De wereldwijde landbouwproductiviteit is sinds 1961 veel minder hard gegroeid dan in afwezigheid van klimaatverandering het geval zou zijn geweest.

Dat stellen Amerikaanse onderzoekers in het blad Nature Climate Change. Ze baseren zich op een model waarmee ze in af- en aanwezigheid van klimaatverandering de groei van de landbouwproductiviteit simuleerden. Het model onthult dat de groei die de wereldwijde landbouwproductiviteit sinds 1961 heeft doorgemaakt zo’n 21 procent kleiner is dan in afwezigheid van klimaatverandering het geval zou zijn geweest.

Achterstand
Dat klinkt misschien wat abstract. Daarom maken de onderzoekers het graag wat concreter. De gemiste groei is volgens hen vergelijkbaar met een scenario waarin de landbouwproductiviteit zeven jaar op rij onveranderd zou blijven. “Wij ontdekten dat klimaatverandering in de afgelopen zestig jaar in feite zeven jaar aan verbeteringen in de landbouwproductiviteit ongedaan heeft gemaakt,” aldus onderzoeker Ariel Ortiz-Bobea.

“Het is vergelijkbaar met een scenario waarin we in 2013 de groei van de landbouwproductiviteit gepauzeerd zouden hebben en sindsdien geen enkele verbetering zouden hebben doorgevoerd. Antropogene klimaatverandering brengt ons nu al op achterstand.”

Historische impact
Dat klimaatverandering van grote invloed gaat zijn op de productie van gewassen, is al door talloze studies aangetoond. Veranderingen in temperatuur en neerslag gaan hun weerslag hebben op de landbouwopbrengsten. Maar in hoeverre door klimaatverandering ingegeven weersveranderingen in de afgelopen decennia al van invloed zijn geweest op de landbouwproductiviteit: daar was tot voor kort eigenlijk nog nooit onderzoek naar gedaan. De nieuwe studie brengt daar verandering in. “Onze studie suggereert dat klimaat- en weergerelateerde factoren reeds een grote impact hebben gehad op de landbouwproductiviteit,” aldus onderzoeker Robert Chambers.

Historische analogie
De resultaten hebben Chambers niet echt verrast, zo vertelt hij aan Scientias.nl. “Andere klimaatomstandigheden vereisen dat boeren zich aanpassen. Sommige manieren waarop ze – voorafgaand aan de veranderingen – werkten, zullen nu minder goed werken. Iets vergelijkbaars zagen we lang geleden gebeuren toen Amerikaanse boeren terwijl ze zich richting het westen van het continent verspreidden, hun gewassen moesten aanpassen. Gewassen die het goed deden in het vochtigere oosten deden het verderop in het westen minder goed, deels omdat de klimaatomstandigheden daar anders waren.”

Productiviteit
In hun studie keken Chambers en collega’s naar de multifactorproductiviteit. Dit is een berekening die gebruikt wordt om de groei van een bedrijfstak – in dit geval de landbouw – te meten. “De productiviteit is in feite een berekening van de verhouding tussen input en output,” vertelt Chambers. “En in de meeste industrieën is de enige manier waarop de productiviteit kan groeien, door nieuwe input.” De landbouw is echter tamelijk uniek, in die zin dat niet alle nieuwe input ook automatisch resulteert in een aan de hogere input evenredige hogere output. “Wanneer een boer een economische beslissing neemt – zoals bijvoorbeeld wat hij in juni gaat planten – dan weten we de uitkomst van die beslissing vaak pas maanden later. Dus er is een duidelijke pauze tussen input en output en willekeurige gebeurtenissen – zoals bepaalde weersomstandigheden – kunnen daar een enorm stempel op drukken.” Zo kunnen boeren flink innoveren, maar daar door extremere weersomstandigheden maar deels de vruchten van plukken. Om te achterhalen in hoeverre dat in de afgelopen decennia al is gebeurd, vergeleken de onderzoekers de landbouwproductiviteit in aan- en afwezigheid van door klimaatverandering ingegeven weersveranderingen in de afgelopen zestig jaar.

Toekomst
Gemiddeld genomen bleek de wereldwijde groei van de landbouwproductiviteit sinds 1961 met zo’n 21 procent te zijn afgeremd door klimaatverandering. Maar in sommige regio’s – zoals Afrika, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied – was de groei zelfs tussen de 26 en 34 procent afgeremd. “Sommige mensen denken dat klimaatverandering een ver-van-hun-bed-show is, iets waar voornamelijk toekomstige generaties mee te maken krijgen,” stelt onderzoeker Ariel Ortiz-Bobea. “Onze studie laat zien dat antropogene klimaatverandering nu al een disproportioneel effect heeft op armere landen die sterk afhankelijk zijn van de landbouw.” Het is zorgwekkend, aldus Chambers. “Naar verwachting moeten we tegen 2050 bijna 10 miljard mensen voeden, dus het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat onze productiviteit sneller groeit dan ooit.”

Ondanks de ontdekking dat klimaatverandering in de afgelopen decennia al een stempel drukte op de landbouwproductiviteit, is Chambers optimistisch dat het tij nog gekeerd kan worden. “De ultieme vraag is natuurlijk of we de productiviteit snel genoeg kunnen laten groeien. Mijn intuïtie zegt: ja, dat kan. Maar het vereist wel dat we ons aanpassen. Als de klimaatveranderingen zo dramatisch zullen zijn als de data suggereren, zullen boeren in verschillende regio’s zowel hun aanpak als gewassen moeten veranderen.” Maar, zo benadrukt Chambers, opnieuw verwijzend naar de Amerikaanse boeren die honderden jaren geleden van het oosten naar het westen van het Amerikaanse continent trokken, aanpassen is echt mogelijk. “Boeren hebben het al eerder gedaan.”