Mensen die ons teveel of te weinig imiteren, geven ons letterlijk de rillingen, zo blijkt uit een nieuw onderzoek.

Uit een onderzoek onder studenten van de Duke University blijkt dat onbewuste imitatie een grote invloed heeft op onze gemoedstoestand. Zo zouden de rillingen letterlijk over uw lijf lopen als iemand u teveel of te weinig imiteert. Wanneer we het over imitatie hebben, dan bedoelen we het imiteren van de lichaamstaal van anderen. Dat doen we voortdurend en vaak zonder dat we ons er bewust van zijn.

Experimenten
In het eerste experiment hadden proefpersonen contact met een persoon die voor de onderzoekers werkte. Deze persoon kreeg de opdracht om de proefpersonen heel vriendelijk te behandelen. Wat deze persoon deed en zei was of taakgericht (en dus heel formeel) of meer affiliatief (alsof de persoon zich verbonden wist met de proefpersonen en dus wat informeler). De onderzoekers verwachtten dat proefpersonen zich kouder zouden voelen wanneer de persoon zich taakgericht opstelde en de proefpersonen zou imiteren. Ook zouden de proefpersonen de rillingen overhouden aan een interactie waarbij de persoon die voor de onderzoekers werkte zich affiliatief op zou stellen en ze helemaal niet zou imiteren.

Resultaten
En de onderzoekers hadden het bij het juiste eind. De proefpersonen gaven aan zich kouder te voelen wanneer ze informeler werden behandeld en niet werden geïmiteerd dan wanneer ze informeler werden behandeld en wel werden geïmiteerd. In de groep die formeel werd behandeld, gold precies het omgekeerde. Mensen voelden zich kouder wanneer ze werden geïmiteerd. Opvallend genoeg was dus niet de mate van imitatie doorslaggevend: ook de opstelling van de persoon waarmee mensen spraken, deed ertoe. Soms was wat meer imitatie geoorloofd. Soms niet.

(On)afhankelijk
In een tweede experiment verzamelden de onderzoekers heel onafhankelijke en afhankelijke mensen. Daarmee wilden de onderzoekers achterhalen of ook persoonlijke kenmerken invloed hadden op de geoorloofde mate van imitatie. De proefpersonen hadden wederom contact met iemand die voor de onderzoekers werkte. Deze persoon imiteerde de lichaamstaal van de proefpersonen of niet. Daarna moesten de proefpersonen de kamertemperatuur inschatten. Afhankelijke mensen gaven aan het kouder te hebben wanneer ze niet werden geïmiteerd. Onafhankelijke mensen hadden het juist kouder wanneer ze geïmiteerd werden. Ook verschillen tussen mensen hebben dus invloed op de mate waarin imitatie geoorloofd is of niet.

WIST U DAT…

…mensen elkaar tijdens het eten nadoen?

Rassen
In een derde experiment werd gekeken hoe dat tussen verschillende rassen zat. Waren daartussen ook verschillen in geoorloofde imitatie of niet? De onderzoekers brachten Kaukasische mensen en mensen die niet Kaukasisch waren in contact met een Kaukasische vrouw die ze imiteerde of niet. Daarna moesten de proefpersonen aangeven hoe koud het was. Wanneer de Kaukasische dame niet-Kaukasische mensen imiteerde dan schatten deze de kamertemperatuur lager in. Wanneer de Kaukasische dame de Kaukasische mensen niet imiteerde, schatten zij de kamertemperatuur lager in dan deze was.

Het onderzoek suggereert dat mensen onvoorwaardelijk vertrouwen op imitatiesignalen om mensen te evalueren en op hen te reageren. Dit zou kunnen betekenen dat de dagelijkse gevoelens van kou vaak het gevolg zijn van het non-verbale gedrag van hun gesprekspartner. De onderzoekers schrijven in hun paper: “Als we ervan uitgaan dat de imitatie van de ander een betekenis heeft dan kan het ons vertellen of iemand een bedrieger of bedreiging is. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan is het misschien wel goed dat wij zo op onze hoede zijn voor vreemden.”