Over de Etrusken is maar weinig bekend. Schrijfster Hester van Delden bezocht een aantal plekken die een beeld geven van het opmerkelijke volk en onthult wat die plekken ons vertellen.

Veel geschriften zijn verloren gegaan en er is onvoldoende kennis van de taal om langere teksten te interpreteren. Bij de beeldvorming van de cultuur van de Etrusken zijn we daarom vooral aangewezen op archeologisch onderzoek. Als schrijver van een nieuwe Dominicus reisgids over Toscane bezocht zelfstandig erfgoedspecialist Hester van Delden een aantal plekken die een beeld geven van misschien wel ‘het modernste volk van de oudheid’.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in Archeologie Magazine. In het magazine ontdek je archeologische vindplaatsen en lees je dé verhalen over de opkomst en ondergang van eeuwenoude beschavingen!

Uit hun rijke materiële cultuur kunnen we opmaken dat de Etrusken tot de hoogst ontwikkelde volken van de oudheid behoorden en in veel opzichten hun tijd vooruit waren. Beroemd zijn de prachtige fresco’s in de Etruskische graftomben bij Tarquinia, in de Italiaanse regio Latium. Maar ook in het noordelijker gelegen Toscane zijn talloze, weliswaar minder bekende, maar zeker zo fascinerende sporen van de Etrusken te vinden. Het waren tenslotte de Tusci – zoals de Romeinen ze noemden – waaraan deze schitterende regio zijn naam dankt.


In de ban
Etrurië, het woongebied van de Etrusken, omvatte het huidige Toscane en aangrenzende delen van de regio’s Umbrië en Latium. Al sinds de 8e eeuw v.Chr. voerden de Etrusken handel met de Grieken, Egyptenaren en Feniciërs. Het was deze zeehandel, met name in ijzer, keramiek en wijn, die het volk groot maakte. Deze bloeiperiode zou tot de 5e eeuw v.Chr. duren. De Etrusken lieten zich weliswaar beïnvloeden door andere culturen, maar hielden ook vast aan hun eigen gebruiken. En ze hadden hun eigen taal, die niet tot de Indo-Europese talen behoorde. Ondanks de toenemende dominantie van de Romeinen, wisten ze lange tijd hun culturele identiteit te behouden. Desondanks verloren ze geleidelijk hun macht en gebieden aan de Romeinen, die uiteindelijk de Etruskische taal en cultuur in de ban deden. Hierdoor is veel kennis over het volk verloren gegaan. De vermeldingen van Griekse en Romeinse geschiedschrijvers over de Etrusken zijn vaak oppervlakkig, incorrect of bevooroordeeld.

Een Etruskische lierspeler, deze schildering is te vinden op de wand van het Graf van het Triclinium in het Italiaanse stadje Tarquinia. Afbeelding: PD-Art-YorckProject (via Wikimedia Commons).

Rijke grafcultuur
Doordat Etruskische huizen werden gebouwd van vergankelijke materialen als hout en klei, is geen enkele stad goed bewaard gebleven. Maar de Etrusken – die in reïncarnatie geloofden – bouwden naast hun steden necropolissen (dodensteden), die wél de tand des tijds doorstonden. De graven zijn uitgehouwen in de rotsen of verborgen onder grafheuvels en vormen waarschijnlijk een getrouwe weerspiegeling van hun woonhuizen: oorspronkelijk met kleurrijk beschilderde wanden en gevuld met meubels, kleding, sieraden en alledaagse gebruiksvoorwerpen. Ze vormen de belangrijkste bron om het leven van de Etrusken te reconstrueren. Doordat met name de elite voor hun familie deze graftombes lieten maken, beperkt onze kennis zich echter vooral tot deze ‘happy few’. Hieronder volgt een beeld van de Etrusken, aan de hand van enkele plekken in Toscane die een bezoek meer dan waard zijn.

IJzerslakken
Dankzij de exploitatie van ijzermijnen rond Populonia en op het eiland Elba waren de Etrusken vanaf de 8e eeuw v.Chr. in staat om een enorme rijkdom te vergaren. Hierdoor konden de eenvoudige Villanova-dorpen uitgroeien tot steden. In het Archeologisch Park van Baratti en Populonia zijn graftombes te bewonderen, die goed bewaard zijn gebleven. Ook dat is te danken aan de ijzerindustrie: in de 5e eeuw werd een deel van de necropolis bedekt onder een metersdikke laag ijzerslakken. Vanwege de enorme vraag naar ijzer vond er als het ware een ecologische veldslag plaats, waarbij het restafval achteloos tussen de graftombes werd geloosd. Hierdoor ontstond er een kunstmatige heuvel die de necropolis grotendeels aan het zicht onttrok. Hoewel sommige graven door het gewicht van de ijzerslakken zijn ingestort, werden de meeste hierdoor juist goed geconserveerd en konden bovendien de Italiaanse tombaroli (grafrovers) ze niet vinden. De plek is nog maar sinds een paar jaar opengesteld voor het publiek en de opgravingen zijn nog in volle gang. In het park kunnen zowel bovengrondse graftombes worden bezichtigd als een goed uitgezette wandeling worden gemaakt naar de Dodenstad van de Grotten: halverwege de route word je beloond met een schitterend uitzicht op de golf van Baratti, met op de voorgrond de graven, daterend uit de 4e-2e eeuw v.Chr., die zijn uitgehouwen in de rode rotsen. Ook passeer je tijdens deze wandeling diverse – reeds in de oudheid geplunderde – ondergrondse grafkamers.


Regionale verschillen
Etrurië kende geen staatkundige eenheid met een centraal bestuur, maar er waren 12 autonome Etruskische stadstaten, die samen een confederatie vormden (zie kaart hieronder). De verschillen tussen de steden waren groot. Terwijl langs de welvarende Tyrreense kuststrook de cultuur in hoog tempo werd beïnvloed door de oosterse volken waarmee men handelde, behield het binnenland nog lange tijd de oude Villanova-cultuur, die door veel archeologen als vroeg-Etruskisch wordt getypeerd. Etrusken in het binnenland bleven hun doden nog lange tijd cremeren, om daarna de as in urnen bij te zetten in putgraven. Aan de kust daarentegen maakte crematie al gauw plaats voor het begraven van de doden in tumuli, grote ronde grafheuvels die uit verschillende grafkamers bestaan. De tumuli in dit park dateren uit de 7e eeuw en behoorden toe aan machtige, adellijke families. De grafgiften die de elite van Populonia meekreeg, tonen hun uitzonderlijke rijkdom: kunstig versierde struisvogeleieren, scarabeeën en faience aardewerk uit Egypte, zilveren en gouden schalen en fijn bewerkt ivoor. En niet te vergeten prachtige sieraden met filigrein en granulaat (gouden bolletjes zo klein dat je ze met het blote oog bijna niet kunt zien) – de Etrusken waren meesters in het bewerken van goud tot schitterende sieraden. Deze schatten bevinden zich tegenwoordig in de musea van Populonia Alto, Volterra en Perugia. Via een nauwe tunnel kun je de Tomba dei Carri (Tombe van de Strijdwagens) bezoeken, de tumulo die het meest intact is. Archeologen troffen hierin een bronzen strijdwagen op ware grootte aan, die zich tegenwoordig in het Nationaal Archeologisch Museum in Florence bevindt. In de centrale ruimte heeft het plafond een zogeheten tholos, een valse koepel.

Etrurië en de Etruskische expansie. De twaalf stadstaten zijn hier aangeduid met een omcirkelde zwarte kring. Afbeelding: NormanEinstein (via Wikimedia Commons).

Albasten urnkisten
Al eeuwenlang wordt in de omgeving van Volterra albast gewonnen. Etruskische ambachtslieden gebruikten de kalkachtige steensoort al voor het vervaardigden van vazen, schalen, beeldjes, sieraden en urnkisten. Exemplaren hiervan zijn te bewonderen in het Museum Guarnacci. Via de Etruskische Porta all’Arco (6e tot de 3e eeuw v.Chr.) wandel je ernaartoe. Het wat traditionele museum werd al in 1761 gesticht door Mario Guarnacci, die zijn archeologische verzameling schonk aan de inwoners van Volterra. De collectie omvat veel kunstvoorwerpen en maar liefst 600 Etruskische grafurnen, voornamelijk gemaakt en gevonden in en rond de stad. De urnkisten hebben de vorm van een liggende figuur met een afneembaar hoofd en een uitgeholde borstkas, waarin de as van de dode bewaard werd. Het onderste deel is rijk bewerkt met afbeeldingen van episoden uit de Griekse of lokale mythologie.

Een kunstzinnig volk
Tot de meest fascinerende museumstukken behoort Urna degli sposi, een urnendeksel met een echtpaar dat aan de maaltijd ligt en elkaar ontspannen aankijkt. Een mooi voorbeeld van Etruskische portretkunst die in tegenstelling tot de latere Romeinse portretkunst realistisch was en de persoonlijkheid van de overledenen weergaf. De Etrusken kenden allerlei gebruiken die in het geheel niet overeenstemden met de Griekse en Romeinse, maar het opmerkelijkste verschil was misschien wel dat van de rol van de vrouw in de samenleving. In tegenstelling tot haar Romeinse en Griekse evenbeeld was de Etruskische vrouw gelijkwaardig aan de man en had ze een volledige eigen naam die ze, net als haar eigendommen, kon nalaten aan haar kinderen. Op veel grafurnen van kinderen staan dan ook de naam van zowel de vader als de moeder vermeld. Naast de bewerking van goud en albast, staan de Etrusken ook bekend om de vervaardiging van bronzen beelden. Een aparte ruimte in het museum is gewijd aan Ombra della sera (Avondschaduw); een 60 cm hoog, langgerekt bronzen beeld van een naakte jongeman uit de 3e eeuw v.Chr. Dergelijke beelden werden aan de doden meegegeven in het graf. Hoewel het meer dan 2000 jaar oud is doet het mysterieuze beeld qua vorm en verfijning denken aan het werk van een moderne kunstenaar als Alberto Giacometti. Toch duurde het wel even voordat dit meesterwerk van Etruskische kunst op waarde werd geschat: sporen op de voeten van het bronzen beeld tonen aan dat de boer die het tijdens het ploegen van zijn akker vond, het jarenlang als haardpook heeft gebruikt…

Urna degli sposi. Afbeelding: Sailko (via Wikimedia Commons).

Religie en ontspanning
In het Archeologisch Museum van Chianciano Terme wordt op zeer beeldende wijze verhaald over verschillende andere aspecten van de Etruskische cultuur. Er zijn stijlkamers ingericht, waar objecten en muurschilderingen een beeld geven van een levenslustig volk dat hield van muziek maken, dansen en het nuttigen van uitgebreide maaltijden waarbij mannen – tot grote schande van de Grieken en Romeinen – gezamenlijk met hun vrouwen aan het banket lagen. Dat Etruskische vrouwen ook op religieus gebied gelijkwaardig waren aan de man, blijkt uit het feit dat er vrouwelijke priesters waren en uit het grote aantal vrouwelijke goden die vereerd werden. In het museum vind je de restanten van een prachtige bronzen wagen die mogelijk geleid wordt door Selena Diana, godin van de wateren. Ze werden gevonden in een Etruskische tempel uit de 4e eeuw v.Chr., nabij de thermale bronnen van de stad. Ontroerend mooi is het levensgrote stenen grafmonument Mater Matuta (moeder van de ochtendstond), godin van onder meer de geboorte en het moederschap, daterend uit de 5e eeuw v.Chr. Vermoedelijk werd hierin de as van een overleden vrouw met kind bewaard. Het afneembare hoofd van het beeld fungeerde als deksel. Binnenin bevonden zich behalve verbrande botten een paar prachtige gouden sieraden.

Indrukwekkende muur
Om de inwoners van hun steden in tijden van nood te beschermen, bouwden de Etrusken indrukwekkende stadsmuren. Een prachtig exemplaar met een lengte van 3 kilometer is te vinden in het Archeologisch Park van Roselle. De goed geconserveerde cyclopische muur werd in de 7e-6e eeuw v.Chr. gebouwd. De Etrusken maakten nog geen gebruik van cement en de stenen werden op elkaar gestapeld; tot wel 7 meter hoog! Ondanks dat lukte het de inwoners niet om stand te houden tegen de Romeinen. Roselle kwam onder Romeins bestuur en na de kerstening kreeg de stad zelfs een bisdomszetel. Over een Romeinse weg met diepe karrensporen loop je langs de opgravingen uit de verschillende perioden. Recentelijk is er een Etruskische weg, inclusief drainagesysteem, blootgelegd. Voor de opgegraven voorwerpen moet je bij het Museo Archeologico e d’Arte della Maremma in Grosseto zijn.

Heilige holle wegen
Nergens klinkt de echo van de Etrusken echter nog zo goed na als in en rond de steden Sovana, Sorano en Pitigliano. In de necropolis bij Sovana vind je misschien wel het mooiste Etruskische tempelgraf van Toscane, de Tomba Ildebranda. Ook de vele andere graven op het Parco Archeologico Città del Tufo zijn indrukwekkend. De drie stadjes worden niet alleen omringd door prachtige Etruskische graven, maar zijn bovendien met elkaar verbonden door een ingenieus netwerk van vie cave (holle wegen), die de Etrusken in het zachte tufsteen hebben uitgehakt. Door erosie en door de hoeven van ezeltjes zijn de wegen steeds dieper uitgesleten, waardoor de wanden wel 20 meter hoog kunnen zijn. Wat het precieze doel van deze wegen was, is onduidelijk. Er zijn geleerden die beweren dat het gewoon handelswegen waren, waarover men naar een bestemming kon reizen. Maar dan blijft het de grote vraag waarom er soms meerdere van deze wegen, parallel en zo dicht bij elkaar, door het gebied lopen. Anderen menen dat de wegen een militair-strategische of een spirituele functie hadden. De holle wegen zouden heilige wegen zijn geweest, die deel uitmaakten van de pelgrimsroute waarlangs de Etrusken ieder jaar zingend en musicerend naar het heilige centrum, het Fanum Voltumnae van Etrurië liepen en waar de vertegenwoordigers van de 12 steden met hun gevolg eens in het jaar bijeenkwamen. Dit zou de vele uitgehakte altaartjes in de wanden langs de wegen kunnen verklaren. Dat de holle wegen zijn voorzien van een goed functionerend afwateringssysteem (overigens ook een uitvinding van de Etrusken), mocht ik zelf ervaren. Wandelend over de indrukwekkende Via Cava San Giuseppe bij Pitigliano, werd ik plotseling overvallen door een enorme hoosbui en zag ik het eeuwenoude mechanisme in werking treden: het regenwater klaterde als een kleine waterval in de goot langs de weg naar beneden.

Archeologie Magazine
Dit artikel verscheen eerder in Archeologie Magazine: het grootste Nederlandstalige publiekstijdschrift over archeologie. Zes keer per jaar neemt Archeologie Magazine je op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland en vertelt boeiende, rijk geïllustreerde verhalen over opkomst, bloei en ondergang van eeuwenoude beschavingen. Nu het eerste jaar + 2 cadeaus voor maar €19,95 bestel direct óf geef cadeau! Het laatste nieuws op het gebied van archeologie vind je op www.archeologieonline.nl.