Het sterrenstelsel telt alleen maar stokoude sterren.

Waarschijnlijk begon het leven van sterrenstelsel NGC 1277 zoals dat van de meeste sterrenstelsels. Het betekent dat NGC 1277 in zijn jonge jaren zo’n 1000 keer sneller sterren voortbracht dan onze Melkweg op dit moment doet. Maar aan dat sprookje kwam abrupt een einde toen het sterrenstelsel door het benodigde materiaal heen was en er tevens niet in slaagde om dat materiaal in zijn omgeving te verzamelen. Vanaf dat moment viel het sterrenstelsel stil: er werden geen sterren meer geproduceerd. Het resultaat is een sterrenstelsel dat vrijwel enkel uit stokoude sterren bestaat die zo’n 10 miljard jaar geleden het levenslicht zagen.

Dichtbij
Ruimtetelescoop Hubble heeft in het verleden wel vaker van deze ‘dode’ sterrenstelsels ontdekt, maar zij waren stuk voor stuk ver van ons verwijderd. Hierdoor zijn het slechts rode stipjes in de observaties van de krachtige ruimtetelescoop. NGC 1277 staat echter vrij dichtbij: het sterrenstelsel is slechts 240 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Het betekent dat we NGC 1277 heel gedetailleerd kunnen bestuderen. En omdat het sterrenstelsel in 10 miljard jaar tijd eigenlijk niet veranderd is, zou je het kunnen beschouwen als een tijdcapsule die meer inzicht kan geven in het ontstaan en de evolutie van sterrenstelsels in die tijd.

Doodsoorzaak
Op basis van de eerste observaties denken de onderzoekers al wel te kunnen verklaren waarom NGC 1277 abrupt is gestopt met het produceren van sterren. Allereerst moet je weten dat NGC 1277 zich in het hart van het Perseus-cluster bevindt en met hoge snelheid – zo’n 3,2 miljoen kilometer per uur – door dat cluster reist. Door die hoge snelheid kan het sterrenstelsel niet fuseren met andere sterrenstelsels en dus ook geen jonge sterren naar zich toetrekken of gas verzamelen dat gebruikt kan worden voor de vorming van nieuwe sterren. Daarnaast is het gas tussen NGC 1277 en de andere sterrenstelsels in het hart van het Perseus-cluster heel heet, waardoor er geen nieuwe sterren uit voort kunnen komen (dat vereist namelijk koud gas).

Naar schatting is één op de 1000 zware sterrenstelsels ‘vergrijsd’. Het vinden van die tijdcapsules valt echter nog niet mee. Maar nu hebben we er dus eentje gevonden die zich praktisch in onze kosmische achtertuin bevindt. En onderzoekers zijn vastbesloten deze helemaal uit te pluizen. Ze kunnen daarvoor onder meer een beroep doen op de James Webb-telescoop die naar verwachting volgend jaar wordt gelanceerd en meer inzicht kan geven in hoeveel donkere materie dit oer-sterrenstelsel herbergt.