blob

Waar komt de energierijke kosmische straling in het heelal vandaan? Amerikaanse onderzoekers zijn ietsje dichterbij een antwoord nu een groot deel ervan afkomstig lijkt te zijn uit het gebied net onder de Grote Beer.

De onderzoekers noemen het een ‘hotspot’ van kosmische straling. “Dit brengt ons dichter bij het vinden van de bron,” stelt onderzoeker Gordon Thomson. Maar we moeten niet te vroeg juichen. “Het enige wat we zien, is een ‘vlek’ in de ruimte en in die vlek bevindt zich van alles – verschillende typen objecten – dat de bron van deze krachtige kosmische straling kan zijn.” Het goede nieuws is wel, dat we nu weten waar we ongeveer naar de bron van kosmische straling moeten zoeken.

Deeltjes
Kosmische straling is – anders dan de naam doet vermoeden – geen straling. Het zijn deeltjes: protonen (waterstofkernen) of de kernen van zwaardere elementen zoals koolstof, zuurstof, stikstof of ijzer. Dit onderzoek gaat over over zeer energierijke kosmische straling. Als deze kosmische straling door de atmosfeer zou kunnen dringen en je hoofd zou raken, zou één subatomisch deeltje dat op je hoofd belandt, aanvoelen als een honkbal die met grote snelheid tegen je hoofd wordt gegooid.

WIST U DAT…

Herkomst
Onduidelijk is waar deze zeer energierijke kosmische straling vandaan komt. Maar dit nieuwe onderzoek kan ons helpen om daar verandering in te brengen. De onderzoekers ontdekten dat in een periode van vijf jaar veel meer kosmische straling dan men op basis van de grootte van het gebied zou verwachten, uit het gebied ten zuiden van de Grote Beer kwam zetten. “De hotspot is een paar handen breed en bevindt zich onder de staart van de Grote Beer,” vertelt onderzoeker Charlie Lui. De hotspot bevindt zich nabij het supergalactisch vlak: een gebied waarin het Virgosupercluster – bestaande uit ongeveer 2000 sterrenstelsels – zich bevindt.

Volgens de onderzoekers wijst onderzoek erop dat kosmische straling afkomstig is van gebieden in het universum waar materie geconcentreerd is in clusters en superclusters. “Het vertelt ons dat er een goede kans is dat het afkomstig is van materie die we kunnen zien en niet van andere mechanismen waarbij de deeltjes middels exotische processen – zoals kosmische snaren – ontstaan. Het leidt ons naar de volgende logische stap in de zoektocht: het bouwen van een grotere detector die per jaar vier keer meer kosmische straling kan waarnemen.” Met meer waarnemingen wordt het wellicht gemakkelijker de exacte bron op te sporen.