De verwerking van leer en bont speelde mogelijk een belangrijke rol in het vermogen van de vroege mens om tijdens het Pleistoceen naar koudere delen van de wereld te trekken.

De Contrebandiers-grot in Marokko is een interessante plek. Opgegraven dierlijke botten hebben namelijk onthuld dat onze vroege voorouders tussen de 120.000 en 90.000 jaar geleden in deze grot te vinden waren. Om meer over hun dieet te weten te komen, besloten onderzoekers in een nieuwe studie de hier aangetroffen botten grondiger te bestuderen. Maar opvallend genoeg realiseerden ze zich al snel dat de botten die ze hadden gevonden niet alleen maaltijdresten zijn…

Contrebandiers-grot
Zoals gezegd zijn er in de Marokkaanse Contrebandiers-grot al verscheidende keren goed bewaarde gefossiliseerde botten – die zowel aan mens als dier toebehoorden – teruggevonden. “Daarnaast zijn er ook stenen werktuigen in de grot ontdekt,” vertelt Emily Hallett in gesprek met Scientias.nl. “Deze artefacten dateren uit een periode die van groot belang is voor ons begrip over de menselijke oorsprong. We weten namelijk dat nieuwe vormen van gereedschapsgebruik – denk aan persoonlijke versieringen – ongeveer 100.000 jaar geleden voor het eerst in het archeologische archief van Afrika verschenen. En de Contrebandiers-grot dateert uit deze interessante periode in de menselijke evolutie.”

Dierlijke botten
De onderzoeker was voornamelijk geïnteresseerd in de dierlijke botten die in de grot zijn aangetroffen. “Ik wilde het dieet van de vroege mens reconstrueren,” vertelt ze. “Daarnaast wilde ik zien of er veranderingen in het dieet waren die verband houden met veranderingen in de technologie van stenen werktuigen.” Maar toen zij zich met haar team over de botten boog, ontdekte ze iets totaal onverwacht. “De botten hebben vorm- en gebruikssporen die suggereren dat ze werden gebruikt voor het bewerken van leer en bont,” zegt Hallett. “Daarnaast vond ik opvallende snijwonden die doen vermoeden dat mensen geen carnivoren verwerkten voor vlees, maar ze in plaats daarvan vilden voor hun vacht.”

De onderzoekers bestudeerden in totaal 62 botten uit de Contrebandiers-grot. Naast deze botten, vonden de onderzoekers overblijfselen van Tibetaanse zandvossen, goudjakhalsen en wilde katten; allemaal met sporen die overeenkwamen met het idee dat mensen deze dieren van hun huid hadden ontdaan voor bont. De overblijfselen van andere soorten dieren vertonen hele andere markeringen, wat suggereert dat deze dieren wel voor vlees werden verwerkt.

Met behulp van gereedschappen gemaakt van dierlijke botten werden carnivoren gevild voor bont. Afbeelding: Jacopo Niccolò Cerasoni 2021

Het is een opmerkelijke ontdekking. Want het betekent dat sommige gevonden dierlijke botten in de Contrebandiers-grot geen kliekjes vertegenwoordigen, maar nuttige gereedschappen zijn die gebruikt werden voor het bewerken van leer en bont. “Wat met name opvallend is, is dat soortgelijke botten vandaag de dag nog steeds voor dezelfde doeleinden worden gebruikt,” zegt Hallett. “Botten zijn ideaal voor het schrapen van huiden, omdat ze de huid heel laten en deze niet doorboren.”

Deze afbeelding toont een botgereedschap uit de Marokkaanse Contrebandiers-grot. Dit voorwerp werd 120.000 tot 90.000 jaar geleden gebruikt voor het bewerken van leer. Afbeelding: Jacopo Niccolò Cerasoni

Kleding
Waarom onze verre voorouders leer en bont bewerkten? Het antwoord laat zich waarschijnlijk al raden. Want leer en bont kan de vroege bewoners van de Contrebandiers-grot goed warm hebben gehouden. Het betekent dat de in Marokko ontdekte botten voorzichtig suggereren dat onze voorouders 120.000 jaar geleden al kleding maakten. “Genetische studies hebben aan het licht gebracht dat kleding minstens 170.000 jaar geleden in Afrika bij moderne mensen is ontstaan,” zegt Hallett. En dus is het goed mogelijk dat onze verre voorouders dierlijke botten gebruikten om kleding te vervaardigen.

Sluitend bewijs
Kleding gemaakt van bont en huid speelde zelfs vermoedelijk een belangrijke rol in het vermogen van onze verre voorouders om tijdens het Pleistoceen naar koudere delen van de wereld te trekken. Toch is het lastig om hier definitieve uitspraken over te doen. “Bont en andere organische materialen blijven over het algemeen niet goed bewaard,” legt Halett uit. “En vooral niet in afzettingen van 100.000 jaar oud. Daarom moeten we het doen met stukjes bewijs zoals gereedschappen en botten waarop sporen zijn achtergebleven. We kunnen deze bewijsstukken vervolgens samenvoegen en suggereren dat deze vroege mensen kleding droegen. Er zijn echter veel andere toepassingen van leer die we niet kunnen uitsluiten.”

Wat de bevindingen in ieder geval wel aantonen, is dat vroege mensen innovatieve probleemoplossers waren. “Net zoals mensen tegenwoordig,” aldus Hallett. De onderzoeker is erg benieuwd of andere archeologen vergelijkbare huidsporen zullen aantreffen op andere dierlijke botten. Daarnaast is ze van plan om zelf een bot-gereedschap te maken en te gebruiken in een gecontroleerde omgeving. Want op die manier hoopt ze meer inzicht te krijgen in de tijd en arbeid die moeten zijn besteed bij het maken en onderhouden van dergelijke voorwerpen.