Tot die conclusie komen onderzoekers nadat ze brokstukken van de ruimtesteen onder de loep namen.

In 2018 spotten telescopen verbonden aan het Catalina Sky Survey – een project waarbinnen gericht gezocht wordt naar kometen en (potentieel gevaarlijke) planetoïden – een kleine planetoïde. Amper acht uur later drong de ruimtesteen de atmosfeer binnen, waar deze uiteenviel. Al snel werd duidelijk dat de brokstukken ergens in Botswana waren neergekomen. Aan de hand van getuigenverklaringen van mensen die een vuurbol hadden gezien en videobeelden waarop deze zelfs was vastgelegd, konden onderzoekers vaststellen waar de brokstukken ongeveer geland moesten zijn. Er werd een zoekactie op touw gezet en na vijf dagen trof men een klein stukje meteoriet aan. “Het woog 18 gram en was ongeveer drie centimeter groot,” vertelt onderzoeker Peter Jenniskens. Later in het jaar werden in hetzelfde gebied nog eens 22 kleinere stukjes van dezelfde ruimtesteen teruggevonden.

Vesta
En nu – bijna vier jaar later – denken onderzoekers te weten waar de planetoïde – 2018 LA genaamd – hoogstwaarschijnlijk vandaan kwam: Vesta. De op één na grootste planetoïde in ons zonnestelsel die een paar jaar geleden nog door ruimtesonde Dawn werd verkend.

Baan en samenstelling
De onderzoekers trekken die conclusie onder meer op basis van de baan van 2018 LA. Die wijst erop dat de ruimtesteen zijn oorsprong vindt in het binnenste deel van de planetoïdengordel waar ook Vesta zich ophoudt. Daarnaast wijst een analyse van de brokstukken erop dat deze gerekend kan worden tot de HED-meteorieten – de Howardieten, Eucriten en Diogenieten – waarvan sterk vermoed wordt dat ze afkomstig zijn van Vesta. “Over het algemeen classificeerden we het materiaal van planetoïde 2018 LA als Howardiet, maar sommige individuele fragmenten deden weer meer denken aan Diogenieten en Eucrieten,” aldus onderzoeker Roger Gibson.

Sariçiçek
Verder zijn er ook opvallende overeenkomsten tussen de meteoriet die boven Botswana uiteenspatte (Motopi Pan genaamd) en een andere HED-meteoriet die een aantal jaren eerder in Turkije is teruggevonden. Die ruimtesteen – Sariçiçek genaamd – had een vergelijkbare baan en brak in de atmosfeer ook in veel kleine meteorietjes uiteen. Eerder stelden onderzoekers te vermoeden dat Sariçiçek het levenslicht zag tijdens een enorme inslag op Vesta, waarbij de door ruimtesonde Dawn gefotografeerde Antonia-krater ontstond. Die krater zag zo’n 22 miljoen jaar geleden het levenslicht. Een analyse van de in Botswana ontdekte fragmenten wijst uit dat deze meteoriet ergens tussen de 19 en 27 miljoen jaar als klein object door de ruimte heeft gedoold. “Dus deze kan uit dezelfde krater op Vesta afkomstig zijn,” aldus onderzoeker Kees Welten.

Verschillen
Naast overeenkomsten zijn er echter ook verschillen tussen de ruimtesteentjes die in Turkije en Botswana zijn ontdekt. Zo zijn er aanwijzingen dat het materiaal van Motopi Pan en Sariçiçek zo’n 4,563 miljard jaar geleden aan het oppervlak van Vesta stolde. Maar het materiaal dat in Botswana is geland is later nog eens gesmolten en opnieuw gestold, terwijl het materiaal dat in Turkije is teruggevonden niet van zo’n tweede smelt en stolling getuigt. “Ongeveer 4,234 miljard jaar geleden bevond het materiaal in Motopi Pan zich dicht bij de plek van een grote inslag,” meent onderzoeker Qing-zhu Yin. “Sariçiçek bevond zich daar niet.”

Een stukje meteoriet dat in 2018 in Botswana landde. Onderzoekers schatten op basis van data van de Catalina Sky Survey dat de planetoïde voor deze de atmosfeer binnendrong en uiteenviel zo’n 1,5 meter groot was en 5700 kilo woog. Afbeelding: SETI Institute.

Waarnemingen wijzen uit dat Vesta twee grote inslagen doormaakte. Daarbij zou de Rheasilvia-krater en de onderliggende – en dus oudere – Veneneia-krater zijn ontstaan. “We vermoeden nu dat Motopi Pan verhit werd door de Veneneia-inslag, terwijl de daaropvolgende Rheasilvia-inslag het materiaal verspreidde,” stelt Jenniskens. Het materiaal landde weer buiten de krater, waar later nieuwe inslagen plaatsvonden die het materiaal daadwerkelijk richting de aarde slingerden. Zo vinden we tussen het door de Rheasilvia-inslag weggeslingerde materiaal de Antonia-krater, maar ook de iets kleinere en jongere Rubria-krater waaruit het Motopi Pan-materiaal eveneens afkomstig zou kunnen zijn.

En zo kunnen deze kleine stukjes ruimtesteen ons dus een inkijkje geven in het roerige verleden van Vesta en zelfs helpen bij het dateren van grote inslagen op de planetoïde. Daarnaast onthullen ze echter ook de kracht van de Catalina Sky Survey, dat er met Motopi Pan voor de tweede keer in slaagde om een object in de ruimte te detecteren voor het op het aardoppervlak insloeg.