De vraag is alleen: hoe is dit monsterstelsel zo groot geworden?

Sterrenstelsels zijn net sneeuwvlokjes. Hoewel het universum ontelbare sterrenstelsels bevat die door tijd en ruimte worden geslingerd, zijn er niet twee gelijk. Eén van de meest fotogenieke stelsels is het enorme spiraalvormige sterrenstelsel UGC 2885; een monsterlijk groot sterrenstelsel op zo’n 232 miljoen lichtjaar afstand. Maar hoe dit stelsel zo uit zijn voegen is gegroeid? Niemand die het snapt.

Meer over UGC 2885
UGC 2885 is een groot spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Perseus en bevindt zich zoals gezegd op zo’n 232 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Het stelsel is een enorme kanjer, zelfs naar kosmische normen. Sterker nog, UGC 2885 is misschien wel het grootste bekende sterrenstelsel in het nabije heelal. UGC 2885 is zo’n 2,5 keer breder dan onze Melkweg en bevat 10 keer zoveel sterren; denk aan ongeveer 1 biljoen.

De onderzoekers verwijzen naar het sterrenstelsel als een ‘grote vriendelijke reus’. En die bijnaam heeft het stelsel niet voor niets. Het sterrenstelsel lijkt namelijk een vrij rustig leven te leiden en onttrekt al vele miljarden jaren langzaam en gestaag waterstof uit zijn omgeving. Op kalme wijze zien zo nieuwe sterren het levenslicht, met een snelheid die veel lager ligt dan welke we in onze Melkweg zien. Ook het centrale zwarte gat kan als ‘slapende reus’ worden aangemerkt, aangezien het sterrenstelsel zich niet lijkt te voeden met kleinere satellietstelsels.


Foto
Hubble heeft nu dit intrigerende stelsel weten te vereeuwigen. Op onderstaande foto pronkt UGC 2885 in al zijn schoonheid. Daarnaast proberen de onderzoekers met de foto beter te begrijpen wat tot de monsterlijke omvang van het stelsel heeft geleid. Maar dat blijkt toch lastiger dan gedacht. “Hoe het zo groot is geworden weten we nog niet helemaal,” zegt onderzoeker Benne Holwerda.

Het monsterstelsel UGC 2885 op zo’n 232 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Afbeelding: NASA, ESA, en B. Holwerda (University of Louisville)

Wat in ieder geval wel opvalt, is dat het sterrenstelsel redelijk geïsoleerd in de ruimte ligt en geen nabije buren kent die voor verstoringen kunnen zorgen. Zou het monsterstelsel in de loop van de tijd veel kleinere satellietstelsels hebben opgeslokt? Of heeft het gewoon langzaam maar zeker gas verzameld voor de vorming van nieuwe sterren? Het zijn vragen waar het team op dit moment een antwoord op probeert te formuleren. “Het lijkt erop dat het sterrenstelsel al een tijdje meegaat en langzaam groeit,” is het enige dat Holwerda er op dit moment over kan zeggen.

Ruimtetelescopen
Met behulp van de buitengewone resolutie van Hubble proberen de onderzoekers nu meer over het sterrenstelsel en zijn omgeving te weten te komen om zo het mysterie omtrent zijn grootte te ontrafelen. Ook de aankomende James Webb Telescoop en de geplande Wide Field Infrared Survey Telescope (WFIRST) van NASA zullen eraan te pas komen om zowel het centrum van het sterrenstelsel als de bolvormige clusters te onderzoeken. “Beide ruimtetelescopen kunnen het stelsel in infrarood waarnemen, waardoor we een beter zicht krijgen op de onderliggende stellaire populaties,” legt Holwerda uit.


Het stelsel is door de onderzoeker tot ‘Rubin’s Galaxy’ gedoopt, verwijzend naar astronoom Vera Rubin die in 2016 overleed. De Amerikaanse astronome deed onderzoek naar de rotatiesnelheden van sterrenstelsels en kwam er zo achter dat UGC 2885 over donkere materie beschikte. “Mijn onderzoek was grotendeels geïnspireerd op het werk van Vera Rubin,” zegt Holwerda. “De foto is dan ook ter nagedachtenis aan haar.”