stratosfeer2

De Hubble-ruimtetelescoop heeft de stratosfeer ontdekt van de extreem warme exoplaneet WASP-33b. Bepaalde moleculen in de stratosfeer absorberen ultraviolet en normaal licht, waardoor minder warmte in de atmosfeer doordringt.

Het is voor het eerst dat wetenschappers stratosfeermoleculen aantreffen in de atmosfeer van een hete, grote exoplaneet. Het paper dat geschreven is naar aanleiding van deze ontdekking verschijnt vandaag in The Astrophysical Journal.

“Sommige van deze planeten hebben een ontzettend warme buitenste atmosfeer, waardoor ze bijna het heelal in koken”, vertelt wetenschapper Avi Mandell van NASA’s Goddard Space Flight Center. “Wanneer de temperaturen zo hoog zijn, verwachten we geen moleculen aan te treffen die verschillende lagen in de atmosfeer vormen. Maar die zijn er dus wel.”

Ook de aarde heeft een stratosfeer. Deze stratosfeer begint bij de evenaar op een hoogte van ongeveer 17 kilometer. Daar is de temperatuur -50 graden Celsius. De temperatuur in de stratosfeer neemt verder de hoogte in toe, waardoor op een hoogte van 47 kilometer een temperatuur van 0 tot 30 graden Celsius wordt bereikt. De aardse stratosfeer huisvest de ozonlaag, die ultraviolette straling van de zon tegenhoudt.

WASP-33b is 4,5 keer zwaarder dan Jupiter en draait dicht om zijn moederster. Wetenschappers gebruikten Hubble om het spectrum van de ster te vangen en om temperatuurverschillen in de atmosfeer van de exoplaneet te detecteren. De onderzoekers hebben daarbij waterdamp in de stratosfeer gevonden met een temperatuur van 3300 graden Celsius. De temperatuur daalt vervolgens naar 1650 graden. Waarschijnlijk wordt deze daling niet veroorzaakt door ozon (aarde) of koolwaterstoffen (Jupiter, Saturnus), maar door titaniumoxide. Dit element kan visuele en ultraviolette straling absorberen en als gas in een bloedhete atmosfeer bestaan.