Ze beschikten over een roltong miljoenen jaren voordat bloemen hun intrede deden.

Onderzoekers hebben in een nieuwe studie een bijzonder mysterie weten op te lossen. Een gefossiliseerde prehistorische vlieg van 160 miljoen jaar geleden blijkt namelijk over een roltong te beschikken, terwijl bloeiende planten in die tijd nog helemaal niet bestonden. Waarom was deze vlieg met zo’n orgaan uitgerust?

Archocyrtus kovalevi
Het gaat om de vlieg Archocyrtus kovalevi die werd aangetroffen in rotsen in Zuid-Kazachstan. Veel was er van het 160 miljoen jaar oude fossiel echter niet over. Zo was deze platgedrukt en de organische stof bleek grotendeels te zijn veranderd in koolstof. Het fossiel kwam in 1996 al aan het licht, toen onderzoekers tot de verbazingwekkende conclusie kwamen dat de vlieg een roltong had: buisvormig, oprolbaar orgaan waarmee nectar, of ander vloeibaar voedsel uit een bloem kan worden opgezogen. Echter bestonden bloemen op dat moment nog helemaal niet. Destijds geloofde dan ook niemand dat deze vlieg zo vroeg in de geschiedenis al een roltong had ontwikkeld. Sceptici verklaarden dat het vast een stukje plant moest zijn dat veel deed denken aan een roltong. Vervolgens raakte het fossiel voor meer dan twintig jaar in de vergetelheid.


Roltong
Om de waarheid te achterhalen, haalden onderzoekers nu het oude fossiel weer uit de kast. Met behulp van moderne, microscopische technieken namen ze de vlieg wederom onder de loep. En uit de bevindingen blijkt dat de vlieg inderdaad uitgerust is met een roltong, die identiek is aan de roltong van sommige andere, nog levende vliegen. Het orgaan blijkt daarnaast bijna twee keer zo lang te zijn als zijn lichaam; 12 mm. Hiermee heeft de Archocyrtus kovalevi de langste roltong ten opzichte van zijn lichaam van alle insecten uit het Mesozoïcum.

Spinvliegen
Archocyrtus kovalevi is de eerste uit de familie van de spinvliegen. Wereldwijd omvat deze familie 55 genera en 400 soorten. Slechts een handjevol vliegen uit deze familie heeft nog een roltong die langer is dan het lichaam. Deze kunnen worden gevonden in Amerika en Zuid-Afrika. De huidige leden van de spinvliegen gebruiken hun overmaatse roltong om nectar uit lange, buisvormige bloemen te trekken. Op die manier vervullen de insecten een rol als bestuiver.

Bloeiende planten
Hoewel er hiermee meer duidelijkheid werd geschept over het betreffende orgaan, was er nog steeds die ene vraag: waarom had deze prehistorische vlieg een roltong – ook nog eens zo’n lange -, als bloeiende planten pas veel later op het toneel verschenen? Archocyrtus kovalevi vloog al over de wereld op het moment dat nog geen enkele bloem bloeide. Die kwamen pas in het vroege Krijt, en waren aanvankelijk slechts kleine, onopvallende exemplaren.

Zaadplant
Het antwoord kwam uiteindelijk van een plant genaamd Williamsoniella karataviensis, verzameld uit dezelfde lagen als de vlieg. Deze plant behoort tot de Cycadeoidales; een uitgestorven groep van zaadplanten die vallen onder de naaktzadigen. Vele hadden opzichtige, bloemachtige voortplantingsorganen. Het zou goed kunnen dat deze plant suikerachtige druppels afscheidde. De diepte van de kegels van de plant komen daarnaast overeen met de lengte van de roltong van Archocyrtus kovalevi.

Langzaam vielen alle puzzelstukjes samen. De kleine vlieg ontwikkelde eerst een extreem lange roltong om bij de suikerachtige substantie te kunnen, die diep verborgen lag in de kegels van de oude zaadplant. De onderzoekers denken dat de insecten deze planten bestoven in ruil voor een zoete beloning. Het fundament voor bestuiving tussen plant en insect is dus waarschijnlijk al lang geleden gelegd, nog voordat de eerste echte bloemen de aarde sierden.