Reeds in het Krijt hulden insecten zich in stukjes plant, zandkorrels of zelfs de resten van hun prooi om zich onzichtbaar te maken voor roofdieren.

Dat heeft een internationaal team van onderzoekers ontdekt. De wetenschappers bestudeerden 35 insecten in barnsteen. Deze insecten kwamen tijdens het Krijt vast te zitten in hars. De hars werd hard en vormde een stukje barnsteen. In dat stukje barnsteen is het insect perfect bewaard gebleven. Het barnsteen gunt ons dan ook eigenlijk een kijkje in het verleden. De bestudeerde stukjes barnsteen komen uit wat tegenwoordig Frankrijk, Libanon en Myanmar is.

Vermomd als prooi
In de stukjes barnsteen troffen de onderzoekers onder meer een larve aan die een bastaardschorpioen aanviel. Met zijn krachtige mondstukken zoog de larve de bastaardschorpioen droog. Vervolgens hees de larve de resten van de schorpioen op zijn rug. Het resultaat: de larve ziet er niet meer uit als een larve, maar meer als een dode bastaardschorpioen. De larve is dus onherkenbaar geworden voor roofdieren en is tegelijkertijd beter in staat om op zijn prooien – de bastaardschorpioen – te jagen. “Met deze ‘vermomming’ doet de larve alsof hij iemand anders is,” stelt onderzoeker Jes Rust. “Door gebruik te maken van stukjes van zijn prooi neemt deze zelfs de geur van een bastaardschorpioen aan.”

Deze larve is onder meer bedekt met stukjes van zijn prooi (een bastaardschorpioen) en resten van planten. Afbeelding: © Bo Wang, Nanjing.

Deze larve is onder meer bedekt met stukjes van zijn prooi (een bastaardschorpioen) en resten van planten. Afbeelding: © Bo Wang, Nanjing.

Een harnas van zandkorrels
En dat is nog maar één voorbeeldje. Er zijn ook larven aangetroffen die zich bedekten met zandkorrels. Die zandkorrels vormden als het ware een ‘harnas’ en beschermden de larven mogelijk tegen de beten van spinnen. De pootjes van deze larven bleken zelfs speciaal aangepast te zijn voor het maken van zo’n harnas. De larven bleken namelijk in staat te zijn om hun pootjes 180 graden te draaien en zo de zandkorrels op hun rug te leggen. Weer andere larven bedekten zich met restjes van planten, stof of houtvezels om onzichtbaar te worden. “Het is heel verrassend hoe insecten vroeg in de evolutie reeds zulk complex gedrag ontwikkelden. De larven moesten actief op zoek naar geschikt ‘camouflagemateriaal’, dat materiaal verzamelen en zich ermee bedekken,” vertelt onderzoeker Bo Wang.

Hier zie je een larve die zich bedekt met kleine steentjes (links) en plantaardige resten (midden). De impressie rechts laat zien hoe de larve eruit zag zonder 'vermomming'. Afbeelding: © Bo Wang, Nanjing.

Hier zie je een larve die zich bedekt met kleine steentjes (links) en plantaardige resten (midden). De impressie rechts laat zien hoe de larve eruit zag zonder ‘vermomming’. Afbeelding: © Bo Wang, Nanjing.

Uit het onderzoek blijkt dat de bestudeerde insecten niet nauw aan elkaar verwant zijn en de camouflagetechnieken dus onafhankelijk van elkaar ontwikkeld moeten hebben. “Blijkbaar had camouflage zoveel voordelen dat het meerdere keren tijdens de evolutie werd ‘uitgevonden’,” vertelt Rust. Ook vandaag de dag zijn er nog verschillende soorten insecten die zich op vergelijkbare wijze onzichtbaar maken.