We kennen allemaal de verhalen over archeologen die dankzij één vondst in één klap wereldberoemd werden. Het overkwam amateur-archeoloog en schrijver Paul Sussman ook. In de Engelse krant The Guardian vertelt hij over zijn grote vondst: de juwelen van de farao in de Vallei der Koningen.

Sussman is schrijver en al sinds zijn kindertijd bijzonder geïnteresseerd in de geschiedenis van Egypte. “In 1972, ik was toen zes, nam mijn tante me mee om de tentoonstelling over Toetanchamon in het Britse Museum te bekijken. Sindsdien ben ik aan Egypte en archeologie verslingerd geraakt. Ik bracht het grootste deel van mijn kindertijd door in de tuin, op zoek naar tombes.”

Opgraving
Hoewel hij geen archeologische opleiding heeft gevolgd, grijpt Sussman elke gelegenheid aan om te kunnen graven naar de rijke geschiedenis van Egypte. “Die ene die ik me altijd zal herinneren vond iets meer dan tien jaar geleden plaats. Ik werkte als veldarcheoloog en dagboekschrijver in een team dat in de Vallei der Koningen aan het graven was. Ik maakte deel uit van het Amarna Royal Tombs Project en we deden er vier jaar over om de vallei rondom de tombes van Toetanchamon en Ramses VI bloot te leggen. Terwijl we in deze grond aan het graven waren, kregen we toestemming om een kleine bestaande tombe, KV56 opnieuw bloot te leggen.”

De missende plak
De KV56 werd in 1908 door de Engelse archeoloog Edward Ayrton ontdekt. In de tombe zaten de meest spectaculaire juwelen. Vandaar de bijnaam: de Gouden Tombe. Sussman krijgt de leiding over het heropende onderzoek en daalt elke ochtend samen met twee Egyptische arbeiders in de tombe af om onderzoek te doen. “Het eerste seizoen leverde niet veel op: een skelet van een hond en één van Ayrtons oude sigarettenpakjes waren misschien wel de spannendste vondsten. Het tweede seizoen werd interessanter. Op een ochtend was ik samen met één van de arbeiders in een hoek van de kamer aan het schrapen toen we iets in het licht zagen glimmen. Het was een smalle plak, een rechthoek van geslagen goud. Prachtig afgewerkt en met de troonsnaam van de farao Seti II erop. Ayrton had dertien identieke plakken gevonden, allemaal delen van een ketting die rond de nek van de farao hing. Dit was de plak die hij miste.”

Verwondering
“Aan de ene kant was het simpelweg een mooi, extreem zeldzaam snuisterijtje dat niets aan onze kennis over de oude Egyptische geschiedenis toevoegde. Maar aan de andere kant was het een echt opmerkelijke vondst. Een object dat niemand in drie millennia tijd had gezien of aangeraakt en dat ooit werd gedragen door een man die als een levende god werd beschouwd. Ik voelde verwondering natuurlijk, en opwinding. (…) Maar ook een vreemd gevoel van dislocatie. Alsof ik voor een heel kort moment een glimp van een oude, verloren wereld mocht opvangen. Maar ik was voornamelijk gehaast om het object te fotograferen, te registreren en veilig op te bergen. Ik heb een goed bewaard gebleven reputatie van spectaculaire onhandigheid en ik wilde niet dat dit object daarvan het laatste slachtoffer zou worden.”

In de weken die volgden werden nog een aantal ornamenten opgegraven. Samen met de ontdekking van Sussman zijn het de enige juwelen van de farao die sinds Howard Carter Toetanchamon in 1922 ontdekte, zijn opgegraven. Ze worden op dit moment in Luxor bewaard. “Maar ik hoop dat ze op een dag herenigd worden met de andere schatten uit de Gouden Tombe.”