De PVV wil de wintertijd afschaffen, want ons leven wordt er somber door. Of dat een zinvolle kreet is, laten we even in het midden, maar vaststaat dat de winterse dagen vaak aanleiding zijn voor gevoelens van neerslachtigheid. Het is de bekende winterdip. Maar waar komt die dip eigenlijk vandaan? Een duik in een verschijnsel dat ook wetenschappers niet helemaal doorgronden.

Eén op de tien mensen heeft zo tegen de winter last van somberheid. Psychologen, psychotherapeuten, psychiaters, huisartsen en andere wetenschappers proberen al jaren grip te krijgen op de dip die onder namen als ‘winterblues’, ‘winterdip’ en ‘Seasonal Affective Disorder (SAD)’ wereldwijd mensen in oktober bespringt en pas ergens in april weer loslaat. Sommige mensen ervaren vermoeidheid, concentratieproblemen, somberheid en een gewichtstoename. Bij anderen gaat het een stapje verder en leunt de dip tegen een zware depressie aan. In dat geval kan met recht gesproken worden van een SAD (Seasonal Affective Disorder).

Tropen
Overigens maakt niet iedereen een even grote kans op een dergelijke seizoensgebonden depressie. Zo zijn er gemiddeld meer vrouwen met een winterdip dan mannen. En hebben de mensen in de tropen – logisch – zelfs nog nooit van de winterblues gehoord. Ook in IJsland zult u niet zo snel mensen met wintersomberheid aantreffen. En als u er dan toch een negatieveling treft, weet u direct bijna zeker dat het een immigrant is. Want de meeste IJslanders – of ze nu in of (ver) buiten IJsland wonen – zijn minder vatbaar voor de winterdip. Uit onderzoek blijkt dat dat waarschijnlijk genetisch bepaald is.


Melatonine
Er is pas sprake van een winterdepressie als de klachten enkel in het najaar en de winter optreden. Het lijkt er dan ook op dat mensen met SAD of de mildere winterdip vooral last hebben van de korte dagen en het daarmee samenhangende tekort aan daglicht. Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt die conclusie. Het heeft namelijk alles te maken met melatonine. Deze stof wordt door het lichaam aangemaakt als er geen blauw licht (daglicht, licht van televisiebeelden of lamplicht) te bekennen is. Zodra deze stof vrijkomt, is dat voor het lichaam een teken dat het zich klaar moet gaan maken voor de nacht. In de winter is er minder daglicht en wordt er dus veel meer melatonine aangemaakt. Vandaar dat mensen met een winterdip zich ook overdag heel moe voelen: hun lichaam denkt dat het nacht is of gaat worden. Eigenlijk zitten ze dus gewoon met een halfwerkende biologische klok opgescheept. Dat verklaart ook waarom hun symptomen sterk overeenkomen met de klachten van mensen met een jetlag. Mensen met een winterdip zijn gewoon even helemaal van hun stuk gebracht. Alsof ze de wereld in 24 uur hebben rondgereisd.

Vitaminetekort
En alsof dat nog niet genoeg is, brengt het weinige daglicht ook nog eens een tekort aan vitamine D met zich mee. Deze vitamine wordt onder invloed van de zon door ons lichaam aangemaakt en verkleint de kans op een depressie. Dan zou u misschien denken dat mensen toch nog genoeg andere stoffen hebben die de depressie afremmen, maar helaas hebben die ook onder het sombere weer te lijden. Neem bijvoorbeeld het geluksstofje serotonine. Door de overmatige productie van melatonine komt het er maar niet tussen.


Vrouw
Opvallend genoeg lijden over het algemeen meer vrouwen dan mannen aan de winterdip. Het is onduidelijk hoe dat kan. Mogelijk heeft het iets met de hormoonhuishouding van de dames te maken. Een andere mogelijkheid is dat mannen net zo goed last hebben van de donkere dagen, maar daar minder gemakkelijk met hun arts over praten.

Behandeling
Om de biologische klok weer op orde te krijgen, wordt tegenwoordig veelvuldig gebruik gemaakt van lichttherapie. De patiënt moet hierbij een week lang elke dag een half uur tot drie kwartier plaats nemen achter een speciale lamp. Deze lamp geeft wit licht af dat vergelijkbaar is met zonlicht en een kracht heeft van 10.000 lux. Voor het grootste deel van de winterdippatiënten is één sessie voldoende om er een hele winter tegenaan te kunnen. Anderen dienen de lichttherapie later nog eens te herhalen. Lang werd gedacht dat lichttherapie toch een soort van placebo-effect heeft. Maar onlangs bleek dat vette zandratten – die ook last kunnen hebben van een winterdip – baat hebben bij de therapie. Een direct bewijs dat lichttherapie ons echt goed doet.

Zomerdip
Overigens is de winterdip niet de enige SAD. Er zijn ook veel mensen – met name op zuidelijkere breedtes – die last hebben van de zomerdip. Dit is wel iets zeldzamer: uit onderzoek blijkt dat er voor elke vijf mensen met een winterdip, één patiënt met een zomerdip is.

Vooralsnog blijft de winterdip net als de zomerse variant – alle conclusies en resultaten ten spijt – toch iets ongrijpbaars. De somberheid die in oktober overvalt en in maart weer met stille trom vertrekt, lijkt iets mysterieus te hebben. Misschien niet langer voor de wetenschappers die het onderzochten, maar voor de slachtoffers van de vallende bladeren des te meer. Voorlopig rest hen – naast de kunstmatige toevoer van ontbrekende stoffen en licht – weinig meer dan geduldig te wachten op een zonovergoten voorjaar.