Op de beelden zien we de spectaculaire ondergang van een ster, in een sterrenstelsel dat 70 miljoen lichtjaar van ons verwijderd is.

Gemiddeld ontploft er in ons immense universum elke seconde wel een ster. Maar toch komt het maar zelden voor dat we er met onze krachtige telescopen getuige van zijn hoe zo’n ster voorgoed uitdooft. Het maakt de beelden die Hubble nu gemaakt heeft, extra bijzonder.

De beelden
De ruimtetelescoop heeft namelijk niet alleen enkele prachtige foto’s gemaakt van een supernova. Maar de ontplofte ster in de periode erna ook letterlijk zien uitdoven.


Het resulteert in een prachtige timelapse, bestaande uit beelden die de telescoop in bijna een jaar tijd heeft gemaakt. De eerste beelden stammen uit februari 2018. De ruimtetelescoop richtte de blik toen op het sterrenstelsel NGC 2525. In dit sterrenstelsel – gelegen op zo’n 70 miljoen lichtjaar afstand – had een amateur-astronoom namelijk een supernova gedetecteerd. Op de eerste beelden die Hubble maakte, is deze heel goed zichtbaar. De geëxplodeerde ster bevindt zich aan de rand van het sterrenstelsel en is helderder dan alle andere sterren in NGC 2525.

De supernova in kwestie is ontstaan in een dubbelstersysteem. Dit systeem bestond oorspronkelijk uit twee sterren, waaronder een opgebrand exemplaar: een zogenoemde ‘witte dwerg’. Deze witte dwerg cirkelde in een nauwe baan om zijn metgezel heen en trok ondertussen materiaal van die metgezel naar zich toe. Hierdoor werd de witte dwerg steeds zwaarder. Maar de witte dwerg kan niet maar blijven groeien; er is een maximale massa die deze kan hebben, de zogenoemde Chandrasekhar-limiet. Als deze overschreden wordt, explodeert de witte dwerg. De helderheid neemt enorm toe. Om vervolgens heel snel weer af te nemen.


Interessant
Supernovae van dit type zijn voor wetenschappers heel interessant. Ze kunnen ze namelijk gebruiken om de afstanden in het universum te meten en zo een helderder beeld te krijgen van de uitdijing van het heelal. De beelden van de supernovae zijn dan ook met dat doeleinde in gedachten gemaakt.

Hoe werkt het?
De maximale helderheid van dit type supernovae is altijd hetzelfde. Maar wanneer een supernova verder van ons verwijderd is, lijkt deze minder helder. Door de werkelijke helderheid ervan te vergelijken met de waargenomen helderheid, kunnen de onderzoekers dan ook de afstand tot de supernovae en sterrenstelsels waartoe ze behoren, vrij nauwkeurig berekenen. En als je de afstand tot een supernova weet, weet je ook hoe lang het geleden is dat deze explodeerde (zo heeft het licht van de supernova in NGC 2525 er 70 miljoen jaar over gedaan om ons te bereiken). Met behulp van het licht van de supernova kunnen onderzoekers vervolgens ook uitrekenen in hoeverre het universum sinds de explosie is uitgedijd. Ze richten zich daartoe op de roodverschuiving, oftewel het verschijnsel dat het spectrum van het door de supernova uitgezonden licht naar ‘rood’ schuift. Zo’n roodverschuiving doet zich voor doordat de supernova zich – doordat het universum uitdijt – van ons vandaan beweegt.

Door meerdere supernovae – op verschillende afstanden – te bestuderen, kunnen onderzoekers een beter beeld krijgen van de geschiedenis van de uitdijing van het heelal. Zo is al gebleken dat het heelal tegenwoordig sneller uitdijt dan kort na de oerknal. Onderzoekers werken hard om grip te krijgen op de snelheid waarmee het heelal uitdijt en de drijvende kracht daarachter: de nog altijd zeer mysterieuze donkere energie. Ze hopen zo een beter beeld te krijgen van hoe het universum er door de miljarden jaren heen uitzag en hoe het er in de toekomst uit gaat zien. Blijft het heelal uitdijen en blijven de afstanden tussen sterrenstelsels toenemen, waardoor alle andere sterrenstelsels uiteindelijk uit het zicht verdwijnen? Of zal de uitdijing straks weer afremmen of zelfs abrupt stoppen? Het moge duidelijk zijn: supernovae zoals het prachtige exemplaar in NGC 2525 vormen een klein stukje van een zeer complexe puzzel waar astronomen naar verwachting nog wel even zoet mee zijn.