Het hormoon oxytocine zorgt ervoor dat wij andere mensen meer vertrouwen en moedigt gevoelens van liefde aan. Maar er zijn grenzen, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Het hormoon levert namelijk alleen vertrouwen en liefde jegens mensen die tot dezelfde groep behoren. Psychologen concluderen dan ook dat het gen wel eens nauw betrokken kan zijn bij etnocentrisme.

De onderzoekers verzamelden een groep Nederlandse studenten en onderwierpen deze aan enkele experimenten. Bijvoorbeeld een reeks morele dilemma’s. Een deel van de studenten kreeg voorafgaand aan het dilemma extra oxytocine toegediend.

Dilemma
De studenten kregen te horen dat een trein op het punt stond om vijf mensen te overrijden. Ze konden dat voorkomen door de baan van de trein te veranderen, maar daarbij zou ook één iemand omkomen. De vijf mensen die mogelijk overreden zouden worden, hadden geen naam. Maar de persoon die de proefpersonen konden opofferen, wel. Een deel van de proefpersonen kreeg te horen dat de man een Nederlandse naam had. Anderen dat de man een Arabische of Duitse naam had.

WIST U DAT…

Eigen groep
De studenten die extra oxytocine in het lichaam hadden, bleken vaker voor hun eigen groep te kiezen. Wanneer de op te offeren persoon een Nederlandse naam had, offerden zij deze minder snel op. De studenten die geen extra oxytocine, maar een placebo gekregen hadden, lieten zich veel minder door de naam beïnvloeden.

Geen knuffelhormoon
Het onderzoek verandert het beeld dat wetenschappers van het hormoon hadden. Het stofje wordt vaak het ‘knuffelhormoon’ of ‘liefdeshormoon’ genoemd, maar dat klopt dus niet helemaal. Mensen zijn misschien wel aardiger naar de eigen groep toe, maar richting ‘vreemden’ worden ze vijandiger. Het hormoon draagt in die zin bij aan etnocentrisme en dat kan weer leiden tot xenofobie en geweld.

Evolutionair gezien is het heel logisch dat oxytocine grenzen heeft. Als we iedereen zomaar zouden vertrouwen, zouden we vaker bedrogen uitkomen.