gevlekte hyena

Een hoge sociale status loont. Tenminste: als je een hyena bent. Dat blijkt uit nieuw onderzoek. Hyena’s met een hoge status planten zich vaker voort, leven langer en hebben een beter algehele gezondheid.

Dat hebben Amerikaanse onderzoekers ontdekt nadat ze gevlekte hyena’s in Kenia bestudeerden. Ze stelden de sociale status van de hyena vast (wat overigens niet zo moeilijk is). “Als je de hiërarchie binnen een groep gevlekte hyena’s wilt achterhalen, gooi je gewoon wat vers vlees bij ze,” vertelt onderzoeker Nora Lewin. “Het wordt dan snel duidelijk wie dominant is en wie niet.”

Telomeren
Nadat de sociale status van de hyena’s was vastgesteld, richtten de onderzoekers zich op de telomeren van de dieren. Deze bevinden zich aan het uiteinde van een chromosoom en beschermen dat chromosoom tegen aftakeling. Maar elke keer wanneer een cel zich deelt, worden onze telomeren korter. Op een gegeven moment zijn de telomeren zo kort dat cellen zich niet meer kunnen delen en niet meer goed kunnen functioneren. Dat leidt tot ouderdom, gezondheidsproblemen en uiteindelijk de dood.

WIST JE DAT…

Langere telomeren
Uit het onderzoek blijkt dat hyena’s met een hoge sociale status langere telomeren hadden dan hun ondergeschikten. “Dit onderzoek laat voor het eerst zien welke effecten de sociale status op de lengte van telomeren van wilde zoogdieren heeft,” stelt Lewin. “Dat geeft ons een beter begrip van hoe sociale en ecologische variabelen wellicht bijdragen aan de aan leeftijd gerelateerde achteruitgang van hyena’s en organismen in het algemeen.”

De grote vraag is natuurlijk: wat zorgt ervoor dat een hoge sociale status en langere telomeren hand in hand gaan? Daar zijn de onderzoekers nog niet helemaal uit. Wel kunnen ze uitsluiten dat een overvloed aan voedsel (die bijdraagt aan een goede gezondheid) geen invloed had op de lengte van telomeren. “Het feit dat er variatie is in de lengte van telomeren wanneer de overvloed aan prooien constant is, betekent dat er andere factoren spelen. We denken dat het minder met genen te maken heeft en meer beïnvloed wordt door de omgeving, maar we moeten blijven zoeken naar de juiste omgevingsfactoren.”