Honger, voedselprijzen die tot wel 90 procent stijgen, een uitgeputte aarde: dat is ons voorland als we ons dieet niet veranderen.

Je denkt er vast wel eens over na dat wat je in je mond stopt, gevolgen heeft voor je gezondheid en van invloed is op dierenwelzijn en milieu. Ons voedingspatroon nú blijkt echter ook al op korte termijn een belangrijke rol te spelen in de voedselbeschikbaarheid en voedselverdeling. Nederlandse wetenschappers met diverse specialismen bundelden hun kennis in het boek Meat. The Future, met als conclusie: willen we in 2050 voldoende voedsel hebben om de groeiende wereldbevolking te voeden, dan is het nodig over te schakelen op een meer plantaardig dieet. Als de beschikbare landbouwgrond namelijk direct voor menselijke consumptie wordt gebruikt, in plaats van voor de teelt van veevoer, zouden zo’n vier miljard meer mensen gevoed kunnen worden.

Steeds meer mensen
De FAO voorziet een stijging van de wereldbevolking: in 2030 leven er circa 8 miljard mensen op aarde en in 2050 zijn dat er 9 miljard (ter vergelijking, in 1950 bedroeg de wereldpopulatie 2,5 miljard mensen). Deze groei vindt voornamelijk plaats in ontwikkelingslanden. Ook is de verwachting dat de welvaart in opkomende economieën als China en India verder toeneemt, waardoor de vlees- en zuivelconsumptie zal stijgen en dat heeft extra druk op de voedselbeschikbaarheid en klimaatproblematiek als gevolg. Sterker nog, volgens organisatie Stanford Woods zal de vraag naar vlees per 2020 al verdubbeld zijn. Tegelijkertijd stijgt door de grote vraag de prijs van voedsel aanzienlijk. KPMG verwacht dat de wereldvoedselprijzen tot 2030 met maar liefst 70 tot 90 procent stijgen!

“Ook in het westen kan honger wel eens sneller aan de orde zijn dan we denken. Naar schatting gaan in Nederland reeds zo’n 700.000 mensen geregeld met honger naar bed”

Kans op honger voorkomen
Om ervoor te zorgen dat er voldoende voedsel beschikbaar is en blijft voor onszelf en de groeiende wereldbevolking is het dringend nodig nu maatregelen te nemen. Eén van de wetenschappers die hiervan overtuigd is, is milieuchemicus dr. Harry Aiking. Volgens hem is er wel genoeg voedsel, maar is de verdeling ineffectief. Binnen 35 jaar hebben we twee keer zo veel voedsel nodig als nu en liefst ook duurzaam, want we kunnen geen bossen blijven kappen om landbouwgrond te creëren. Daarnaast levert de intensieve veehouderij al een veel te grote belasting op het milieu door verstoring van de koolstofkringloop (klimaatverandering), biodiversiteitsverlies en de nog onderschatte verstoring van de stikstofkringloop. Momenteel groeit het aanbod van belangrijke gewassen als rijst, granen en soja veel langzamer dan de vraag. Tezamen met de verwachte bevolkings- en welvaartsgroei en de voorziene prijsstijging, kan honger sneller aan de orde zijn, ook in het westen, dan wij denken. Aiking schat dat in Nederland zo’n 700.000 mensen geregeld met honger naar bed gaan en te weinig voedzaam, laat staan duurzaam, eten. Volgens hem worden de impact van het overdadig eten van dierlijke producten en de urgentie om hierin verandering te brengen, onderschat. “Overheid, industrie en consument moeten hun verantwoordelijkheid nemen.” Consumenten kunnen volgens hem hieraan onder meer bijdragen door over te schakelen op een dieet met minder dierlijke eiwitten (vlees, zuivel en eieren) en juist meer plantaardige producten en vleesvervangers.

Er is een duidelijk verband tussen inkomen en vleesconsumptie. Grafiek afkomstig uit het rapport 'Livestock's long shadow'.

Er is een duidelijk verband tussen inkomen en vleesconsumptie. Grafiek afkomstig uit het rapport ‘Livestock’s long shadow’.

Het valt toch best mee?
Elke dag, zelfs meerdere keren per dag, vlees eten is absoluut geen noodzaak, maar wel een gewoonte geworden. In tegenstelling tot wat velen denken, is dit iets van de laatste decennia. De huidige vleesconsumptie van de gemiddelde Nederlander bedraagt circa 85 kg karkasgewicht per jaar. In 1950 was dit zo’n 36 kg per persoon per jaar. Kim van der Leeuw van Quivertree berekende dat Nederlanders 2,2 keer zo veel vlees eten als de gemiddelde wereldburger en dus verantwoordelijk zijn voor 2,2 keer zo veel CO2-uitstoot. In de Verenigde Staten bedraagt de vleesconsumptie maar liefst zo’n 118 kg per persoon per jaar. In India eet men nu gemiddeld zo’n 4,2 kg vlees per persoon per jaar. Met het stijgen van de welvaart is de verwachting dat ook daar de vleesconsumptie omhoog gaat. Toch verwacht Karen Soeters, directeur van de Nicolaas G. Pierson Foundation (NGPF) en uitgever van het boek Meat. The Future, dat opkomende economieën als India andere keuzes zullen maken, als deze voorhanden zijn: “Als er een beter alternatief is dan vlees dan gaan mensen in een land waar de welvaart stijgt natuurlijk voor dat betere alternatief. Vergelijk het met een land waar geen telefonie is. Daar gaan ze op het moment dat telefonie wel binnen handbereik komt toch ook niet eerst massaal aan de vaste telefonie? Er is een beter en makkelijker alternatief voorhanden, namelijk mobiele telefonie. Ik ben ervan overtuigd dat hetzelfde geldt voor goede plantaardige vleesvervangers.”

Vlees eten van enorme invloed op klimaat
Mondiaal staat het terugdringen van CO2-uitstoot hoog op de agenda. De zware industrie en het verkeer veroorzaken veel uitstoot van koolstofdioxide door de verbranding van fossiele brandstoffen, met klimaatverandering tot gevolg. Te snelle opwarming van de aarde heeft veel zorgwekkende gevolgen, zoals het smelten van poolijs, een stijgende zeespiegel en verbleken van koraal. Klimaatverandering verstoort het evenwicht waardoor vaker extreme weersomstandigheden ontstaan, zoals droogte en overstromingen. Eén van de ernstige gevolgen hiervan is een voedseltekort, vooral in ontwikkelingslanden, maar in toenemende mate ook in de westerse wereld. Hoewel luchtvaart- en transportbedrijven steeds meer verantwoordelijkheid nemen en initiatieven ontwikkelen om de uitstoot van CO2 te compenseren, is een bedrijfstak die voor een zeer groot deel verantwoordelijk is voor de uitstoot van CO2 lang buiten schot gebleven. Uit de documentaire Meat the Truth blijkt dat de veehouderij maar liefst 40 procent meer broeikasgas uitstoot dan al het verkeer en vervoer samen. De impact van de veehouderij op het milieu is enorm, zoals ook de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN) onderkent. Verlies van biodiversiteit (de rijkdom aan dieren- en plantensoorten) is een gevolg van de intensieve veehouderij, en heeft weer tot gevolg dat klimaatverandering versneld wordt. Regenwouden worden gekapt om veevoer te verbouwen zoals soja en granen. Het Living Forests report van het Wereld Natuur Fonds maakt duidelijk dat een kwart van het grootste regenwoud ter wereld, de Amazone, in 2030 verloren kan zijn als nu geen maatregelen worden genomen.

stal

Methaangas door boeren en scheten
De uitstoot van methaan draagt fors bij aan het broeikaseffect. Vooral herkauwers als runderen zijn hierom berucht. Elke keer als een koe boert en een scheet laat, stoot het dier methaangas uit, zo’n 500 liter per dag. Het klimaateffect van methaan is per gram veel groter dan CO2; het is zelfs 21 keer sterker dan CO2. De hoeveelheid veevoer, waar dit is geproduceerd, evenals de uitstoot van methaan, maakt dat het produceren van rundvlees fors bijdraagt aan een te grote ecologische voetafdruk.

Water
Voor voedselproductie is land en water nodig. Veel waterschaarsteproblemen hebben te maken met de mate waarin we vlees eten. De watervoetafdruk voor de productie van bijvoorbeeld rundvlees, is vele malen hoger dan de voetafdruk voor de productie van granen (circa 10,2 ltr per kcal ten opzichte van 0,5 ltr per kcal). Door de huidige vleesconsumptie wordt het beschikbare water ineffectief gebruikt wat voor waterschaarste zorgt. Volgens watermanagementdeskundige Prof. Dr. Ir. Arjen Hoekstra heeft zo’n 1 procent van de watervoetafdruk van de gemiddelde Nederlander te maken met het watergebruik thuis en zo’n 10 procent met industriële producten. De rest van onze watervoetafdruk heeft vooral betrekking op de productie van voedsel, waarvan de productie van dierlijke producten (vlees, eieren, zuivel) veruit het grootste deel uitmaakt: circa 43 procent. Hoewel er sympathieke campagnes bestaan om mensen aan te sporen water te besparen door korter te douchen, draagt dit dan ook zo goed als niets bij aan de oplossing van de waterschaarsteproblematiek. Veel zinvoller is het om minder dierlijke producten te eten en drinken, stelt Hoekstra.

water

De functie van de natuur is uitgeschakeld
Een veerkrachtig voedselsysteem drijft op biodiversiteit en duurzaam bodembeheer, vertelt Prof. Dr. Ing. Jan Willem Erisman in zijn presentatie van het boek Meat the Future. Waar de landbouw oorspronkelijk als duofunctie had voedsel te leveren en het ecosysteem te bewaren, is de agrarische sector doorgeschoten door zich alleen op de productie van voedsel te richten. De bodemfunctie is volgens hem steeds meer uitgeschakeld en onder meer door monocultuur van de landbouw verarmt de biodiversiteit. Maar liefst zo’n 30 procent van de biodiversiteit wereldwijd wordt bedreigd als gevolg van de veehouderij. In het huidige landbouwsysteem, met gebruik van kunstmest, herbiciden en antibiotica, zijn we afhankelijk van externe middelen en de natuur wordt uitgeschakeld. “Dit model houdt niet voor de lange termijn.”

““Nog steeds realiseren veel mensen zich niet dat mes en vork een enorm sterk wapen zijn in de strijd tegen heel wat crises waar onze planeet mee te maken heeft of gaat krijgen”

Stikstof
Stikstof is nodig om te leven en te groeien en verhoogt de landbouwproductie. De draagkracht van de planeet wordt echter fors overschreden. Onder meer door toepassing van reactieve stikstof in de vorm van kunstmest, komen er hoge concentraties in de natuur terecht. Dit heeft diverse negatieve effecten, zoals verlies van biodiversiteit, vissterfte door overmatige algengroei (dead zones) en aantasting van de ozonlaag in de vorm van lachgas. Lachgas komt vrij uit de bodem na bemesting en is maar liefst 310 maal sterker dan CO2. Bovendien kost de stikstofproblematiek Nederland zo’n 4-5 miljard euro per jaar, tegenover een opbrengst van zo’n 3 miljard euro per jaar voor de boeren. Hoewel de voedselproductie omhoog moet, is dan ook niet een productieverhogend middel als kunstmest het antwoord volgens Erisman, maar juist het efficiënter en optimaal benutten van de kracht van de natuur, in combinatie met een matige vleesconsumptie en minder (energie)verspilling. “Nog steeds realiseren veel mensen zich niet dat mes en vork een enorm sterk wapen zijn in de strijd tegen heel wat crises waar onze planeet mee te maken heeft of gaat krijgen. Voorbeelden hiervan zijn watertekorten, biodiversiteitverlies, de uitbraak van zoönosen, de oneerlijke verdeling van voedsel, klimaatverandering,” aldus Karen Soeters.

Voedsel voor vee
De hoeveelheid voedsel die nodig is om 1 kg vlees of vis te produceren:
8 kg voor rundvlees
5 kg voor varkensvlees
2,5 kg voor kippenvlees
5 kg visvoer voor zalm (aquaculture)
Bron: presentatie Prof. Dr. Ing. Jan Willem Erisman

Vleesproductie is inefficiënt
De druk om in 2050 9 miljard mensen te voeden is hoog. Verdere intensivering van de veeteelt lijkt wellicht een oplossing, maar zoals hierboven beschreven heeft de veehouderij nu al een te grote negatieve impact op het milieu. Het is dan ook noodzaak om voortaan effectiever om te gaan met onze natuurlijke hulpbronnen om voldoende voedselopbrengst te creëren. De beschikbare landbouwgrond moet en kan meer voedsel opbrengen. Ongeveer een derde hiervan wordt momenteel gebruikt om voedsel te verbouwen voor de enorme hoeveelheid vee (zie kader). Globaal wordt zo’n 40 procent van het graan niet door mensen gegeten maar door vee. Voor soja is dit zelfs 70 procent. Gebruiken we de oogst echter direct voor menselijke consumptie, dan kunnen vier miljard meer monden gevoed worden. Dit maakt de productie van vlees nogal inefficiënt.

Tikkende tijdbom
Een veelgehoord bezwaar tegen het minderen van vleesconsumptie is dat het natuurlijk is om vlees te eten. Aan de manier waarop zo goedkoop mogelijk zo veel mogelijk vlees wordt geproduceerd om aan de enorme vraag te voldoen is echter niets natuurlijks. Het beeld bestaat van een nostalgische, zelfvoorzienende boerderij met wat rondscharrelend vee, maar dit is al lang niet meer de regel. In de intensieve veehouderij zitten duizenden dieren zo efficiënt mogelijk op elkaar gepropt in gigantische stallen, zonder oog voor hun natuurlijke behoeften. Het zijn veefabrieken waar productie het enige is wat telt en die de kans op uitbraak van dierziekten en resistente bacteriën, zoals MRSA en ESBL, verhogen. Dierziekten zijn van alle tijden, maar tegenwoordig worden wereldwijd jaarlijks 70 miljard dieren voor consumptie gehouden. In documentaire ‘One Single Planet’ legt professor Hans Zaaijer, hoogleraar Bloedoverdraagbare Infecties, uit dat de intensieve veehouderij een tikkende tijdbom is. Dit omdat er maar weinig plekken ter wereld zijn waar zo veel dieren zo dicht op elkaar worden gehouden en zo dicht in de buurt van mensen als in Nederland. Dit maakt de infectiedruk zeer hoog en vergroot de kans op een pandemie. Bloed wordt door bloedbank Sanquin onder andere gescreend op zoönosen. Daaruit blijkt dat in Oost-Brabant 1 op de 10 mensen besmet is geraakt met de bacterie Coxiella burnetti, de verwekker van Q-koorts. Uit bloedonderzoek blijkt dat 1 op de 500 Nederlandse donoren hepatitis E in het bloed heeft: Zaaijer vermoedt dat dit door het eten van varkensvlees komt dat niet goed gaar is en dat het grootste deel van de 10-20 miljoen per jaar gefokte biggen drager is van dit virus. Zoönosen zijn dierziekten die besmettelijk zijn voor de mens. Soms kan er door mutatie een variant ontstaan die van mens op mens overdraagbaar is. Maar ook zonder mutatie zijn deze zoönosen een groot gevaar voor de volksgezondheid, vertelt Zaaijer.

vlees

Vleesconsumptie reduceren ligt gevoelig
Vlees minderen is een precair onderwerp, zeker zodra dit uit overheidswege zou worden gestimuleerd. Een manier om de vleesconsumptie in Nederland te verminderen is de prijs van vleesproducten te verhogen. Het standpunt van onder andere de Partij voor de Dieren om het btw-tarief op vlees van 6% (van toepassing op primaire levensbehoeften) te verhogen naar 21 procent (de vleestaks), heeft veel weerstand tot gevolg. Tegenstanders voelen zich aangetast in hun recht op het maken van persoonlijke keuzes en vlees zou onbetaalbaar worden voor de gewone man. Maar hoe persoonlijk is die keuze daadwerkelijk? Naast het dierenwelzijnsaspect heeft de productie van vlees maatschappelijke effecten en die worden niet meegerekend in de prijs van een speklapje. Ook is vlees nog nooit zo goedkoop geweest (denk aan de kiloknallers), een van de oorzaken van overconsumptie. Gevolgen voor milieu en volksgezondheid worden door alle belastingbetalers betaald, dus de werkelijke prijs van vlees is fors hoger dan aan de kassa wordt afgerekend. Dit blijkt onder meer uit het rapport ‘De echte prijs van vlees’ waarin de onderzoekers een berekening van de maatschappelijke externe kosten (klimaatverandering, dierenwelzijn, biodiversiteit, dierziekten) hebben gemaakt, die momenteel niet verwerkt zijn in de consumentenprijs.

Vlees eten en de gezondheid
Deze week meldde de Wereldgezondheidsorganisatie dat er overtuigend bewijs is dat bewerkt vlees kankerverwekkend is. En ook is er steeds meer bewijs dat rood vlees kanker kan veroorzaken. Het gaat in beide gevallen met name om darmkanker, maar ook om prostaat- en alvleesklierkanker. Wat moeten we als consument met die informatie? Onderzoekers benadrukken dat vlees stoffen bevat die ons lichaam goed kan gebruiken, maar stellen tegelijkertijd dat minder vlees eten een goed idee is. Het Voedingscentrum adviseert op dit moment vleeswaren bij uitzondering te eten en de hoeveelheid rood vlees te beperken tot 500 gram per week. Onder rood vlees valt bewerkt en onbewerkt vlees van koeien, lammeren, varkens en geiten.

Overconsumptie terugdringen ook gezonder
Het doel van een verhoogd btw-tarief is tweeledig. De extra inkomsten zouden kunnen worden gebruikt voor milieumaatregelen ten gevolge van de schade die de veehouderij toebrengt (‘de vervuiler betaalt’), en verbetering van het dierenwelzijn, maar ook om in de ontwikkeling van vleesvervangers te investeren, zo stelden Hans Baaij en Jan Terlouw in Trouw. Daarnaast ontmoedigt de taks het overmatig eten van vlees. Ook Peter Kooreman, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Tilburg, pleit hiervoor. In zijn artikel op MeJudice geeft hij als voorbeeld het bevolkingsonderzoek naar darmkanker, dat in 2014 van start is gegaan. Iedereen in de leeftijdsgroep 55-75 jaar zal voortaan elke twee jaar een oproep krijgen om ontlasting in te leveren, om darmkanker in een vroeg stadium op te sporen. Een onderzoek op zo’n grote schaal is een enorme kostenpost. Volgens Kooreman is het veel efficiënter om het eetpatroon aan te passen en op deze manier te voorkomen in plaats van te genezen. De kans op darmkanker wordt volgens hem namelijk vergroot door het eten van veel rood vlees (rund, varken, lam) en bewerkt vlees (zoals salami, ham, rookworst). Dit verband is ook geconstateerd door het Wereld Kanker Onderzoek Fonds en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Ook een verhoogde kans op obesitas, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 wordt gekoppeld aan het eten van te veel rood en/of bewerkt vlees. Hoewel de gemiddelde vleesconsumptie van Nederlanders sinds 2010 iets daalt, met ongeveer een kilo per persoon per jaar, blijken de gezondheidsrisico’s en milieuconsequenties consumenten nog niet veel verder over de streep te trekken om vaker plantaardig te eten. In dat opzicht bestaat de kans dat een rigoureuze maatregel, zoals een prijsstijging, succesvoller is om de vraag naar vlees te laten dalen.

“Als alle Nederlanders één gehele dag per week vleesvrij eten, zou dit net zo veel besparen op koolstofdioxide-uitstoot als wanneer 1,25 miljoen auto’s in Nederland een jaar lang stil zouden staan”

Verander de norm
Een interessante manier om te helpen het eten van vlees te verminderen, is door de norm te veranderen. Een stille keuze noemt hoogleraar Economie Prof. Dr. Henriëtte Prast dit. Mensen hebben namelijk vaak wel de intentie om hun (eet)gedrag te verbeteren, maar als ze daadwerkelijk voor de keuze staan denken ze, ‘dat doe ik morgen wel’. Een duwtje in de rug (‘nudging’) kan helpen bepaald gewenst gedrag te stimuleren. Zo is vlees momenteel eten de regel, mensen die dit niet willen moeten zelf bij bijeenkomsten, bedrijven, in het vliegtuig et cetera een andere maaltijd regelen of hier specifiek om vragen. Volgens Prast heeft het veel meer effect om standaard plantaardige voeding aan te bieden. Geef mensen de keuze om een vleesmaaltijd aan te vragen indien gewenst. Op deze manier dwing je niemand tot iets, maar bewezen is dat maar weinigen de moeite willen nemen om een andere maaltijd te regelen. Sturen op positief gedrag kan van grote invloed zijn op de geconsumeerde hoeveelheid vlees.

Vis als alternatief
Is het vaker eten van vis dan wellicht een optie? Niet bepaald en het is al helemaal niet duurzamer. In het onlangs verschenen Living Blue Planet report van het Wereld Natuur Fonds staat beschreven dat de populaties vissen, zeezoogdieren, reptielen en zeevogels in en rond de zee in de afgelopen veertig jaar zorgwekkend is afgenomen, met maar liefst 49 procent. Door overbevissing van vissoorten als tonijn zijn visbestanden ingestort. Ook zijn de kraamkamers van de zee, koraal, mangroves en zeegrasvelden in oppervlakte afgenomen. De bijvangst bedraagt wereldwijd ongeveer 40,4 procent van de totale visvangst. Voor elke drie kg geconsumeerde vis wordt zo’n 2 kg vis bijgevangen. Dit percentage is gebaseerd op cijfers die vissers en observanten hebben doorgegeven, het werkelijke percentage ligt dan ook naar alle waarschijnlijkheid hoger. Met bijvangst worden ondermaatse vissen bedoeld, maar ook dieren als dolfijnen, zeevogels, schildpadden en haaien. Bovendien wordt de meeste gevangen vis vermalen tot vismeel voor kippen- en varkensvoer en als visvoer in de intensieve viskwekerijen.

Besparing door vleesminderen
Ook kleine stappen hebben veel effect. Als alle Nederlanders één gehele dag per week vleesvrij eten, zou dit net zo veel besparen op koolstofdioxide-uitstoot als wanneer 1,25 miljoen auto’s in Nederland een jaar lang stil zouden staan. Zouden alle Amerikanen een dag per week afzien van het eten van vlees, dan is de besparing hoger dan de gehele jaarlijkse uitstoot van de stad New York.

Vleesminderen een trend
Dr. Hans Dagevos, consumptiesocioloog, constateert een steeds grotere bewustwording en meer initiatieven om minder vlees te eten. Tien tot twintig procent van de consumenten in Nederland en andere Europese landen is hier serieus bezig. Ook kunnen initiatieven op dit gebied op steeds meer belangstelling rekenen uit wetenschappelijke hoek en van de media. Desondanks blijft de aandacht van de politiek zeer beperkt. Dagevos vindt dit onbegrijpelijk, zeker gezien de bijdrage die vleesminderen kan hebben in gezondheids- en duurzaamheidsvraagstukken.

Minder of geheel geen vlees of ander dierlijke producten eten is momenteel vooral een ethische keuze of een gezondheidsoverweging. Het ziet er echter naar uit dat het consuminderen van dierlijke producten niet meer beschouwd kan worden als een uitsluitend persoonlijke afweging. De groeiende wereldbevolking en hogere welvaart zorgen voor druk op het voedselaanbod en de productie ervan, maar ook de uitstoot van broeikasgas, onder meer ten gevolge van de intensieve veehouderij, leveren gevaren op voor de beschikbaarheid van voedsel. Zowel mondiale overheden als consumenten, met name in westerse landen met een extreem hoge vleesconsumptie, zullen op korte termijn concrete maatregelen moeten nemen om onze voedselzekerheid veilig te stellen.