Met het kiekje viert de ruimtetelescoop zijn 29e(!) verjaardag.

De Zuidelijke Krabnevel is één van de vele verschijnselen in de ruimte waar we dankzij ruimtetelescoop Hubble (letterlijk) een beter beeld van hebben gekregen. De nevel is ontstaan door de interactie tussen twee sterren die samen een dubbelstersysteem vormen. Het gaat om een rode reus – een ster die zich in één van de laatste fasen van zijn leven bevindt – en een witte dwerg – een ster die echt aan het einde van zijn levenscyclus is en waarin geen kernreacties meer plaatsvinden. De rode reus werpt zijn buitenste lagen af en een deel van het weggeduwde materiaal wordt aangetrokken door de witte dwerg. En wanneer er maar genoeg van het de rode reus afkomstige materiaal op de witte dwerg valt, stoot ook deze het materiaal weer af. Het hele proces resulteert in de zandlopervormige nevel die bekend staat als de Zuidelijke Krabnevel.


Zoals gezegd hadden we dit allemaal niet geweten als Hubble er niet was geweest. Hoewel de Zuidelijke Krabnevel al in 1967 beschreven werd, duurde het tot 1989 voor onderzoekers zich realiseerden dat dit geen gewone ster was. Met behulp van het La Silla Observatory werd de zandlopervormige nevel in kaart gebracht. Maar pas toen Hubble zich in 1999 over de nevel boog werd duidelijk dat in het hart ervan twee sterren te vinden waren.

En nu – twintig jaar nadat Hubble de ware aard van de Zuidelijke Krabnevel blootlegde – heeft de ruimtetelescoop er opnieuw een blik op geworpen. Het resulterende kiekje is prachtig.

Afbeelding: NASA, ESA en STScI.

Hubble werd in april 1990 gelanceerd en is dus alweer 29 jaar actief. In die periode heeft de telescoop talloze belangrijke ontdekkingen gedaan. Zo ontdekte Hubble bijvoorbeeld vier van de vijf manen rond Pluto en water in de atmosfeer van exoplaneten. Ook gaf deze meer inzicht in zwarte gaten en het ontstaan van planetaire systemen. Bovendien leverde de telescoop prachtige foto’s af, waaronder het iconische kiekje hieronder.

Pilaren van stof en gas in de Arendnevel. Afbeelding: NASA / ESA / Hubble and the Hubble Heritage Team.

Dat Hubble zoveel jaren actief zou zijn, had niemand durven hopen. Zeker niet nadat er drie jaar na lancering al een eerste probleempje opdook: er was iets misgegaan tijdens het polijsten van de spiegel van de telescoop. En dat kon alleen worden opgelost door er enkele astronauten op af te sturen. Dat gebeurde in 1993. Er werden twee instrumenten geïnstalleerd die de afwijking moesten compenseren. De missie slaagde en Hubble zag alles weer helder. Maar daar bleef het niet bij. Een paar jaar later werden er weer astronauten op afgestuurd. Dit keer om de zes gyroscopen – waarvan er al vier de geest hadden gegeven – te vervangen. In de jaren die volgden, bleek ook voor de ruimtetelescoop te gelden dat ouderdom met gebreken komt. Verschillende malen moesten mensen in actie komen om de telescoop operationeel te houden. Anno 2019 functioneert deze gelukkig nog altijd. En het is te hopen dat Hubble het nog even uithoudt daar in de ruimte; de lancering van zijn opvolger – de James Webb-telescoop – is namelijk al herhaaldelijk uitgesteld en staat momenteel gepland voor 2021.