Terwijl het aantal insecten op het land snel terugloopt, blijkt het aantal insecten in zoet water juist toe te nemen.

Dat stellen onderzoekers in het blad Science. Hun studie schetst een bijzonder genuanceerd beeld van hoe de insecten er wereldwijd voorstaan. En grofweg kan er één belangrijke conclusie worden getrokken: de situatie is gecompliceerd.

Eerdere studies
De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de toestand van insecten. Eén van de meest geruchtmakende studies verscheen in 2017 en onthulde dat de biomassa van vliegende insecten in beschermde gebieden in West-Duitsland in 27 jaar met zeker 75% is afgenomen. En ook in de jaren erna verschenen meerdere studies die – weer op andere plaatsen op aarde – een sterke afname van het aantal insecten noteerden. Tegelijkertijd waren er echter ook onderzoeken waarin slechts een beperkte afname werd vastgesteld of zelfs een toename. En dus bleef een beetje onduidelijk hoe het wereldwijd nu precies zat. Reden genoeg voor Duitse wetenschappers om zich daar eens in vast te bijten. En zij leveren geen half werk. Voor de nieuwe studie verzamelden en analyseerden ze data van 166 langlopende onderzoeken naar insecten, uitgevoerd tussen 1925 en 2018, op 1676 plaatsen wereldwijd.


Een hele klus. Maar zeker de moeite waard, zo vertelt eerste auteur Roel van Klink, verbonden aan het Deutsches Zentrum für integrative Biodiversitätsforschung (iDiv) Halle-Jena-Leipzig, aan Scientias.nl. Want hoewel er de laatste jaren veel onderzoek is gedaan naar de toestand van insecten, waren er nogal wat losse eindjes. “Er is inderdaad de laatste jaren veel onderzoek verschenen. Dit ging in de meeste gevallen om lokale studies, en belangrijker nog, wij wisten dat er veel gegevens over insecten verzameld zijn over de hele wereld, waar nog niet naar was gekeken. Dit geeft een eenzijdig beeld van de wereldwijde situatie, een publicatie bias dus (dat betekent dat bepaalde resultaten meer gepubliceerd worden dan andere, in dit geval worden afnames meer gepubliceerd dan toenames). Daarom zijn we ruim twee jaar geleden begonnen alle gegevens van over de hele wereld bij elkaar te zoeken.”

Op het land en in het water
In hun studie kijken Van Klink en collega’s naar trends in het aantal insecten dat in een gegeven gebied voorkomt. Daarbij wordt niet gekeken naar soorten, maar puur naar de totale hoeveelheid insecten. En wereldwijd is dan een duidelijke trend te ontwaren. Zo bleek het aantal insecten dat op het land leeft (denk aan vlinders, maar ook mieren en sprinkhanen) gemiddeld met zo’n 0,92 procent af te nemen. “0,92% lijkt misschien niet veel, maar het betekent in feite dat het aantal insecten in 30 jaar tijd met 24% afneemt en in 75 jaar tijd zelfs halveert.” Ondertussen blijkt het aantal insecten in zoet water – denk aan muggen en eendagsvliegen – juist toe te nemen. Het gaat dan om een toename van ongeveer 1,08% per jaar. In 30 jaar tijd hebben we het dan over een toename van 38%.

Complex
Dat is de wereldwijde trend. Maar misschien wel de belangrijkste conclusie die Van Klink en collega’s trekken is dat de verschillen van plek tot plek zeer groot zijn. Dat zie je met name in landen waar heel veel onderzoek is gedaan naar insecten, zoals Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Daar kan het aantal insecten op de ene plaats zomaar afnemen, terwijl er op een andere plaats – die niet eens zo ver van de eerstgenoemde plaats verwijderd is – sprake is van een stabiele situatie of zelfs een toename. Het laat zien dat de toestand van insecten behoorlijk complex is. En dat betekent dat het bestrijden van de insectensterfte dat ook is, zo stelt Van Klink. “Recente overzichtsartikelen die zich concentreerden op de oorzaken, bevatten lijsten met wel 10 of 12 verschillende factoren die insectenafnames kunnen veroorzaken. Het is waarschijnlijk dat op elke plek andere oorzaken samenkomen, en op sommige plekken helemaal geen. Dit zou ook verklaren waarom eerdere onderzoeken moeite had om de precieze oorzaken aan te tonen. Ik denk dat het een illusie is om er van uit te gaan dat we met een paar simpele maatregelen (bijvoorbeeld pesticiden verminderen) het probleem oplossen. Daarnaast zou het nodig kunnen zijn om op verschillende plaatsen verschillende maatregelen te nemen. Niettemin hebben we gevonden dat de landinsecten gemiddeld met 24% in 30 jaar afnemen. Dat betekent dus dat er plekken zijn waar het minder erg is, maar ook plekken waar de situatie veel erger is.”


Gebieden waar de insectenafnames met name heel groot zijn, zijn onder meer het westen en midwesten van de VS. En ook in Europa neemt het aantal insecten sterk af, met name ook in Duitsland. Ondertussen neemt het aantal insecten in zoet water met name in het noorden van Europa en het westen van de VS en sinds het begin van de jaren negentig ook in Rusland toe. Het is waarschijnlijk te herleiden naar maatregelen die getroffen zijn om de waterkwaliteit van rivieren en meren te verbeteren. “Dit heeft het herstel van veel insectenpopulaties in zoet water wellicht mogelijk gemaakt,” aldus onderzoeker Jonathan Chase.

Hoop
Het is hoopgevend. Want het laat zien dat we actie kunnen ondernemen om insecten te sparen en insecten ook positief op die acties kunnen reageren. “Dit stemt ons hoopvol dat ook voor de op het land levende insecten de negatieve trends omgekeerd kunnen worden, mits we de problemen op de juiste manier aanpakken,” aldus Van Klink.

Want dat er actie moet worden ondernomen om deze populaties te redden, staat buiten kijf. Hoewel de verschillen van plek tot plek groot zijn, zijn de wereldwijde trends namelijk overduidelijk: het aantal insecten op het land neemt af. “Ik denk wel dat we ons zorgen moeten maken,” stelt Van Klink. Niet in de laatste plaats omdat de afname van het aantal insecten ons allemaal raakt. Veel van deze beestjes spelen namelijk een cruciale rol in de voedselvoorziening, legt Van Klink uit. “Een afname in aantallen bestuivers (slechts een klein deel van onze gegevens) is een gevaar voor de voedselvoorziening, vooral voor fruit, en daarnaast ook voor bloemen. De meeste bestuiving wordt weliswaar door honingbijen gedaan, maar wilde bijen en hommels leveren een niet te onderschatten aandeel.” En ook voor andere soorten zou een sterke afname van het aantal insecten een misschien wel onoverkoombare uitdaging blijken. “Insecten zijn het hoofdvoedsel van veel vogels, vleermuizen en reptielen. Deze dieren kunnen in de problemen komen als er minder insecten zijn.”