Wie kijkt naar de evolutie van organen komt tot de conclusie dat de huid het eerst aan de beurt was. Sinds de jaren 1960 weten we dat sponzen een protohuid hebben. Tot nu toe dachten wetenschappers dat de huid van een spons niet als orgaan functioneerde en dus doelloos was, maar dankzij nieuw onderzoek liggen de kaarten nu anders op tafel.

Canadese wetenschappers zijn er namelijk achter gekomen dat de protohuid van sponzen wel degelijk een functie heeft en dus als volwaardig orgaan gezien kan worden.

De huid van sponzen bestaat uit epitheelweefsel. Sally Leys en haar collega’s kweekten sponzen in een laboratorium. Zij bestookten de sponzen met een soort vloeistof. Verrassend genoeg lieten de epitheelcellen niet alle vloeistof door, maar slechts een heel klein deel. Om precies te zijn liet het epitheelweefsel in drie uur tijd 0,8 procent van de vloeistof passeren.

WIST U DAT…

…mens en sponsdier genetisch voor 70 procent hetzelfde zijn?

Sponzen waren de eerste meercellige dieren die evolueerden, dus de nieuwe vondst toont aan dat alle complexe levensvormen een huid hebben. Leys denkt dat het orgaan vroeger al van groot belang was, aangezien een huid ervoor zorgt dat de interne delen van dieren beschermd blijven. Hierdoor kunnen cellen chemische signalen naar elkaar sturen zonder dat er sprake is van interferentie. Dit leidde vervolgens tot de evolutie van complexe organen.

Naar aanleiding van de nieuwe ontdekking denkt Scott Nichols van de universiteit van Berkeley dat sponzen de voorouders waren van alle dieren op aarde. Voorheen dachten wetenschappers dat sponzen tot een evolutionaire zustergroep behoorden (Parazoa).