Wetenschappers hebben mogelijk een manier gevonden om klimaatverandering tegen te gaan: ze ontdekten dat het mogelijk is om koolstof veel dieper in de oceaan voor zeker een eeuw weg te stoppen.

De onderzoekers zetten een experiment op. Ze trokken naar de Zuidelijke Oceaan en lieten er in het voorjaar (op het zuidelijk halfrond is de zomer dan net ten einde) ijzer los. Per vierkante meter voegden ze 1/100 gram ijzer aan het water toe. Daarmee wilden ze de groei van fytoplankton bevorderen. Fytoplankton groeit dankzij ijzer. Een tekort aan ijzer is vaak de reden dat de groei beperkt blijft. Door ze meer ijzer te geven, kunnen ze beter groeien en tijdens die groei nemen ze koolstof op. De gedachte is dus: meer ijzer in de oceanen pompen, dan groeit fytoplankton beter en neemt het dus meer koolstof op. Grote vraag was echter hoelang dat koolstof vervolgens in de oceanen bleef. Stel dat het na de dood van fytoplankton weer vrijkwam, dan was het vergeefse moeite. IJzer in de oceanen loslaten, heeft alleen zin als we daarmee koolstof gedurende lange tijd kunnen opsluiten.

Langdurig opslaan
Het nieuwste experiment wijst er voorzichtig op dat dat laatste zeker mogelijk is. Vooral kiezelwieren (zij behoren tot fytoplankton, zie ook de foto hierboven) deden het door toedoen van ijzer heel goed. En zij groeiden niet alleen sterk, ze bleken koolstof ook gedurende lange tijd in de oceaan op te kunnen sluiten. “We waren in staat om aan te tonen dat meer dan 50 procent van het plankton naar een diepte groter dan 1000 meter zakte en dat wijst erop dat de koolstof die ze in zich hebben diep in de oceaan en in de sedimenten op de zeebodem kan worden opgeslagen,” stelt onderzoeker Victor Smetacek. Koolstof zou daar zeker meer dan 100 jaar opgesloten zitten.

Een close-up van kiezelwier. Foto: Marina Montresor / SZN / Alfred Wegener Institute.

Weer heel anders
Toch is het onderzoek geen vrijbrief om overal ijzer in de oceanen te brengen en zo de ophoping van CO2 en dus de opwarming van de aarde tegen te gaan. In 2009 werd een dergelijk experiment namelijk ook al uitgevoerd. Maar toen leverde het heel andere resultaten op. Andere soorten algen groeiden toen beter, maar die algen konden maar een beperkte bijdrage leveren aan de opslag van koolstof. In tegenstelling tot kiezelwieren hadden deze algen geen extern, beschermend skelet, waardoor ze snel door andere organismen kunnen worden opgegeten. En dat gebeurde ook. De toename in algen was dan ook vooral prettig voor de organismen die die algen op het menu hadden staan. “Dit laat zien hoe verschillende gemeenschappen van organismen op de toevoeging van ijzer in de oceaan kunnen reageren,” benadrukt onderzoeker Christine Klaas.

Belangrijk
De experimenten met ijzer zijn volgens Smetacek heel belangrijk. “De resultaten verbeteren ons begrip van processen in de oceaan die samenhangen met klimaatverandering.” Hij is zich ervan bewust dat er rondom zijn aanpak nogal wat controverse heerst. Vandaar dat het onderzoek – dat al in 2004 werd uitgevoerd – nu pas na een zeer grondige evaluatie van de resultaten is het blad Nature is gepubliceerd.

Het toevoegen van ijzer aan de oceanen is een vorm van geo-engineering. Hierbij worden maatregelen genomen om processen in de natuur te beïnvloeden. Veel mensen hebben daar moeite mee, omdat veel processen in de natuur met elkaar samenhangen. Wanneer we één proces beïnvloeden – ook al kunnen we de gevolgen van beïnvloeding van dat ene proces overzien – is de kans groot dat dat ook weer impact heeft op andere processen. Die processen kennen of doorgronden we mogelijk niet, met alle gevolgen van dien.