Op 23 februari 1987 bereikte het licht van supernova SN 1987A de aarde. De explosie vond op een afstand van 168.000 lichtjaar plaats, in de zogenoemde Grote Magelhaense Wolk.

Het was een bijzondere supernova-explosie, vooral omdat het de meest nabije supernova was sinds Keplers supernova in het jaar 1604. Keplers supernova (SN 1604) was de laatste supernova in het zichtbare deel van de Melkweg en met het blote oog waar te nemen.

Stoffig

Sterrenstelsels zien er vaak stoffig en duister uit. Onderzoekers vermoeden dat dat stof afkomstig is van supernova-explosies. Waarnemingen van de ALMA-telescoop lijken dat te onderschrijven: de telescoop ontdekte in SN 1987A grote hoeveelheden pas gevormd stof.

In het geval van SN 1987A ontplofte een blauwwitte superreus. De ster had een middellijn die 40 maal groter was dan de middellijn van de zon. SN 1987A bereikte een magnitude van 2,8, waardoor het hemellichaam op het zuidelijk halfrond met het blote oog te zien was. Het supernovarestant is een van de meest onderzochte astronomische objecten. Astronomen vermoeden dat de explosie heeft geleid tot het ontstaan van een neutronenster of quarkster, maar die is tot op heden nog niet gevonden.

Op de Hubble-foto uit 1990 is een duidelijke ring rondom de geëxplodeerde ster te zien. De felle ring heeft een diameter van ongeveer één lichtjaar en is zo’n 20.000 jaar voor het ontstaan van de supernova gevormd. Deze ring is de afgelopen jaren helderder geworden, omdat de schokgolf van de explosie de materie in de ring heeft bereikt. Dit is goed te zien in de simulatie hieronder.

Buiten de felle ring zijn nog twee zwakkere ringen te zien. Deze ringen lijken gespiegeld en hebben samen iets weg van een zandloper. Wetenschappers weten nog steeds niet goed hoe deze twee buitenste ringen zijn ontstaan.

Wil je de foto bovenaan dit artikel instellen als achtergrondafbeelding op jouw computer? Je kunt de foto hier downloaden.

Het supernovarestant van 1994 tot 2016.