Astronomen gebruiken de komende jaren een groot deel van de observatietijd van de Hubble ruimtetelescoop om het jonge universum te bestuderen. Hubble gaat meer dan 250.000 verre sterrenstelsels observeren, toen het heelal een paar honderd miljoen tot vier miljard jaar oud was. Tegenwoordig is het heelal al ruim dertien miljard jaar oud.

Door sterrenstelsels in het jonge universum te observeren, hopen astronomen meer te weten te komen over de evolutie van sterrenstelsels. Ook de evolutie van de supermassieve zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels wordt in de gaten gehouden. Tenslotte proberen wetenschappers inzicht te krijgen in het mysterieuze ‘donkere energie’. Door donkere energie dijt het heelal versneld uit.

Zowel de nieuwe Wide Field Camera 3 (WFC3) als de oudere Advanced Camera for Surveys (ACS) wordt gebruikt om de sterrenstelsels te observeren. Meer dan honderd astronomen gebruiken de camera’s van de telescoop gedurende 902 omloopbanen van de Hubble telescoop.

Om sterrenstelsels in het jonge universum te vinden kijken wetenschappers naar de roodverschuiving van de verschillende objecten. Objecten met een roodverschuiving tussen de 1,5 en 8 zijn negen tot dertien miljard lichtjaar verwijderd van de aarde.

“We willen heel ver terug in de tijd kijken en zien wat sterrenstelsels en zwarte gaten toen deden”, vertelt Sandra Faber van de universiteit van Californië. “Het is belangrijk om verschillende gebieden te observeren, omdat het heelal toen nog erg klonterig was.”

De eerste data komt eind dit jaar binnen. “We zijn erg opgewekt”, zegt Faber. “Niet alleen om de lange observatietijd, maar ook om wat de nieuwe camera kan. Het is fantastisch wat de WFC3 allemaal ziet!”