Onderzoeker Stephen Leonard leefde één jaar tussen de Inughuits. Aan Scientias.nl vertelt hij zijn verhaal.

In augustus 2010 vertrekt Leonard naar de Inughuits. Ze zijn het meest noordelijk wonende volk en één van de eersten die het veranderende klimaat aan den lijve ondervinden. Ze raken hun ijs kwijt en daarmee komt ook hun identiteit in het geding. In een poging een stukje van die identiteit te redden, reist Leonard naar het noordwesten van Groenland. Gewapend met camera’s, pen en papier neemt hij zich voor de ‘orale tradities’ zoals dat zo mooi heet, te vereeuwigen. Voor het te laat is…

Snow People
“Ik kende de gemeenschap al zo’n vijftien jaar,” vertelt Leonard. “Ik groeide op met boeken over mensen die de polen verkenden.” Eén boek raakte hem in het bijzonder: ‘The Snow People‘. “Ik las over Wally Herbert (een Britse poolverkenner) die in de jaren ’70 in het gebied woonde en werd geraakt door de verhalen van zijn vrouw in ‘The Snow People‘. Toch was het niet direct een reden voor Leonard om naar Groenland af te reizen. Pas toen de crisis in IJsland toesloeg en de Britse Leonard zijn onderzoek daar niet langer gefinancierd kreeg, schoten het boek en de mensen in het noorden van Groenland weer door zijn gedachten. “Ik deed wat onderzoek en ontdekte dat de gemeenschap die ik altijd al eens had willen bezoeken heel snel veranderde en dat de toekomst ervan onzeker was. Ik besloot dat ik er zo snel mogelijk heen moest gaan.”

Stephen Leonard bij één van de huizen van de Inughuits. Foto: Cambridge University (via Flickr.com).

Heel anders
Leonard vertrok in augustus 2010 en zou een jaar bij de Inughuits blijven. Het zou een heel ander leven worden dan Leonard gewend was. “Zij (de Inughuits, red.) leven in vier verschillende nederzettingen. 85 procent van de bevolking woont in de stad: Qaanaaq. Dit is een moderne stad met een school, ziekenhuis en elektriciteit.” Hoewel de stad heel modern klinkt, zijn de leefomstandigheden van de mensen dat niet. “De meeste mensen hebben geen stromend water en er is geen riool. Mensen verhitten hun huizen met olieverwarming.” Er is zelfs nog één dorp waar de meeste mensen geen elektriciteit hebben.

Werk
Een jaar lijkt lang, maar Leonard had veel werk te verrichten. Want hij was hier eigenlijk maar om één reden: de orale tradities – verhalen, woorden, liederen – redden. En dat was hard nodig. “Naar mijn idee hangen hun orale tradities nauw samen met de jacht en het zee-ijs. De meeste verhalen gaan over de jacht en overleven in een extreem klimaat. Als de aarde opwarmt en er geen zee-ijs meer is, is er geen jacht meer en zijn er ook geen verhalen meer.”

Een door de Inughuits gedode ijsbeer. Foto: Cambridge University.

Klimaatverandering
Het is het probleem van de Inughuits in een notendop. De dorpen van deze mensen liggen uitzonderlijk noordelijk, op een plaats waar de klimaatverandering het eerst en keihard toeslaat. “De Inughuits zijn mensen van het zee-ijs. Ze hebben altijd op het zee-ijs gejaagd, maar nu weten ze niet langer wanneer het komt en hoe lang het er zal zijn.” De opwarming zit de Inughuit op tal van manieren dwars. Het zee-ijs waarop ze anders jagen verdwijnt. En ook de dieren waarop ze jagen, passen zich aan die veranderende omstandigheden aan. Ze bewegen zich anders door het gebied heen en zijn daardoor moeilijker te vinden. Verhalen en liederen die de Inughuits anders hielpen bij de jacht halen niets meer uit. Want al die wijsheid van vroeger is niet meer van toepassing op de warmere wereld van nu.

Vijftig letters

De taal van de Inughuits – Inuktun – is heel bijzonder. Zo zijn er woorden die wel vijftig letters tellen. Maar het blijft niet bij woorden. Ook met hun lichaamstaal hebben de Inughuit heel wat te vertellen. Met de wenkbrauwen kunnen ze bijvoorbeeld ‘ja’ zeggen en met de neus ‘nee’.

Oude liederen
En doordat de samenleving van de Inughuits op dit moment zo kwetsbaar is, is hun taal dat ook. Naar schatting spreken nog slechts 770 mensen de taal die de Inughuits lang zo eigen was. En echte verhalenvertellers en drumdansers (mensen die zingen, drummen en dansen tegelijkertijd, zie ook onderstaand filmpje): daar zijn er nog veel minder van. “Er zijn nog heel weinig goede verhalenvertellers en drumdansers over.” De verhalen en liederen werden van generatie op generatie overgedragen. Ze staan nergens opgeschreven en dus is Leonard voor het behoud ervan afhankelijk van het geheugen van oudere Inughuits die zich deze liederen en verhalen nog kunnen herinneren. “Hun taal wordt niet op school geleerd of op televisie, in de regering of in de kerk gebruikt,” legt Leonard uit. En dat maakt de taal zo enorm kwetsbaar. “Als het zee-ijs helemaal verdwijnt en er niet meer gejaagd wordt dan zullen mensen gaan vissen of het gebied verlaten. Als de mensen weggaan, zal hun taal verdwijnen, omdat deze in andere delen van Groenland niet wordt gesproken en de Inughuits gedwongen worden om een andere taal te spreken.”

Vissen
De situatie van de Inughuits lijkt uitzichtloos. Aan alle kanten wordt hun leefgebied en hun bestaan dat daar zo nauw met verweven is, bedreigd. Maar toch is er hoop, zo vertelt Leonard. Het ijs smelt en dat biedt ook weer voordelen. Zo wordt er nu veel meer gevist. “Ik denk dat er een redelijke kans is dat ze (de Inughuits, red.) overstappen op de visserij en toch in dit gebied blijven wonen.” Maar dan moet er niet al te veel veranderen. “Eén van de belangrijkste vraagstukken is of Groenland onafhankelijk wordt van Denemarken.” Als Groenland onafhankelijk wordt en de oliebronnen van het land flink uitgeput gaan worden, kan het leven van de Inughuits wel eens heel moeilijk worden. Het is namelijk maar de vraag of ze dan in hun leefgebied kunnen blijven. “De overheid heeft duidelijk gemaakt dat zij mensen liever in steden ziet wonen, omdat het zo gemakkelijker is om de economie draaiende te houden.”

Huizen van de Inughuits. Foto: Cambridge University (via Flickr.com).

Opname
Wat er ook gebeurt: de taal van de Inughuits zal nooit helemaal verloren gaan. Leonard heeft een groot deel van hun woorden, verhalen en liederen kunnen opschrijven of opnemen. Het resultaat verwerkt hij op dit moment in twee boeken. Eentje over zijn ervaringen en eentje over de taal. De opnames die hij maakte, worden bewaard in een museum in Cambridge. En ook de Inughuits zelf krijgen de opnames in het bezit.

“Het is belangrijk om hun taal te bewaren, omdat er zoveel kennis in de taal en hun verhalen zit,” vertelt Leonard. “Als ze hun taal en kennis verliezen en het zee-ijs terugkeert dan zijn ze niet in staat om te jagen.” De Inughuits zijn zich bewust van het gevaar dat ze omringt. Met name de ouderen zien hoe de jongeren het jagen afzweren, zich op het westen richten en ook de interesse in al die verhalen en termen die de jacht betreffen, verliezen. Ook zien ze hoe hun omgeving verandert, maar ze kijken daar heel anders tegenaan dan de meesten van ons. “De Inughuits geloven niet dat de klimaatverandering door mensen wordt veroorzaakt. Ze denken dat de klimaatverandering een cyclus is.” Een natuurlijke cyclus of niet: de Inughuits plukken er de wrange vruchten van. Want met het ijs komt ook hun bestaan, hun taal en cultuur, oftewel hun hele identiteit in het geding. Nu maar hopen dat de volgende generaties over niet al te lange tijd de boeken van Leonard nog eens openslaan en zich een weg banen door al die bijzondere woorden, verhalen en liederen en de cultuur die al zovele jaren op één van de meest onherbergzame plekken van deze aardbol stand weet te houden, nieuw leven in willen blazen.