sterrenstelsel

Het gaat om kleine sterrenstelsels waarvan sommigen slechts 600 miljoen jaar na de oerknal ontstonden.

Het licht van deze sterrenstelsels deed er meer dan 12 miljard jaar over om de Hubble-telescoop te bereiken. Om de sterrenstelsels te kunnen waarnemen, maakte Hubble handig gebruik van een zwaartekrachtslens. Drie clusters (groepen sterrenstelsels, je ziet zo’n cluster op de afbeelding hierboven) deden dienst als lens en genereerden een zwaartekrachtveld dat het licht van de ontdekte sterrenstelsels die heel ver achter deze cluster liggen, versterkte. “Clusters doen dienst als krachtige natuurlijke telescopen en onthullen deze weinig heldere dwergsterrenstelsels die anders onzichtbaar zouden zijn,” legt onderzoeker Jean-Paul Kneib uit.

Ruimtetelescoop Hubble. Afbeelding: ESA.

Ruimtetelescoop Hubble. Afbeelding: ESA.

Bijzonder
De ontdekking van 250 dwergsterrenstelsels is bijzonder. Nog nooit werd zo’n grote groep sterrenstelsels die zo kort na de oerknal ontstond in √©√©n klap ontdekt. Wat de ontdekking ook bijzonder maakt, is dat sommige van deze sterrenstelsels heel weinig licht afgeven. De zwakste sterrenstelsels die tijdens deze observaties van Hubble ontdekt zijn, zijn zwakker dan elk ander sterrenstelsel dat eerder door Hubble is waargenomen.

Transparant
Door het licht van deze sterrenstelsels te bestuderen, hebben de onderzoekers ook ontdekt dat deze sterrenstelsels een grote rol speelden bij het ontstaan van het universum zoals we dat vandaag de dag zien. Deze kleine sterrenstelsels hebben geholpen het universum transparant te maken. De straling van de sterren in deze sterrenstelsels zorgden ervoor dat de dikke ‘mist’ van waterstofgas die in het jonge universum hing, optrok. Ultraviolet licht was daardoor in staat om grotere afstanden af te leggen zonder dat het door deze ‘mist’ werd tegengehouden.

De onderzoekers stellen nu dus dat sterren in deze kleine en overvloedig voorkomende sterrenstelsels bijdroegen aan de transparantie van het universum. Dat betekent dat het tijdperk van de reionisatie – dat eindigde op het moment dat het universum volledig transparant was – ergens rond 700 miljoen jaar na de oerknal tot een einde kwam.