Voyager 1 zal bijvoorbeeld over zo’n 40.000 jaar op zo’n 1,6 lichtjaar afstand langs ster Gliese 445 zoeven.

De ruimtesondes Voyager 1 en Voyager 2 werden in 1977 gelanceerd en haasten zich met meer dan 61.000 kilometer per uur door de ruimte. Voyager 1 is inmiddels bijna 21 miljard kilometer van de aarde verwijderd en zoeft door de interstellaire ruimte: het gebied tussen de sterren dat onder meer gevuld is met gas en stof. Voyager 2 is inmiddels bijna 17 miljard kilometer van ons verwijderd.

Hubble
Terwijl de sondes zich van ons vandaan haasten, bestuderen ze het materiaal dat hen omringt. Maar wat gaan zij in de toekomst nog meer tegenkomen? Dankzij ruimtetelescoop Hubble hebben we daar nu een iets beter beeld van. De ruimtetelescoop bekeek het materiaal op en langs de route van de ruimtesondes.

Hubble ging na wat Voyager 1 en Voyager 2 te wachten staat. Afbeelding: NASA / ESA / Z. Levay (STScl).

Context
“De Voyagers bestuderen kleine gebieden terwijl ze zich met zo’n 61.000 kilometer per uur door de ruimte haasten,” vertelt onderzoeker Seth Redfield. “Maar we hebben geen idee of deze kleine gebieden heel gewoon of zeldzaam zijn. De Hubble-observaties geven ons een breder beeld, omdat de telescoop langs een langer en breder pad kijkt. Dus Hubble voorziet ons van context bij alles waar de Voyagers doorheen bewegen.”

De toekomst
Uit het onderzoek blijkt dat Voyager 1 over zo’n 40.000 jaar – de sonde is dan natuurlijk allang niet meer operationeel – op zo’n 1,6 lichtjaar afstand langs de ster Gliese 445 glijdt. Voyager 2 zal zover zo’n 40.000 jaar op een afstand van zo’n 1,7 lichtjaar langs de ster Ross 248 glijden. Deze sonde zal over een paar duizend jaar bovendien de interstellaire wolk die ons zonnestelsel omringt, verlaten. Vervolgens zal deze zo’n 90.000 jaar op rij in een tweede interstellaire wolk vertoeven alvorens een derde interstellaire wolk binnen te gaan. De observaties van Hubble suggereren dat de elementen waaruit de interstellaire wolken zijn opgebouwd van wolk tot wolk ietsje verschillen “Deze variaties kunnen betekenen dat de wolken op verschillende manieren of op verschillende plekken zijn ontstaan en daarna samen zijn gekomen,” stelt Redfield.

De observaties van Hubble geven niet alleen context aan wat de Voyagers (gaan) zien, ze geven ook een beter beeld van wat onderzoeker Julia Zachary “de lokale interstellaire omgeving” noemt. Zeker wanneer we ze combineren met wat de Voyagers – die nog zo’n 10 jaar in staat zijn om gegevens te verzamelen en naar de aarde te sturen – allemaal ‘zien’.