darwin

Een groep evolutiebiologen stelt dat de evolutietheorie uitgebreid moet worden met vier concepten (embryonale ontwikkeling, plasticiteit, niche constructie en niet-genetische overerving). Aanhangers van het huidige evolutiemodel reageren gevat.

Er woedt een hevig debat onder evolutiebiologen. Sinds de Moderne Synthese in de jaren 30, waarin natuurlijke selectie, genetica, paleontologie en taxonomie verenigd werden, ligt de focus van evolutionair onderzoek op genen. Een groep evolutiebiologen stelt nu dat deze synthese uitgebreid moet worden met nieuwe concepten. Deze nieuwe synthese, Extended Evolutionary Synthesis (EES) gedoopt, betoogt dat evolutie meer is dan enkel genen. In het vaktijdschrift Nature werden beide kampen tegenover elkaar gezet.

Vier concepten
Volgens de aanhangers van de nieuwe synthese ontbreken er vier concepten in de standaard evolutionaire theorie, namelijk embryonale ontwikkeling, plasticiteit, niche constructie en niet-genetische overerving. Deze concepten zijn weliswaar het onderwerp van talloze studies, ze worden echter gezien als uitkomsten van andere, meer fundamentele evolutionaire processen. De EES-verdedigers stellen dat deze vier concepten ook een belangrijke rol spelen als drijvende krachten in de evolutie. Plasticiteit (uiting van verschillende kenmerken afhankelijk van de omgeving) en bepaalde trends in de embryonale ontwikkeling kunnen bijvoorbeeld de eerste stap zijn in de oorsprong van nieuwe kenmerken. Niche constructie (de invloed van organismen op hun omgeving, zoals een beverdam) kan ervoor zorgen dat organismen zelf hun selectiedruk sturen. Tenslotte, niet-genetische processen, zoals epigenetica, kunnen het evolutionaire proces sterk beïnvloeden.

Het antwoord
In het andere kamp reageert men dat de vier voorgestelde concepten reeds onderdeel uitmaken van diverse onderzoeksprogramma’s. Maar de basis van evolutiebiologie blijft nog steeds het gen. Het is zeker waar dat niet-genetische processen soms een rol spelen in de evolutie van bepaalde organismen, en plasticiteit in genexpressie is meermaals aangetoond. Maar om embryonale ontwikkeling of plasticiteit een fundamentele rol toe te bedelen, daarvoor is er voorlopig nog geen overtuigend bewijs.

Mijn visie
Als evolutiebioloog, wil ik ook graag mijn eigen visie op dit debat met de lezers delen. Ik neig ernaar me aan te sluiten bij het kamp dat de standaard evolutionaire theorie verdedigt. De vier concepten waarvan geopperd wordt dat zij ook een fundamentele rol spelen, zijn zeker de moeite waard om te bestuderen. Maar uiteindelijk kan alles teruggebracht worden op de genen. Bijvoorbeeld, plasticiteit is een gevolg van de expressie van verschillende genen, maar deze patronen in genexpressie worden weer gereguleerd door de andere genen. Het komt mij voor dat het EES-kamp niet zo zeer het huidige evolutiemodel aanvalt, maar eerder genetisch determinisme: de idee dat alles voorgeprogrammeerd is in het genoom en dat er bij gevolg geen vrije wil bestaat.

Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier. En neem ook eens een kijkje op zijn blog waarop – hoe kan het ook anders – de evolutie eveneens centraal staat.