En lijken nu de aarde opwarmt, gedoemd om uiteen te vallen.

Tot die conclusie komt een internationaal team van onderzoekers in het blad Scientific Reports. Ze baseren zich op een analyse van zuurstofisotopen in fossiele diatomeeën (zie kader) afkomstig uit een sedimentkern die voor de kust van het Antarctisch Schiereiland is opgeboord.

Diatomeeën zijn eencellige algen die snel reageren op veranderingen in het milieu en daarvan blijven getuigen, zelfs lang nadat ze dood zijn gegaan en zijn gefossiliseerd. In dit onderzoek vertellen de diatomeeën middels de verhouding tussen twee zuurstofisotopen meer over hoeveel (zoet) smeltwater er in de wateren die het Antarctisch Schiereiland omringen terecht is gekomen. De sedimentkern waarin de diatomeeën zijn aangetroffen, geeft ons zo als het ware een kijkje in het verleden, waarbij geldt: hoe dieper je kijkt, hoe verder je teruggaat. Zo konden de onderzoekers aan de hand van diatomeeën de hoeveelheid smeltwater die van het Antarctisch Schiereiland afliep over een periode van wel 6250 jaar reconstrueren.

Toename in smeltwater
De onderzoekers ontdekten dat de hoeveelheid smeltwater na het jaar 1400 geleidelijk aan toenam, om vervolgens na 1706 een ongeëvenaard niveau te bereiken. Een tweede opmerkelijke toename in de hoeveelheid smeltwater vond plaats na 1912.


Afbeelding: Hannes Grobe / Alfred Wegener Institute (via Wikimedia Commons).

Southern Annular Mode
Die toenames in smeltwater zijn volgens de onderzoekers toe te schrijven aan veranderingen in de zogenoemde Southern Annular Mode. Deze veranderingen leiden tot krachtigere westerwinden, opwarming van de atmosfeer en meer warm water in de Weddelgyre – een ringvormige zeestroming in de aan het Antarctisch Schiereiland grenzende Weddellzee (zie afbeelding hiernaast) – dat de ijsplaten aan de oostkust van het Antarctisch Schiereiland van onderaf aantast.

Al 300 jaar
Het onderzoek wijst er volgens de wetenschappers op dat ijsplaten in dit gebied al zo’n 300 jaar op rij versneld dunner worden. En onder invloed van antropogene opwarming waarschijnlijk dan ook gedoemd zijn om uiteen te vallen. Die hypothese wordt verder onderschreven door het feit dat we – waarschijnlijk onder invloed van die antropogene opwarming – recent steeds frequenter de eerder beschreven veranderingen in de Southern Annular Mode zien optreden, die – naast de opwarming zelf – dus ook een bijdrage leveren aan het dunner worden van de ijsplaten.

De consequenties
Het uiteenvallen van de ijsplaten is een zorgelijke ontwikkeling. De op het water rustende ijsplaten geven namelijk tegenwicht aan de achter hen gelegen, op het land rustende gletsjers. Wanneer ijsplaten massa verliezen of zelfs compleet verdwijnen, kunnen die gletsjers sneller gaan stromen, waarop ze ook versneld ijs in de omringende wateren afzetten en zo een bijdrage leveren aan de zeespiegelstijging.


Volgens de onderzoekers geeft hun studie meer inzicht in de mate waarin Antarctica in het verleden gevoelig was voor veranderingen in milieu en klimaat. En dat helpt weer om ons een beter beeld te vormen van hoe het Antarctisch Schiereiland op de huidige veranderingen in het klimaat gaat reageren én welke gevolgen dat heeft.