Dat blijkt uit een boek, gemaakt van middeleeuws afval, dat is gevonden in de Leidse Universiteitsbibliotheek.

Het boek betreft een samenbinding van drie verschillende middeleeuwse handschriften. Het laatste deel, geschreven in de eerste helft van de elfde eeuw in Frankrijk, is gemaakt van afval dat is overgebleven nadat dierenhuiden tot perkament waren verwerkt. Het bevat commentaar op de klassieke auteur Prudentius, die erg populair was in het middeleeuwse onderwijs.

Ontdekking
Dr. Erik Kwakkel, werkzaam aan het Leids Universitair Instituut voor Culturele Disciplines (LUICD), kwam het boekje tegen toen hij een tentoonstelling over Angelsaksische handschriften voorbereidde. “Het tweede deel was van belang voor de tentoonstelling. Toen ik verder keek in het boek, ontdekte ik dat de laatste bladzijden gemaakt waren van middeleeuws afvalmateriaal,” zegt Kwakkel. Het was voor hem niet moeilijk om dit onmiddellijk te herkennen. “Ik heb een studie gemaakt van het gebruik van restmateriaal en zag de kenmerkende afwijkingen op de bladen van het betreffende boekje.” De afwijkingen betreffen een donkere kleur, een oneven bladvorm en samengestelde bladen.

Studie
In zijn studie, die later dit jaar verschijnt in English Manuscript Studies, betoogt hij dat de mens in de Middeleeuwen ook aan recyclen deed. “Repen afvalperkament (‘schedula’) werden gebruikt voor korte berichten zoals briefjes en notitievelletjes. Maar ook voor teksten die niet lang hoefden te bestaan, namelijk kladversies van literatuur, stembiljetten, maar ook brieven. Die werden in de Middeleeuwen niet lang bewaard”, vertelt Kwakkel aan Scientias.nl. Voor deze studie vond hij al enkele handschriften die deels uit afvalmateriaal bestaan. “Maar dit is de eerste keer dat ik in Nederland een dergelijk boekje tegenkom”.

WIST U DAT…

…sterrenstelsels ook aan recycling doen?

Middeleeuws recyclen
Het perkament voor boeken in de Middeleeuwen werd gemaakt van dierenhuiden. Door de buitenste rand van zo’n geprepareerde huid weg te snijden, ontstonden er afvalrepen. Van deze 15 centimeter brede repen vol scheuren en gaten werd onder andere lijm gemaakt. “Maar ook boeken, dat blijkt”, zegt Kwakkel. Het eindresultaat was vaak niet al te mooi: de bladzijden waren sterk verkleurd, niet rechthoekig van vorm (zie de foto van het boekje bovenaan het artikel), maar volgen de contouren van het beest en zeer klein. Een bladzijde was nog geen 14 centimeter hoog.

De ontdekking gaat recht in tegen het standpunt van middeleeuwse kopiisten. “Er bestaat een woordenboek uit de vijftiende eeuw waarin wordt uitgelegd wat ‘schedula’ betekent. De beschrijving van de term reflecteert hoe kopiisten tegen het gebruik van afvalrepen aan keken. Namelijk dat het ongeschikt is voor de productie van een boek,” licht Kwakkel toe. De vondst van het boekje laat zien dat sommigen daar anders over dachten en daarmee heeft Kwakkel een relatief onbekende kant van de middeleeuwse boekproductie blootgelegd.