Nieuw onderzoek verklaart hoe de onfortuinlijke mierenkolonie – die de bunker onmogelijk op eigen kracht kan verlaten – overleeft en zelfs kan gedijen.

Een aantal jaar geleden deden onderzoekers in een voormalige kernwapenbunker in Polen een merkwaardige ontdekking. De bunker waar ooit nucleaire wapens opgeslagen lagen, was het thuis geworden van een groepje kale bosmieren (Formica polyctena). Een vrij ongebruikelijke plek, aangezien het in de bunker koud en donker is. Bovendien is voedsel schaars. Onderzoekers raakten geïnteresseerd in deze vreemde ‘kolonie’ (tussen aanhalingstekens, omdat er alleen werkmieren werden gevonden) en besloten het wat beter onder de loep te nemen. En nu gaat het opmerkelijke verhaal verder.

Opgesloten
De onderzoekers kwamen er in de eerdere studie al achter dat de mieren niet uit vrije wil naar de bunker waren verhuisd. Recht boven de bunker bevindt zich namelijk een verticale ventilatiepijp waar de bosmieren in eerste instantie een nestje hadden gebouwd. Maar elk jaar vallen talloze onfortuinlijke werkmieren uit die kolonie door de pijp naar beneden. Ze belanden dan in de bunker waar ze onmogelijk meer uit kunnen ontsnappen. Naar schatting bestond het nest destijds uit zeker honderdduizenden mieren en misschien zelfs uit een miljoen.


De betreffende mierenkolonie. Afbeelding: Wojciech Stephan

Overleven
Ondanks de barre omstandigheden hebben de mieren blijkbaar een manier gevonden om te kunnen overleven. Maar hoe? De bosmieren moeten bijvoorbeeld toch iets eten om in leven te kunnen blijven. De onderzoekers besloten dat in de huidige studie verder te bestuderen. En de bevindingen zijn wat luguber. Zo blijkt dat – door het gebrek aan voedsel – de mieren overleven door overleden soortgenoten op te peuzelen.

Kannibalisme
Het sterftecijfer in de kolonie is – niet heel verrassend – bijzonder hoog. Maar omdat er elk jaar ook heel veel mieren door de ventilatiepijp naar beneden glijden, is de aanvoer van nieuwe mieren groter dan het aantal mieren dat in de bunker bezwijkt. Op die manier houdt de kolonie zich in stand. Maar deze dode mieren hebben ook een praktisch nut. Want zij vormen vervolgens het avondeten voor de rest.

Kannibalisme onder bosmieren

Misschien denk je bij kannibalisme niet gelijk aan een hoopje bosmieren. Maar toch treedt soortgelijk gedrag in de natuur vaker op. Bijvoorbeeld in het voorjaar, wanneer er niet veel eiwitrijk voedsel voor handen is. Hierdoor krijgen bosmieren het vaak met elkaar aan de stok wat leidt tot de zogenaamde ‘mierenoorlogen’, waarin aangrenzende kolonies het tegen elkaar opnemen. De slachtoffers die in deze ‘oorlogen’ vallen, worden vervolgens als maaltje naar binnen gewerkt.

Opeten
De studie laat zien dat kannibalisme onder bosmieren vaker voorkomt dan gedacht. En aangezien er in de bunker niet veel ander voedsel te vinden is dan de mierenkadavers, konden de wetenschappers met zekerheid stellen dat de mieren inderdaad overleefden door het verorberen van meestal dode nestgenoten. “Het laat het grote aanpassingsvermogen van bosmieren zien aan verre van optimale omstandigheden,” zo stellen de auteurs. “Dit is de sleutel tot het begrijpen van hun onbetwistbare evolutionaire succes.”


Om de onfortuinlijke mieren uit hun penibele situatie te helpen, besloten de onderzoekers de kolonie te bevrijden. In eerste instantie lieten ze een groep van honderd mieren uit de bunker vrij om de relatie tussen de kolonie die zich bovenaan de ventilatiepijp had gevestigd en het groepje mieren uit de bunker te bestuderen. Zoals verwacht werd er geen agressiviteit tussen beiden kolonies waargenomen. Daarom besloten de onderzoekers door middel van een verticale balk beide kolonies met elkaar te verbinden, waardoor de gevangen mieren weer naar boven konden klimmen. Al snel begonnen verschillende mieren deze nieuwe ontsnappingsroute te inspecteren. En uiteindelijk werd de bunker geheel verlaten. Ondertussen huist de oorspronkelijke mierenkolonie nog steeds bovenaan de ventilatiepijp, waardoor er mieren door de pijp naar beneden blijven vallen. Maar dankzij de balk kunnen ze zich nu vrij op en neer bewegen. En mogelijk kan dit leiden tot nog meer interessante ontdekkingen. “We kunnen nog meer intrigerend mierengedrag verwachten,” besluiten de onderzoekers.