Less is more. Zeker op het gebied van beweging. Dat blijkt uit onderzoek. Het lichaam kan net zoveel baat hebben bij een korte, maar intensieve training als bij een urenlange, maar matige training. In vorm blijven is dus lang niet zo tijdrovend als vaak wordt gedacht.

De onderzoekers bestudeerden de voordelen van de zeer intensieve intervaltraining waarbij één minuut zeer hard gerend of gefietst wordt. Daarna krijgt de sporter een minuut rust. En vervolgens gaat hij weer een minuut sporten. Dat herhaalt hij ongeveer tien keer. De onderzoekers concluderen dat deze manier van sporten niet alleen efficiënt, maar ook veilig is. Zeker in vergelijking met de traditionele trainingsmethodes.

Tijdens een experiment fietsten de proefpersonen zestig seconden heel hard. Na afloop bleek dat hun spieren net zoveel verbeterd waren als die van de proefpersonen wiens training op uithoudingsvermogen gericht was en dus veel langer duurde.

Volgens professor Martin Gibala bewijst het onderzoek dat sporters meer voor minder kunnen terugkrijgen. Het is niet duidelijk waarom de zeer intensieve intervaltraining zo goed werkt, maar de onderzoekers vermoeden dat de training over het algemeen dezelfde cellen aanpakt als de traditionele sporten.

Deze onderzoeksresultaten hebben vanzelfsprekend grote consequenties; het excuus “Ik heb vandaag geen tijd om te sporten” gaat niet meer op!