schedel

Wetenschappers hebben in China een schedel teruggevonden die sporen van een – tegenwoordig zeldzame – genetische afwijking vertoont. Met de vondst stapelt het bewijs dat incest onder onze voorouders veelvuldig voorkwam, zich op.

De onderzoekers vonden 100.000 jaar oude stukken van schedels terug in China. De stukken laten een – tegenwoordig zeldzame – aangeboren afwijking zien. In de schedel zit een gat dat waarschijnlijk het gevolg is van een genetische mutatie. Normaal gesproken sluit dit gat aan de achterzijde van het hoofd zich wanneer een foetus vijf maanden oud is. Maar de mutatie voorkomt dat.

Het is niet voor het eerst dat onderzoekers een schedel terugvinden die sporen van deze genetische afwijking vertoont. Sporen van deze genetische afwijking worden opvallend vaak teruggevonden in schedels die stammen uit het Pleistoceen. “De kans om één van deze afwijkingen terug te vinden in het kleine aantal menselijke fossielen is heel klein en de cumulatieve kans om zo veel van deze afwijkingen terug te vinden, is buitengewoon klein,” stelt onderzoeker Erik Trinkaus.

Dat er nu weer een schedel is teruggevonden met deze afwijking suggereert dan ook dat deze afwijkingen wel heel vaak voorkwamen. En daar kunnen de onderzoekers weer andere conclusies uit trekken, zo schrijven ze in het blad PLoS ONE. “Het suggereert ongebruikelijk populatiedynamiek (de schommelende dichtheid van een populatie, red.), waarschijnlijk door veelvuldige incest en het feit dat lokale populaties heel instabiel waren.”