Want: ben je wel langdurig immuun voor het virus als je het eenmaal hebt gehad? En wat als het virus muteert?

Het leek overduidelijk toen premier Mark Rutte begin deze week in een toespraak de Nederlandse corona-strategie uit de doeken deed. Men ging er alles aan doen om de verspreiding van het virus te beperken en zo een overbelasting van het zorgstelsel te voorkomen. En daarnaast werd er ingezet op het ontwikkelen van groepsimmuniteit. Een groot deel van de Nederlandse bevolking zou het virus krijgen, het overleven en er vervolgens immuun voor zijn. Dit deel van de bevolking kan het virus dan ook niet meer overdragen op anderen en daarmee wordt het voor het virus gaandeweg steeds lastiger om zich te verspreiden en neemt de kans dat het virus erin slaagt om iemand te bereiken die het virus nog niet heeft gehad, dus ook steeds kleiner. En zo wordt er als het ware een beschermende muur – bestaande uit allemaal immune Nederlanders – gebouwd rond de ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid, voor wie het virus een groot gezondheidsrisico vormt.

Op papier was het een prachtig plan. Maar het kon in de praktijk op forse kritiek rekenen. “Met deze aanpak zullen er veel onnodige doden vallen,” zo voorspelt epidemioloog Hassan Vally, verbonden aan La Trobe University, in gesprek met Scientias.nl. “Het is een heel risicovolle strategie om een ziekte waarvan je weet dat deze ernstige uitkomsten kan hebben, zijn gang te laten gaan in een groot deel van de populatie om zo groepsimmuniteit te ontwikkelen en in theorie de kwetsbaardere groepen te beschermen. Het is duidelijk een onverstandige strategie.”


Ommezwaai
Of het de kritiek – in binnen- en buitenland – was of dat wij het gewoon allemaal verkeerd begrepen hebben, is onduidelijk. Maar in de loop van deze week plaatste Rutte een belangrijke kanttekening bij de toespraak waarin hij de groepsimmuniteit-strategie leek na te jagen. Groepsimmuniteit was geen doel op zich. Het was een bijkomstigheid van het feit dat een groot deel van de Nederlanders het virus ongetwijfeld op zal gaan lopen. En niet alleen de Nederlandse regering maakte een ommezwaai in beleid. Aan de andere kant van de Noordzee gebeurde hetzelfde: de regering van Groot-Brittannië liet eerst eveneens doorschemeren dat deze de coronacrisis met een beetje hulp van groepsimmuniteit te lijf wilde gaan, maar kwam daar later eveneens op terug. “Het is duidelijk dat deze strategie zou leiden tot een overbelasting van het zorgstelsel en zou leiden tot onnodige sterfte,” aldus Vally.

Veel zieken
Want groepsimmuniteit – waarbij zo’n groot deel van een populatie immuun is voor een virus dat het zich eigenlijk niet of nauwelijks meer kan verspreiden – vereist dat veel mensen het virus eerst oplopen. “Hoeveel mensen immuun moeten zijn om ons van groepsimmuniteit te kunnen verzekeren, is afhankelijk van hoe besmettelijk de ziekte is,” aldus Vally. “We meten de besmettelijkheid door het berekenen van het reproductiegetal: Ro. Hoe hoger Ro uitvalt, hoe gemakkelijker een ziekte zich door een populatie verspreidt. En hoe gemakkelijker een ziekte zich verspreidt, hoe meer mensen er immuun moeten zijn om de verspreiding van het virus te stoppen. Voor COVID-19 weten we – en dat is heel begrijpelijk, want het is een nieuw virus – nog niet precies wat het reproductiegetal is. Maar we denken dat het waarschijnlijk ergens tussen de 1.4 en 2.5 ligt. De huidige data suggereren dus dat elke besmette persoon gemiddeld 1.4 tot 2.5 andere mensen besmet. Afgaand op die aanname moet ongeveer 60% van de bevolking immuun zijn alvorens er sprake kan zijn van groepsimmuniteit.” Het betekent dat enorm veel Nederlanders – ongeveer 10 miljoen – het virus moeten oplopen om groepsimmuniteit te ontwikkelen. Een groot deel ervan zal er met milde symptomen van af komen. Maar een aanzienlijk percentage zal extra of zelfs intensieve zorg vereisen. En zo kan alsnog een overbelasting van het zorgstelsel op de loer liggen. Natuurlijk kun je proberen de besmettingen over een langere tijd uit te smeren, maar dat betekent ook dat groepsimmuniteit langer op zich laat wachten en kwetsbare mensen en ouderen dus ook langer onbeschermd zijn.

Onzekerheid
Maar er is nog een reden voor experts om terughoudend te zijn in het omarmen van de groepsimmuniteit-strategie. “Er is zoveel onzeker als het gaat om dit coronavirus,” stelt Vally. En één van de dingen waar onderzoekers op dit moment niet zeker van zijn, is dat mensen nadat ze het virus hebben gehad er ook langdurig immuun voor zijn. “We kunnen op basis van wat we weten over immuniteit voor andere coronavirussen stellen dat immuniteit waarschijnlijk wel een tijdje aanhoudt, maar we hebben daar voor dit nieuwe coronavirus geen specifieke informatie over. Bovendien is het mogelijk dat het virus terwijl de pandemie voortduurt, muteert, wat ook weer gevolgen kan hebben voor de immuniteit.”


Strategieën
In deze onzekere tijden is dus ook groepsimmuniteit geen vast gegeven. Maar welke strategie rest er dan? De lockdown ligt bij veel landen nog op tafel. Maar de terughoudendheid is groot. “Overheden nemen beslissingen waarbij ze de gezondheid, economie en sociale afwegingen meenemen en veel van die beslissingen zijn gebaseerd op een aantal dingen die we niet weten.” En het is altijd kiezen tussen twee of meer kwaden. “Alles wat we doen om onze gezondheid te beschermen heeft onbedoelde consequenties op andere gebieden. Een lockdown heeft significante economische en sociale kosten en overheden zullen dat pad niet lichtvoetig betreden.”

De enige strategie waar alle experts vierkant achter staan, is de strategie gericht op het afremmen van de verspreiding van het virus. En daarnaast blijft het hopen op een effectief vaccin, waarmee eveneens groepsimmuniteit kan worden bereikt. “Het voordeel van het ontwikkelen van groepsimmuniteit door vaccinatie is dat je immuniteit kunt bereiken zonder dat je de ziekte hoeft te ontwikkelen.” Deskundigen verwachten dat een effectief vaccin tegen COVID-19 – waarbij het immuunsysteem door het inspuiten van stukjes van het virus of een dode versie daarvan, antilichamen tegen het virus aanmaakt – echter nog een jaar tot anderhalf jaar op zich laat wachten.