Door gebrek aan betrouwbare testen blijven mogelijk schadelijke stoffen in alledaagse producten gebruikt worden.

Hormoonverstoorders: ze zitten werkelijk overal in. Van plastic flesjes tot cosmetica en elektronica en aan de binnenkant van conservenblikjes. “We ontkomen er niet aan,” zegt toxicoloog Majorie van Duursen, verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Toch is er heel veel wat we nog niet over hormoonverstoorders weten. Want wat voor schadelijke effecten voor de menselijke gezondheid hebben ze precies? En wat is het effect op het milieu? Hoewel we weten dat hormoonverstorende stoffen op beide een impact hebben, is het nog nooit gelukt om de omvang van de verstoring precies in kaart te brengen. Toch worden we elke dag aan de stoffen blootgesteld en loopt de wet- en regelgeving wat dat betreft wat achter. “In plaats van de stoffen eerst goed te testen op hormoonverstorende effecten voordat ze op de markt verschijnen, gaat het nu eigenlijk andersom,” zegt Van Duursen. En daar zit ook gelijk het knelpunt, want op dit moment ontbreekt het vooral aan goede en betrouwbare testen om de onderste steen over hormoonverstoorders boven te krijgen.

Meer over hormoonverstoorders
Hormoonverstoorders zijn lichaamsvreemde, chemische stoffen die je hormoonhuishouding verstoren. Zo’n stof kan daardoor vervelende effecten op de gezondheid hebben. Voorbeelden van hormoonverstorende stoffen zijn bijvoorbeeld weekmakers (die aan plastic worden toegevoegd om het wat zachter te maken) en Bisfenol A (om plastic juist weer harder te maken). Na onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie is het aantal stoffen waarvan is vastgesteld dat ze een hormoonverstorende werking hebben, vastgezet op 45. Maar niet iedereen is het daarmee eens. Zo spreken andere instanties over veel grote aantallen die variëren tussen de 125 en 500 hormoonverstorende stoffen. Deze hormoonverstoorders worden in verband gebracht met afnemende spermakwaliteit bij mannen en onvruchtbaarheid bij vrouwen. Ook worden sommige aandoeningen en ziektes – zoals sommige soorten kanker – deels aan hormoonverstorende stoffen toegeschreven.

De functie
Zoals gezegd krijgen we in ons dagelijks leven te maken met stoffen die invloed hebben op onze hormoonhuishouding. Zo worden ze aan een breed scala van producten toegevoegd. Maar waarom eigenlijk? “De stoffen worden bijvoorbeeld aan parfum toegevoegd zodat de geur langer blijft hangen, of voor het waterafstotend maken van je regenjas,” somt Van Duursen op. “Het aantal toepassingen is erg breed, en dat is ook precies waar we ons zorgen over maken. Het zijn er zoveel. We worden op alle mogelijke manieren aan hormoonverstoorders blootgesteld.” Helaas zijn er op dit moment niet voor alle hormoonversoorders goede alternatieven die wel veilig aan de producten toegevoegd kunnen worden. Want hoewel er zo nu en dan wel een hormoonverstoorder van de markt verdwijnt, komen er niet altijd betere alternatieven voor in de plaats. Bisfenol S en Bisfenol F worden bijvoorbeeld steeds vaker als vervanger van BPA gebruikt. Maar ook deze stoffen worden er sterk van verdacht dezelfde giftige eigenschappen te hebben. “Ik vind dat erg zorgwekkend,” stelt Van Duursen. “Als het ene vervangen wordt door het andere zonder dat er aangetoond wordt dat het beter is, vraag ik me echt af waar we mee bezig zijn.”


Gezondheidseffecten
Maar wat voor effecten hebben hormoonverstoorders dan precies? De stoffen worden er onder andere van verdacht effecten te hebben op onze gezondheid. Maar hoe het exact zit bij mensen, weten onderzoekers eigenlijk nog niet. Uit studies met proefdieren blijkt dat weekmakers de aanmaak van geslachtshormonen kunnen veranderen, wat leidt tot problemen bij de vruchtbaarheid. Het probleem zit ‘m er echter in om ook aan te tonen dat hormoonverstoorders gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid. “We hebben geen groep mensen die niet in aanraking is gekomen met de stoffen, omdat we er allemaal aan blootgesteld worden,” zegt Van Duursen. “Dit maakt het erg lastig om groepen te vergelijken.” Echter zijn er wel wat incidenten te noemen. Het DES (diëthylstilbestrol) hormoon bijvoorbeeld, was een kunstmatig vrouwelijk hormoon dat aan zwangere vrouwen in de periode tussen 1947 en 1976 werd voorgeschreven. Het hormoon zou miskramen moeten voorkomen. Dit deed het niet, maar het werkte wel gezondheidsproblemen in de hand bij vooral de dochters van deze vrouwen. Zo kampen zij vaker met onvruchtbaarheid en hebben ze een verhoogd risico op zwangerschapscomplicaties. “Er zijn genoeg aanwijzingen dat hormoonverstoorders ook bij mensen gezondheidseffecten veroorzaken,” zegt Van Duursen. “Niet dat hormoonverstoorders de enige factoren zijn, maar we linken het bij mensen bijvoorbeeld aan de hersenontwikkeling en een verlaagd IQ. Daarnaast zien we toenames van borstkanker en onvruchtbaarheid waarbij hormoonverstoorders een rol lijken te spelen. Hoewel ook omgevingsfactoren een grote rol hebben, zijn deze toenames niet te verklaren door andere factoren zoals evolutie, genetica of sociale factoren.”

“Er zijn genoeg aanwijzingen dat hormoonverstoorders ook bij mensen gezondheidseffecten veroorzaken”

In het milieu
Hormoonverstoorders vinden ook hun weg naar de natuur. Zo komen ze in het milieu terecht door lozingen van fabrieken en worden ze uitgestoten door de industrie. Ook kunnen de stoffen in het water terecht komen, of zelfs in de lucht. In een aantal sterk besmette gebieden onderzochten wetenschappers de gevolgen van de hormoonverstorende stoffen voor de dierpopulaties. En daaruit blijkt dat door hormoonverstoorders vissen kunnen vervrouwelijken. Daarnaast nam het aantal zeehonden in de Baltische Zee rap af en een populatie alligators in Lake Apopka in Florida stierf bijna uit. Waarschijnlijk zijn PCB’s, dioxinen, DDT/DDE en andere chloorhoudende bestrijdingsmiddelen de boosdoeners. Uit een studie naar dolfijnen blijkt daarnaast dat 71 procent van de populatie ftalaten in hun lichaam herbergde. Deze stoffen worden toegevoegd aan bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen en cosmetica en worden in verband gebracht met schadelijke effecten op de voortplanting. De onderzoekers denken dat de stoffen via plastic afval in het zeewater terecht zijn gekomen. En als dolfijnen de stof in hun lichaam hebben, hebben andere zeedieren dat waarschijnlijk ook. “Dolfijnen zijn eigenlijk de grote schildwachten voor het mariene milieu,” zegt co-auteur van de studie Gina Ylitalo. “Alle dieren in de nabije omgeving met soortgelijke prooien, worden waarschijnlijk ook aan de stoffen blootgesteld.” Wat voor effecten de ftalaten op de dolfijnen precies hebben, is nog onbekend.

Onderzoeker test de urine van dolfijnen op ftalaten. Afbeelding: Chicago Zoological Society’s Sarasota Dolphin Research Program

Onderzoek naar vrouwelijke vruchtbaarheid
Omdat er nog zoveel is wat we eigenlijk niet weten komt er vanuit de Europese Unie geld beschikbaar om betere testen te ontwikkelen om hormoonverstorende effecten te identificeren. Zo wordt er in totaal 50 miljoen euro gestoken in acht verschillende onderzoeksprojecten. Eén van deze projecten is het FREIA-project, waar Van Duursen de coördinator van is. In de studie richt Van Duursen zich op de vrouwelijke vruchtbaarheid. “Er is op dit moment veel onderzoek gedaan naar de effecten op mannelijke vruchtbaarheid, maar nog niet zoveel naar de vrouwelijke,” legt ze uit. “We willen aan de ene kant meer kennis vergaren over de processen waarbij hormonen een cruciale rol spelen. En dan kijken we voornamelijk naar gevoelige periodes, zoals tijdens de vroege ontwikkeling in de baarmoeder en in de pubertijd. Vervolgens willen we uitzoeken wat de effecten kunnen zijn als die processen verstoord worden. We gaan bijvoorbeeld kijken naar de aanmaak van hormonen in de eierstokken. Hoe beïnvloeden hormoonverstoorders dit proces en wat voor effect heeft dat op de eicel? En hoe kan dit uiteindelijk leiden tot vruchtbaarheidsproblemen?” De uitdaging in het onderzoek zit ‘m in de langdurigheid ervan. Zo praten we hier over een tijdsperiode van zo’n 20 tot 30 jaar; van de geboorte van een meisje, tot het moment dat ze zelf kinderen krijgt. En in die tijdsperiode vinden er veel veranderingen plaats. Het lijf ontwikkelt zich en verandert enorm, maar ondertussen blijft er ook blootstelling aan hormoonverstoorders plaatsvinden. Het is echter lastig om precies uit te zoeken welke effecten hormoonverstoorders op al die veranderingen hebben en hoe dat uiteindelijk leidt tot onvruchtbaarheid. “Op dit moment zijn er al wel wat data beschikbaar, maar er zijn ook nog heel veel gaten in de kennis,” zegt Van Duursen. “Het moet goed onderzocht gaan worden, om zo de losse eindjes aan elkaar te knopen.” Pas als er een beter beeld is van de effecten van hormoonverstoorders op de vrouwelijke vruchtbaarheid, kunnen er goede testen ontwikkeld worden om chemische stoffen te testen voordat ze op de markt komen.

Verklein de blootstelling aan één type of groep hormoonverstoorders door bijvoorbeeld niet teveel eten uit blik te nuttigen. Afbeelding: monicore / Pixabay

Voorzichtigheid is geboden
Hoewel de effecten van hormoonverstorende stoffen nog niet volledig in kaart zijn gebracht, is het wel goed om je bewust te zijn van de risico’s. En tijdens sommige periodes in het leven is er wat extra voorzichtigheid geboden. “Gevoelige periodes zijn eigenlijk de momenten dat er veel ontwikkeling en rijping van de organen plaatsvindt, zoals tijdens de zwangerschap en pubertijd.” vat Van Duursen samen. “Tijdens de zwangerschap worden bijvoorbeeld de organen van het baby’tje aangelegd. Als de moeder aan veel hormoonverstoorders wordt blootgesteld, gaat de aanleg van organen anders waardoor deze ook anders gaan functioneren. Daardoor kan het kind later in het leven gevoeliger worden voor bepaalde ziektes.” Omdat hormoonverstorende stoffen in zoveel producten zitten, is het lastig om ze volledig te vermijden. Toch is het mogelijk om de blootstelling aan de stoffen te verminderen. Bijvoorbeeld door op te letten met wat je eet. “Ik zeg altijd, je moet goed variëren,” zegt Van Duursen. “Eet bijvoorbeeld niet alleen uit blik of voedsel dat in plastic verpakt is. Zo spreid je de blootstelling en vermijd je dat je aan één stof of één groep stoffen overmatig wordt blootgesteld. Luchtverfrissers kun je beter helemaal mijden. Daarnaast hopen sommige hormoonverstoorders zich op in huisstof, omdat het daar goed aan bindt. Kinderen die over de grond kruipen komen er op die manier bijvoorbeeld mee in aanraking. Daarnaast is het altijd goed om veelvuldig je handen te wassen om zo de opname via hand-mond-contact te minderen. Op deze manieren kun je de blootstelling aan hormoonverstoorders verlagen.”

Op korte termijn zit het er nog niet in dat hormoonverstorende stoffen helemaal uit producten gaan verdwijnen. Dit heeft mede te maken met het feit dat de veiligheidsbeoordeling van chemische stoffen erg complex in elkaar zit. Zo is het bijvoorbeeld de vraag of blootstelling aan zeer kleine hoeveelheden al schadelijk kan zijn. Daarnaast verschilt de gevoeligheid ook nog eens tussen bijvoorbeeld ouderen, mensen met een verlaagde weerstand of baby’s en kinderen. Bovendien is het knap lastig aan te tonen dat bij mensen een schadelijk effect echt wordt veroorzaakt door de verstoring van het hormoonsysteem. Daarom wordt er vanuit verschillende hoeken – waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie – opgeroepen om de effecten van hormoonverstoorders beter te onderzoeken. Want dan kunnen er ook betere testen worden ontwikkeld. “Op dit moment zijn de beschikbare testen eigenlijk nog niet afdoende om hormoonverstoring op te pikken,” zegt Van Duursen. Met meer wetenschappelijk onderzoek kan er een basis gelegd worden voor betere testen, zodat chemische stoffen voortaan eerst goedgekeurd worden voordat ze op de markt verschijnen.