sterrenstelsels

Hubble heeft zeven zeer primitieve sterrenstelsels waargenomen die meer dan dertien miljard jaar oud zijn. Eén van de sterrenstelsels gaat wellicht de boeken in als de oudste ooit: we zien het stelsel op de foto zoals het er 380 miljoen jaar na de oerknal uitzag. En daarmee komt Hubble wel heel dicht bij de allereerste sterren die in ons heelal ontstonden, in de buurt.

Wij zien de zeven sterrenstelsels die Hubble nu heeft vereeuwigd, zoals deze er 350 tot 600 miljoen jaar na de oerknal – die vond ongeveer 13,7 miljard jaar geleden plaats – uitzagen. Het licht dat de sterrenstelsels toen uitzonden, arriveert namelijk nu pas op aarde.

Recordhouder
Eén van de door Hubble gekiekte sterrenstelsels is mogelijk zelfs een recordhouder en gaat de boeken in als het verste sterrenstelsel ooit waargenomen. We zien het nu zoals het er 380 miljoen jaar na het ontstaan van het universum uitzag.

De zeven primitieve sterrenstelsels. Foto: NASA, ESA, R. Ellis (Caltech), UDF 2012 Team.

De zeven primitieve sterrenstelsels. Foto: NASA, ESA, R. Ellis (Caltech), UDF 2012 Team.

Processen
Volgens de onderzoekers geven de beelden van Hubble ons een goed beeld van hoe het toen nog piepjonge universum er uitzag. Maar ook van wat er in die tijd allemaal in het universum gebeurde. De beelden wijzen erop dat sterrenstelsels door de tijd heen heel geleidelijk ontstonden en genoeg straling afgaven om het koude waterstof dat kort na de oerknal ontstond, te verwarmen. Dit proces – ook wel reionisering genoemd – zou zo’n 200 miljoen tot één miljard jaar na de oerknal hebben plaatsgevonden en ervoor gezorgd hebben dat het universum transparant werd voor licht. Daardoor kunnen astronomen nu ver terug in de tijd kijken.

Daarmee lijkt een oud mysterie opgelost. Lang wisten astronomen niet of de hete sterren in zulke oude sterrenstelsels al wel in staat waren om genoeg straling te produceren om waterstof te verwarmen. Dat blijkt nu wel het geval te zijn. “Onze gegevens bevestigen dat reionisering een geleidelijk proces was, dat over verschillende honderden miljoenen jaren plaatsvond, met sterrenstelsels die langzaam aan hun sterren en chemische elementen opbouwden,” stelt onderzoeker Brant Robertson. “Er was niet één dramatisch moment waarop alle sterrenstelsels ontstonden: het was een geleidelijk proces.”