Uit onderzoek blijkt dat Amerikaanse jongeren vandaag de dag meer op hun leeftijdsgenoten uit de vroege twintigste eeuw lijken dan op hun ouders. Volgens de onderzoekers heeft dat alles te maken met de recessie: tieners hebben het lang niet zo goed als hun ouders het in de jaren ’70 en ’80 hadden.

Net als de jongeren aan het begin van de twintigste eeuw maken de tieners van nu geen haast om het ouderlijk huis te verlaten. Dat heeft alles te maken met de financiële onzekerheid; de banen liggen niet voor het oprapen en de salarissen zijn laag.

Ouders
Hierdoor wordt de last op de ouders automatisch groter. Zij moeten de recessie het hoofd bieden en hun (oudere) kinderen onderhouden. De tieners aan het begin van de twintigste eeuw waren nog in staat om daar zelf ook een steentje aan bij te dragen, maar dat zit er nu niet in; er zijn maar weinig banen voor jongeren.

Verschil
Dat is ook direct het grootste verschil tussen de levens van tieners toen en nu; de omstandigheden waarin de tieners van nu zitten, lijken op die van de tieners aan het begin van de twintigste eeuw, maar er zijn dingen die anders zijn. De overgang van jongere naar volwassene, bijvoorbeeld. Die werd aan het begin van de twintigste eeuw vlot doorlopen, maar tieners van vandaag de dag stellen het uit. “Ouders wordt nu gevraagd om hun jongvolwassen kinderen financieel en op andere manieren te helpen,” legt onderzoeker Barbara Ray uit. “Een eeuw geleden was het tegenovergestelde het geval. Toen hielpen jongvolwassenen hun ouders door te gaan werken.”

Volgens de onderzoekers maakt hun studie het mogelijk om van de geschiedenis te leren, in plaats van opnieuw dezelfde fouten te maken. “Alleen door in jonge mensen ouder dan achttien jaar te blijven investeren of meer te investeren wordt de overgang naar volwassenheid voor de ouders minder lastig en voor de jongeren minder gevaarlijk,” meent onderzoeker Richard Settersten.