen bepalen wanneer een jong het nest verlaat. “Onze resultaten laten zien dat jonge Noordse pijlstormvogels het nest verlaten wanneer hun corticosterone-niveau een piek heeft bereikt en dat het (verlaten van het nest, red.) niet het resultaat is van veranderingen in het gedrag van de ouders. Zowel ouders als kuikens hebben grote energiereserves nodig voor hun migratie over de Atlantische Oceaan naar het zuiden en midden van Amerika en ouders beperken de hoeveelheid voedsel die ze aan hun jongen geven, simpelweg om zichzelf te beschermen.”

En daarmee pakken de vogels het heel anders aan dan vele andere vogels. Andere vogels passen de zorg voor jongen aan de jongen aan. Een jong met ondergewicht krijgt bijvoorbeeld wat langer eten. De Noordse pijlstormvogel doet dat niet. En dat is goed te verklaren. “Zeevogels lijken de kosten van een kuiken dat met ondergewicht het nest verlaat af te wegen tegen de veel hogere kosten om zelf nooit meer in staat te zijn om jongen voort te brengen.” Wanneer een jong met ondergewicht aan een reis begint, redt deze het misschien niet. Maar als een ouder het jong met overgewicht teveel voedsel geeft, redt hij het zelf niet. Dat laatste ontneemt de vogel van zijn kansen om meer jongen op de wereld te zetten. En dat is nogal wat: Noordse pijlstormvogels kunnen zo’n veertig jaar op rij broeden en dus is het voor ouders ietsje logischer om voor zichzelf te kiezen. Als het jong doodgaat, is dat heel naar, maar er dienen zich nog meer gelegenheden aan om jongen te produceren.